Dementie en een verstandelijke beperking

Dementie en een verstandelijke beperking
1 / 14
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Dementie en een verstandelijke beperking

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

les doelen
- Wat is dementie?
- welke verschillende stadiums zijn er?
- Wat is het verloop van dementie?
- Symptomen
- Diagnose en samenwerking

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

DEMENTIE

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Wat is dementie?
Dementie is een verzamelnaam voor ziekten waarbij hersencellen langzaam afsterven. Dit zorgt voor:

Geheugenverlies
Problemen met denken en taal
Veranderingen in gedrag en stemming
Verlies van dagelijkse vaardigheden

Bij mensen met een VB zijn deze signalen soms moeilijker te herkennen, omdat ze vaak al beperkingen hebben in communicatie, geheugen of zelfzorg.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken
Ziekte van Alzheimer → meest voorkomend, vooral bij Downsyndroom

Vasculaire dementie → door beschadiging van bloedvaten in de hersenen

Frontotemporale dementie → gedragsveranderingen en spraakproblemen

Lewy body dementie → wisselend bewustzijn, hallucinaties, stijve spieren

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Stadia dementie

Slide 6 - Slide

 Bedreigde ik = beginnende dementie
Verdwaalde ik = matig ernstige dementie
Verborgen ik = ernstige dementie (volledig afhankelijk)
Verzonken ik = (cliënt kan niet meer lopen, spreekt nauwelijks, ligt vaak in foetushouding als pasgeboren baby)

Zie thema 4.13 PBSD

Ongeveer 80% van alle mensen ouder dan 60 jaar met het syndroom van Down is aan het dementeren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Antwoord
Dit is niet waar. Het percentage ligt ongeveer rond de 50 % voor zover dit nu uit onderzoeken bekend is. Dit is echter
een ruwe schatting, want er zijn grote verschillen gevonden in de uitkomsten van de verschillende onderzoeken
naar het voorkomen van dementie bij mensen met het syndroom van Down ouder dan 60 jaar

Slide 8 - Video

This item has no instructions

Vroege signalen
Let op kleine veranderingen!
* Meer moeite met bekende taken (zoals aankleden of tafeldekken)
* Terugval in vaardigheden die eerder goed gingen
* Slaapproblemen of onrust
* Meer angst of achterdocht
* Moeite met herkennen van bekende mensen
* Verandering in eetgedrag of stemming

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Diagnose en samenwerking
Diagnose wordt gesteld door een arts (AVG, neuroloog, psychiater) op basis van:
Observatie en rapportages van begeleiders
Lichamelijk onderzoek
Cognitieve testen aangepast voor mensen met VB
Samenwerking tussen verpleegkundigen, artsen, psychologen en familie is cruciaal.


Slide 10 - Slide

Voor een goede diagnose zal de arts alle andere mogelijkheden die lijken op dementie, moeten uitsluiten. Daarbij kun je denken aan aandoeningen als:

Depressie;
Schildklierafwijkingen;
Gehoorproblemen;
Vitaminetekort;
Hoofdletsel;
Tumor in het hoofd;
Teveel medicijnen of een verkeerde combinatie ervan.
Voor een goede diagnose zal de arts alle andere mogelijkheden die lijken op dementie, moeten uitsluiten. Daarbij kun je denken aan aandoeningen als:

Depressie;
Schildklierafwijkingen;
Gehoorproblemen;
Vitaminetekort;
Hoofdletsel;
Tumor in het hoofd;

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Begeleiding en VP zorg
Behoud van kwaliteit van leven
Veiligheid en structuur bieden
Zelfstandigheid zo lang mogelijk behouden
Comfort en vertrouwen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Symptomen van dementie bij Downsyndroom
Structuur in de dag (vaste volgorde, herkenbare omgeving)
Eenvoudige communicatie (korte zinnen, gebaren, pictogrammen)
Rustige benadering, oogcontact, geduld
Stimuleren van activiteiten die nog lukken
Betrekken van familie en vaste begeleiders 
Signaleren van pijn of overbelasting

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld uit de praktijk
Mevrouw Jansen (55 jaar) met een matig verstandelijke beperking vergeet plots vaker hoe ze koffie moet zetten, slaapt slecht en herkent haar vaste begeleider soms niet meer. De verpleegkundige bespreekt dit in het team, vult observatieformulieren in en overlegt met de AVG-arts. Na onderzoek blijkt dat mevrouw beginnende dementie heeft. De zorg wordt aangepast:

Welke aanpassingen worden er volgens jullie gedaan?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions