ZBP Zieke kind in de opvang

ZBP Zieke kind in de opvang
1 / 8
next
Slide 1: Slide
EHBOHoger onderwijs

This lesson contains 8 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 160 min

Items in this lesson

ZBP Zieke kind in de opvang

Slide 1 - Slide

Het hart en de longen zijn vitale organen. Dit betekent dat ze levensnoodzakelijk zijn. Wat is hun functie?
A
In de longen wordt koolstofdioxide opgenomen in het bloed. Zuurstof wordt uitgeademd.
B
Via de grote slagaders in ons lichaam verspreidt het bloed de koolstofdioxide. Die is nodig bij verbranding.
C
In de longen wordt zuurstof in het bloed opgenomen. Koolstofdioxide worden uitgeademd.
D
Via de grote slagaders in ons lichaam verspreidt het bloed de zuurstof. Die is nodig bij verbranding.

Slide 2 - Quiz

Om ziektes te voorkomen worden kinderen gevaccineerd. Welke stelling is juist.
A
Een vaccin bestaat uit actieve virusdeeltjes. Je bouwt hier antistoffen tegen op.
B
Polio is de enige verplichte vaccinatie. De overige vaccinaties kiezen de ouders zelf of ze dit willen.
C
Alle vaccinaties van het vaccinatieschema van K&G zijn gratis.
D
Kinderen die verkouden zijn, vaccineren we beter niet. Dan stelling we de vaccinatie beter uit.

Slide 3 - Quiz

Welke stelling is correct?
A
Een kinderziekte is een infectieziekte die je doormaakt voor je 2 jaar bent.
B
Je kan best het zieke kind verwijderen van de andere kinderen in één gezin. Zo voorkom je besmetting.
C
De symptomen van kinderziekten worden minder erg naarmate je ouder wordt.
D
Een kinderziekte is een infectieziekte die je (in regel) geen tweede keer kan krijgen.

Slide 4 - Quiz

Een algemeen ziekteverschijnsel is koorts. Welke stelling met betrekking tot koorts is correct?
A
Om de koorts te meten bij een kind van vier maanden gebruik je best een digitale thermometer.
B
Wanneer een kind koortsstuipen heeft, hou je het best goed vast.
C
Een lauw bad geven aan een kind om de koorts te doen dalen is een goed idee.
D
In de opvang mag je eenmalig een dosis paracetamol toedienen bij koorts.

Slide 5 - Quiz

Hoe kan je uitdroging bij een kind herkennen?

Slide 6 - Mind map

Wat kan je bij braken en diarree observeren?

Slide 7 - Mind map

Waaraan kan je merken dat een kind ziek is?

Slide 8 - Mind map