VT Ouderenzorg MV p3-4 wk 6+7 - Diabetes Mellitus

VT Ouderenzorg




Diabetes Mellitus

  • Type I 
  • Type II
1 / 38
next
Slide 1: Slide
PathologieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

VT Ouderenzorg




Diabetes Mellitus

  • Type I 
  • Type II

Slide 1 - Slide

Vragen over de vorige les?
Hoofdleerdoel
De student beschrijft wat de oorzaak, de verschijnselen en de behandelingen zijn bij psychogeriatrische problemen.

Subleerdoelen week 5:
De student:
13. Legt in eigen woorden uit wat een depressie is.
14. Legt in eigen woorden uit wat een delier is.
15. Benoemt vijf risicofactoren voor het krijgen van een delier.
16. Benoemt vier uitlokkende factoren voor het krijgen van een delier.
17. Benoemt zes symptomen van een delier.
18. Benoemt drie vragen om een patiënt op delier te screenen.
19. Benoemt vier verschillen tussen een delier en dementie.



Slide 2 - Slide

Quiz
Er volgen nu een aantal quizvragen over de 
lesstof depressie en delier.


Slide 3 - Slide

Wat voor type stoornis is een depressie?
A
psychische stoornis
B
stemmingsstoornis

Slide 4 - Quiz

Hoeveel symptomen moeten er ten minste tegelijk aanwezig zijn, wil je het een depressie noemen?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 5 - Quiz

Wat is GEEN symptoom van een depressie?
A
verlies van interesse
B
slaapklachten
C
veel dromen
D
psychomotorische agitatie (geestelijke/lichamelijke onrust)

Slide 6 - Quiz

Bij welk ziektebeeld is er geen desoriëntatie in tijd, plaats en persoon?
A
dementie
B
depressie

Slide 7 - Quiz

De oorzaak van een delier is...
A
altijd lichamelijk
B
altijd geestelijk
C
lichamelijk of geestelijk (beide mogelijk)

Slide 8 - Quiz

Wat is de duur van een delier?
A
uren tot dagen
B
een paar maanden
C
een paar jaren

Slide 9 - Quiz

Hoe is het verloop bij een delier?
A
Symptomen fluctueren (wisselen/schommelen), vaak toename in de avond en nacht
B
Langdurig progressief
C
Dagschommelingen, vaak 's ochtends meer klachten dan 's avonds

Slide 10 - Quiz

Hoe is de spraak bij iemand met een depressie?
A
Onsamenhangend, langzaam of versneld
B
Monotoon
C
Moeite met vinden van woorden

Slide 11 - Quiz

Is de oriëntatie bij iemand met een delier verstoord?
A
Ja, verstoord
B
Nee, niet verstoord

Slide 12 - Quiz

Is de oriëntatie bij iemand met een dementie verstoord?
A
Ja, verstoord
B
Nee, niet verstoord

Slide 13 - Quiz

Is de oriëntatie bij iemand met een depressie verstoord?
A
Ja, verstoord
B
Nee, niet verstoord

Slide 14 - Quiz

Certificaat gemaakt?
  •  e-Xpertcollege  module Pathologie - Delier

Slide 15 - Slide

Leerdoelen
Hoofdleerdoel
De student beschrijft de oorzaak, de gevolgen, de symptomen en de behandelingen van diabetes mellitus.

Subleerdoelen week 6
De student:
1. Legt uit wat diabetes mellitus is en wat de oorzaken zijn.
2. Legt uit wat het verschil tussen diabetes type I en type II is.
3. Benoemt waar insuline wordt geproduceerd in het lichaam en waar het wordt afgebroken.
4. Beschrijft de werking van insuline.
5. Beschrijft de werking van glucagon.

Subleerdoelen week 7:
De student:
6. Legt uit wat de gevolgen zijn van insulinetekort bij diabetes type I .
7. Legt uit wat de gevolgen zijn van insulinetekort bij diabetes type II.
8. Beschrijft wat de diagnostiek is bij diabetes mellitus .
9. Benoemt wat de behandeling bij diabetes mellitus type I en type II is.





Leerdoelen Diabetes

Slide 16 - Slide

timer
2:00
Wat weet je al
over diabetes?

