Voorzetsels + pers. vnw. +3

Was machen wir heute?



Grammatik: 

 Präpositionen (voorzetsels) 
Wiederholung Personalpronomen (persoonlijk voornaamwoord)
 

1 / 17
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Was machen wir heute?



Grammatik: 

 Präpositionen (voorzetsels) 
Wiederholung Personalpronomen (persoonlijk voornaamwoord)
 

Slide 1 - Slide

Noem de voorzetsels
met de 3e naamval
(zijn er 7)

Slide 2 - Mind map

aus
bei
mit
nach
seit
von
zu
uit
bij
met
na, naar
sinds
van
naar

Slide 3 - Drag question

Wat houdt dit in?
Sie geht zu (hem) ....
Wir fahren mit (jullie) ... nach Deutschland
Stappenplan
- Staat er een voorzetsel in de zin? 
- Ja er staat een naamval in. Welke naamval hoort hierbij? 
- Juiste vorm erbij zoeken in tabel

Slide 4 - Slide

ich
du
sie
es
er
wir
ihr
Sie
sie
ik
jij
hij
het
wij
zij
jullie
u
zij mv

Slide 5 - Drag question

mir
dir
ihr
ihm
ihm
uns
euch
Ihnen
ihnen
mij
jou
hem
het
ons
haar
jullie
u
hun/hen mv

Slide 6 - Drag question

Ich bin hier mit (jou) ....
A
dich
B
dir

Slide 7 - Quiz

Du gehst mit (mij) .... nach Hause.
A
mir
B
mich

Slide 8 - Quiz

Ihr seid nach (ons) .... an der Reihe.
A
wir
B
euch
C
uns
D
ihr

Slide 9 - Quiz

Wir haben das von (u) .... bekommen.
A
Ihnen
B
Sie
C
ihnen
D
sie

Slide 10 - Quiz

aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, zijn met de .......... naamval
A
1
B
3
C
4
D
3 en 4

Slide 11 - Quiz

Maak de zin af:
Ich tanze gern mit (hij)

Slide 12 - Open question

Maak de zin af:
Er tanzt ohne (mij)

Slide 13 - Open question

Maak de zin af:
(zij) fährt in Urlaub

Slide 14 - Open question

Maak de zin af:
Hast du das von (hun) gehört?

Slide 15 - Open question

Ik weet ik hoe ik het pers. vnw. in de derde naamval moet toepassen
A
Altijd
B
Soms
C
Nooit

Slide 16 - Quiz

3 Kenmerken van de zakelijke/formele brief:

Slide 17 - Open question