Begrotings- en rentebeleid (Economie havo), les 3: Terugblik quiz

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Quiz

Terugblik: Begrotings- en rentebeleid

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblikquiz over begrotingsbeleid en rentebeleid met elf vragen, waaronder rekenvragen over het saldo, belasting en rente.

Items in this lesson

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Quiz

Terugblik: Begrotings- en rentebeleid

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Choinowski / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Waarom dempt een progressief belastingstelsel de conjunctuur?

A

De belasting is voor iedereen een vast bedrag

B

Bij een dalend inkomen stijgt het belastingtarief

C

Bij een dalend inkomen daalt de belasting sneller

D

Hoge inkomens betalen steeds minder belasting

Progressief: de belasting verandert sneller dan het inkomen, dus het netto-inkomen schommelt minder.

Ontvangsten zijn 340 en uitgaven 365 miljard euro. Wat is het saldo?

A

Een overschot van 25 miljard euro

B

Een tekort van 365 miljard euro

C

Een tekort van 25 miljard euro

D

Een tekort van 2,5 miljard euro

Saldo = 340 - 365 = -25. Verwachte fout: het teken omdraaien.

Bij onderbesteding verlaagt de overheid de inkomstenbelasting. Dit is:

A

Stimulerend anticyclisch begrotingsbeleid

B

Afremmend anticyclisch begrotingsbeleid

C

Een automatische stabilisator

D

Rentebeleid van de ECB

Een bewust besluit tegen de conjunctuur in, bij onderbesteding dus stimulerend.

Bij overbesteding verhoogt de overheid de belastingen. Wat is het bedoelde gevolg?

A

Meer bestedingen en een lagere inflatie

B

Minder bestedingen en een hogere inflatie

C

Meer bestedingen en meer werkgelegenheid

D

Minder bestedingen en een lagere inflatie

Hogere belastingen laten het besteedbaar inkomen dalen, dus de bestedingen en de inflatie nemen af.

Zet de keten van een renteverlaging op volgorde

1

De bestedingen stijgen

2

Lenen wordt goedkoper, sparen minder aantrekkelijk

3

De ECB verlaagt de rente

4

De inflatie stijgt en deflatie wordt tegengegaan

Eerst de rente, dan lenen en sparen, dan de bestedingen, tot slot de inflatie.

Wie bepaalt het rentebeleid van de ECB?

A

De minister van Financiën van elk eurozoneland

B

De ECB zelf, onafhankelijk van overheden

C

De Europese Commissie in Brussel

D

De regering van het grootste eurozoneland

De ECB is onafhankelijk van de nationale overheden.

Een hypotheek van 300.000 euro, de rente stijgt van 2% naar 3%. Extra rente per jaar?

A

3.000 euro

B

1.000 euro

C

6.000 euro

D

9.000 euro

1% van 300.000 = 3.000. Verwachte fouten: de oude rente (6.000) of de nieuwe rente (9.000) als verschil noemen.

Wat beperkt het stabiliteitspact voor de eurolanden?

A

Tekort tot 60% en schuld tot 3% van het bbp

B

Tekort tot 2% en schuld tot 60% van het bbp

C

Tekort tot 3% en schuld tot 60% van het bbp

D

Tekort tot 3% en schuld tot 100% van het bbp

Het pact: tekort maximaal 3% en schuld maximaal 60% van het bbp. Verwachte fout: de getallen omdraaien.

Wat is het verschil tussen een stabilisator en anticyclisch beleid?

A

Een stabilisator is een besluit, beleid werkt vanzelf

B

Een stabilisator werkt vanzelf, beleid is een besluit

C

Een stabilisator werkt alleen bij hoogconjunctuur

D

Anticyclisch beleid werkt alleen met belastingen

Stabilisatoren (belastingstelsel, uitkeringen) werken automatisch. Anticyclisch beleid is een bewuste keuze, met uitgaven en/of belastingen.

Wat is anticyclisch begrotingsbeleid?

Goed antwoord: beleid van de overheid dat tegen de conjunctuur in werkt: stimuleren bij laagconjunctuur en afremmen bij hoogconjunctuur. Verwachte fout: alleen de rente noemen.

Belasting: 20% over de eerste 30.000 euro en 40% over de rest. Belasting bij 45.000?

A

18.000 euro

B

9.000 euro

C

6.000 euro

D

12.000 euro

20% x 30.000 = 6.000 en 40% x 15.000 = 6.000, samen 12.000. Verwachte fouten: 40% over alles (18.000) of 20% over alles (9.000).

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe stabilisatoren, begrotingsbeleid en het rentebeleid van de ECB de conjunctuur dempen. Bepaal bij elke vraag eerst de situatie en werk daarna de keten stap voor stap uit.

This item has no instructions