Slide 17 - Mind map

Slide 18 - Video

Diabetes
"Suikerziekte"
  • ziekte waarbij de hoeveelheid glucose in het bloed (bloedsuikerspiegel) langdurig verhoogd is
  • Type 1 en type 2

Slide 19 - Slide

Bloedsuikerspiegel
  • regulatie d.m.v. insuline en glucagon

Hoe zat dat ook al weer met die hormonen?  
--> Sleepvraag en quizvragen

Slide 20 - Slide

timer
1:00
Zorgt voor stijging van de bloedsuiker-
spiegel
Insuline
Glucagon
Zorgt dat  glucose omgezet wordt in glycogeen
Zorgt dat  glycogeen omgezet wordt in glucose
Zorgt voor een daling van de bloedsuiker-
spiegel
Zorgt dat vet en eiwitten omgevormd worden tot glucose bij een tekort aan glucose

Slide 21 - Drag question


Waar in het lichaam worden de hormonen glucagon en insuline gemaakt?
A
In de lever
B
In de bijnier
C
In de hypofyse
D
In de alvleesklier

Slide 22 - Quiz


Welk hormoon wordt aan het bloed afgegeven na het eten van een maaltijd?
A
Insuline
B
Glucagon

Slide 23 - Quiz


Welke glucosewaarde
moet het bloed normaal gesproken ongeveer hebben?
A
Tussen de 2,0 en 5,0 millimol per liter
B
Tussen de 3,5 en de 8,0 millimol per liter
C
Tussen de 5,0 en 10,0 millimol per liter
D
Tussen de 6,0 en de 12,0 millimol per liter

Slide 24 - Quiz

Insuline en glucagon

Slide 25 - Slide

Diabetes type 1 en 2
Type 1    (10%)
  • Weinig tot geen aanmaak van insuline
      door ernstige schade alvleesklier
  • Absoluut tekort aan insuline
  • ‘insuline-afhankelijke diabetes mellitus’
 

Type 2    (90%)
  • Verminderde gevoeligheid van cellen voor insuline 
  • Relatief tekort aan insuline
  • ‘niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus’ 

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

Symptomen type 1 en 2
Symptomen/ gevolgen type 2:
  • Veel plassen
  • Dorst en veel drinken
  • Vermoeidheid
  • Slecht of wazig zien
  • Jeuk
  • Slecht genezende wonden
  • Verhoogde gevoeligheid
     voor infecties
  • Etalagebenen
Symptomen/ gevolgen type 1:
  • Veel plassen
  • Dorst en veel drinken
  • Vermoeidheid
  • Gewichtsverlies
  • Slecht of wazig zien
  • Jeuk
  • Slecht genezende wonden
  • Verhoogde gevoeligheid voor infecties
  • Stemmingswisselingen
  • (tijdelijk) Uitblijven van de menstruatie
  • Erectiestoornissen

Slide 28 - Slide

Gaan de volgende krantenkoppen over diabetes type 1 of type 2?

Diabetes type 1
Diabetes type 2
'Nieuwe uitvinding voor kinderen met diabetes: bloedsuiker meten zonder prikken.'
'Kwartier bewegen per dag verlaagt risico op diabetes.'
Meer mensen met diabetes door stijging van de gemiddelde leeftijd. 
'Paar kilo afvallen zorgt al voor lager risico op diabetes.'

Slide 29 - Drag question

Diabetes type 1 en 2


        ---> quizvragen

Slide 30 - Slide


Diabetes type 1 komt het meest voor
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quiz


Bij diabetes type 2
wordt er ...
A
... geen insuline meer aangemaakt door de alvleesklier
B
...te weinig insuline aangemaakt en/of reageert het lichaam er niet meer goed op.
C
... wel insuline aangemaakt, maar dat wordt weer afgebroken.

Slide 32 - Quiz


Welk symptoom past niet bij diabetes type 2?
A
slecht of wazig zien
B
dorst en veel drinken
C
veel plassen
D
gewichtsverlies

Slide 33 - Quiz

Diagnose en behandeling

  • Hoe wordt de diagnose gesteld?
  • Waaruit bestaat de behandeling?

Slide 34 - Slide

Diabetes type 1
Diabetes type 2
timer
3:00
Geleidelijk
begin
Diabetes
type 1
Diabetes
type 2
Plotseling 
begin
Risico-
factoren:
erfelijke factoren 
en infecties
Risicofactoren:
erfelijke factoren en ongezonde leefstijl
10% van het totaal aantal mensen met diabetes
90% van het totaal aantal mensen met diabetes
Ontstaat meestal op jonge leeftijd
Ontstaat meestal op een leeftijd boven de 40 jaar
Behandeling: toediening van insuline (injectie/pomp)
Behandeling: leefstijl aanpassen, tabletten en later soms toediening van insuline

Slide 35 - Drag question

Diabetes type 1 en type 2

Slide 36 - Slide

Opdracht: Woordzoeker
Maak de woordzoeker

Slide 37 - Slide

Afsluiting

Doen  na de les:

  • werken aan je opdracht (woordzoeker)
  • uitwerken leerdoelen uit de LOEP
  • bestuderen van de module "Diabetes Mellitus" in ExpertCollege

Slide 38 - Slide