Theorie afgelopen weken

Theorie afgelopen weken 
1 / 40
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 40 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Theorie afgelopen weken 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

contra indicaties
vergroeiingen of ruimte innemende processen in neus/ keel /slokdarm /maag.
afsluiting maag/darmkanaal die niet binnen 7 dagen verholpen kunnen worden.
ontbrekende stollingsfactoren.
post operatieve fase na keel/maag/ slokdarm hoofdhals operatie.
aangezichtstrauma.
schedelbasisfractuur.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Controleer vooraf
- Soort voeding
- Manier van geven en hoeveelheid
- Visuele controle: keelholte, markeringspunt, fixatiepleister

Slide 10 - Slide

Voeding toedienen
- Sonde doorspuiten met 20-30 ml water
- Voeding op kamertemperatuur (koud zorgt voor kramp!)
- Verschillende soorten voeding: Polymere voeding, Oligomere voeding en monomere voeding, energieverrijkt, vezelrijk. 
- Medicatie kan ook via de sonde

Slide 11 - Slide

Medicatie via de sonde
Waar let je op?
- Op het recept aangeven dat het medicatie via sonde betreft, apotheek zorgt voor juiste toedieningsvorm.
- Geen gecoate medicijnen fijnmalen tenzij apotheek aangeeft dat dit kan.
- Sonde altijd naspoelen met lauw water i.v.m verstoppen

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Katheters kunnen van verschillende materialen gemaakt zijn, waaronder latex, pvc en siliconen. Ook zijn veel katheters bedekt met een extra laagje: een coating.
Latex--> hoge flexibiliteit, veel mensen zijn er overgevoelig/allergisch voor.
PVC--> Doorzichtig, goedkoop, materiaal relatief stijf
Silliconen--> Het materiaal is flexibel en zacht, maar duur.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Mogelijke complicaties 
 Pijn tijdens het inbrengen 
 Abnormale weerstand
Bloeding uit de blaas of urethra
 Zorgvrager voelt zich niet goed, flauw vallen door verlies urine 

Slide 21 - Slide

Observatie na katheterisatie 
Wanneer er te veel urine te snel afloopt: soort shock 
dus nooit meer dan 500 ml in een keer laten aflopen (gebruik kocher ) 

Slide 22 - Slide

Voorkomen urineweginfectie
Beperking duur katheter
 Beperking aantal katheterisaties
 Septisch werken  (handhygiene)
Opvangsysteem gebruiken 
Onbelemmerde afvloed van urine 

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Wat is een stoma?
  • Een stoma is een chirurgisch aangelegde opening die een lichaamsholte verbindt met de buitenwereld. 
  • We maken onderscheid tussen urostoma’s en darmstoma’s. Bij een urostoma komt urine door de kunstmatige uitgang naar buiten, bij een darmstoma is dit ontlasting. 
  • Een stoma heeft geen sluitspier, dus ontlasting en urine kunnen niet worden opgehouden. Om de urine of ontlasting op te vangen is stomamateriaal nodig.

Slide 25 - Slide

Anatomie
De dunne darm bestaat uit:
  • De twaalfvingerige darm--> duodenum
  • Nuchtere darm--> jejunum
  • Kronkeldarm--> Ileum

Slide 26 - Slide

De dikke darm bestaat uit:
  • Blinde darm--> caecum
  • Karteldarm--> colon
  • Endeldarm--> rectum

Slide 27 - Slide

Dubbelloops stoma

Slide 28 - Slide

Enkelloops of eindstandig stoma

Slide 29 - Slide

Indicatie stoma
  • Darmkanker of een verhoogd risico daarop
  • Familiaire adenomateuze polyposis (een erfelijke aandoening waarbij veel poliepen in de dikke darm voorkomen, deze poliepen vergroten de kans op kanker).
  • De ziekte van Crohn of colitis ulcerosa (aandoeningen waarbij het darmslijmvlies chronisch ontstoken is).
  • Neurologische aandoeningen die de prikkelgeleiding verstoren, waardoor klachten van obstipatie of incontinentie ontstaan.
  • Fistel (een onnatuurlijke verbinding tussen twee lichaamsholten, bijvoorbeeld tussen darm en blaas).
  • Diverticulitis (ontstoken uitstulpingen aan de buitenkant van de darm, deze uitstulpingen vergroten de kans op een darmwandperforatie).

