This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 45 min
Report this lesson
Items in this lesson
Startopdracht
Pak je chromebook in log in op de les.
Slide 1 - Slide
Waar wil je na de oefentoets van H11 nog meer uitleg over hebben?
Fossiele brandstoffen
Rendement
Bewegingsenergie
Zwaarte-energie
Ez = Eb
Het energielabel
Helemaal niets. Ik snap alles
Slide 2 - Poll
Over welke onderwerpen van H11 wil je nog meer uitleg? Kies uit: 1 Fossiele brandstoffen, 2. Rendement, 3. Bewegingsenergie, 4. Zwaarte-energie, 5. Ez = Eb en energielabel, 6. Helemaal niets
Slide 3 - Open question
Noteer drie soorten krachten.
Slide 4 - Open question
Vul in: Met een flessenopener kun je gemakkelijk een kroonkurk van een fles afhalen. De flessenopener werkt daarbij als een hefboom. De kracht die via de hefboom op de kroonkurk wordt uitgeoefend is de:
A
lastkracht
B
werkkracht
C
lastarm
D
werkarm
Slide 5 - Quiz
Op een voorwerp van 5 kg werkt de zwaartekracht. Hoe groot is de zwaartekracht?
A
0,5 N
B
5 N
C
50 N
D
5000 N
Slide 6 - Quiz
Kris heeft een gewicht van 2 kg aan een touw opgehangen.
Welke kracht zorgt ervoor dat het gewicht niet naar beneden valt?
A
veerkracht
B
zwaartekracht
C
normaalkracht
D
spankracht
Slide 7 - Quiz
Je zit op een schommel die aan twee touwen hangt.
Welke kracht trekt de schommel en jou naar beneden?
A
spankracht
B
veerkracht
C
spierkracht
D
zwaartekracht
Slide 8 - Quiz
In de figuur zie je een klauwhamer waarmee een spijker uit een plank wordt getrokken.
Waar bevindt zich het draaipunt van deze hefboom?
A
bestaat niet
B
B
C
C
D
D
Slide 9 - Quiz
Hans wil een kracht van 30 N tekenen met krachtenschaal: 1 cm ≙ 20 N. Hoe lang wordt de pijl dan?
A
0,66 cm
B
1,5 cm
C
20 cm
D
30 cm
Slide 10 - Quiz
Hans heeft een massa van 56 kg. Hoe groot is de zwaartekracht op Hans?
Slide 11 - Open question
Slide 12 - Video
Een eenvoudige hefboom
Een hefboom vergroot je kracht.
Een hefboom heeft altijd een draaipunt.
Slide 13 - Slide
14.1 Werken met hefbomen
Je kunt uitleggen wat een moment is en hoe het ontstaat.
Je kunt rekenen met kracht, arm en moment.
Je kunt uitleggen hoe een hefboom werkt en wanneer deze in evenwicht is.
Slide 14 - Slide
Moment = Kracht x Arm
Een moment vertelt hoe goed een kracht iets kan laten draaien.
De arm is de afstand tussen het draaipunt en de plek waar de kracht werkt. Hoe groter de arm, hoe makkelijker iets draait.
Slide 15 - Slide
Moment van kracht
Slide 16 - Slide
Oefensom (blz 131)
Bereken het moment van deze momentsleutel.
Denk aan: formule, berekening, antwoord met eenheid
timer
3:00
Slide 17 - Slide
Momentenwet
Dubbele hefboom
Slide 18 - Slide
Momentenwet
Slide 19 - Slide
phet.colorado.edu
Slide 20 - Link
1: massa's omrekenen naar kg
Slide 21 - Slide
Momentenwet
Slide 22 - Slide
Oefensom: Bereken F2 (blz 131)
Dubbele hefboom
F1 =
F2 = ?
l 1 =
l 2 =
timer
3:00
Slide 23 - Slide
Oplossing Bereken F2 (blz 131)
M1 = M2
F1 x l1 = F2 x l2
1 x 12 = F2 x 3
12 = F2 x 3
F2 = 12 : 3 = 4N
Slide 24 - Slide
Oefensom: Bereken L2 via
de momentenwet
timer
3:00
Slide 25 - Slide
Huiswerk 14.1 Vraag 1 t/m 6 Waar wil je nog extra uitleg over?
A
Wat een moment is en hoe het ontstaat.
B
Rekenen met kracht, arm en moment (M=Fxl)
C
Hefbomen in evenwicht (M1 = M2)
D
Nergens over. Ik snap het wel.
Slide 26 - Quiz
Slide 27 - Video
Slide 28 - Video
Hoe bereken je het moment?
Slide 29 - Open question
Bereken het moment van een kracht van 950 N op een afstand van 45 cm
Slide 30 - Open question
De arm van een kracht van 20 N is 5,2 meter. Bereken het moment.