Slide 30 - Slide

Vervolg indicaties stoma
  • Obstructie of afsluiting van de darm, waardoor voedselpassage niet meer mogelijk is.
  • Tijdelijk na het aanleggen van een anastomose (het op elkaar aansluiten van twee darmuiteinden na het verwijderen van een stuk darm.
  • Het afsterven van darmweefsel (necrose) als gevolg van zuurstoftekort (ischemie) door een verstoorde bloedtoevoer.
  • Aangeboren afwijkingen: anusatresie (de anus ontbreekt of is niet goed aangelegd), ziekte van Hirschsprung of spina bifida (open ruggetje) waarbij de werking van de darmen verstoord kan zijn.
een traumatische beschadiging van de darmen.

Slide 31 - Slide

Indicaties urostoma:
  • Blaaskanker
  • Een chronische ontsteking van de blaaswand (interstitiële cystitis).
  • Aangeboren afwijkingen, bijvoorbeeld spina bifida (open ruggetje, waarbij de werking van de blaas verstoord kan zijn).
  • Een traumatische beschadiging van de blaas.

Slide 32 - Slide

Ileostoma
  • Kunstmatige uitgang van de dunne darm, meestal gemaakt van het laatste stukje van de dunne darm. 
  • Als iemand een ileostoma krijgt, is de dikke darm vaak in zijn geheel verwijderd. Hierdoor wordt dus nauwelijks vocht onttrokken aan de darminhoud en is deze erg waterig. 
  • Ook verliest de zorgvrager meer zouten, water en voedingsstoffen, omdat de dunne darm niet lang genoeg is om deze stoffen volledig op te nemen. Hoe meer dunne darm er verwijderd is, hoe groter het risico is op uitdroging of zouttekort.

Slide 33 - Slide

Colostoma
  • Een colostoma is een kunstmatige uitgang van de dikke darm. 
  • Bij een colostoma kan de lengte van de darm wisselen. Soms is alleen de endeldarm verwijderd, maar soms ook meer.
  • Als er meer darm verwijderd is, zal de ontlasting dunner zijn dan wanneer alleen de endeldarm verwijderd is. De uitgang van een colostoma ligt doorgaans links onder de navel.

Slide 34 - Slide

Urostoma
  • Bij de aanleg van een urostoma wordt de blaas verwijderd of buiten werking gesteld. Meestal wordt gekozen voor een Bricker-stoma. 
  • De chirurg gebruikt dan een stukje dunne darm van ongeveer 15 centimeter als nieuwe blaas. 
  • Aan de ene kant hecht hij de urineleiders aan. Aan de andere kant leidt hij de dunne darm door de buikwand heen. De stoma steekt twee tot drie centimeter uit en vormt als het ware een kraantje.

Slide 35 - Slide

Stomazorg
  • Een stoma moet iedere dag verzorgd en schoongemaakt worden.
  • Bij een ileo- en urostoma met een tweedelig opvangsysteem wordt geadviseerd de huidplaat twee tot driemaal per week te vervangen en het zakje elke dag een of twee keer. 
  • Een ileo- en urostoma met een ééndelig opvangsysteem moet dagelijks vervangen worden. Daarbij kan het zakje meerdere malen per dag geleegd worden.
  • Bij een colostoma wordt het stomazakje niet geleegd, maar weggegooid. Het zakje mag tot vier keer per dag vervangen worden.

Slide 36 - Slide

Eendelig systeem
De dunne huidplaat zit al aan het zakje vast
Verwissel het 1-3 keer per dag

Slide 37 - Slide

Tweedelig systeem
De huisplaat kan in principe 2-3 dagen blijven zitten
Verwissel het zakje 1-3 keer per dag

Slide 38 - Slide

Aandachtspunten
  • Verschoon het stomazakje indien deze voor 1/3de gevuld is.
  •  Huidplaat kan gemiddeld 2 dagen blijven zitten.
  • Huidplaat 5 min van tevoren opwarmen.
  • ’s morgens na het opstaan is het beste moment om het stomamateriaal te verwisselen.
  • Zorg dat de nieuwe huidplaat goed past: de opening mag maximaal 2 mm groter zijn dan de stoma.

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide