H4.4 vergelijkingen

Opbouw H4
4.1: Omgekeerd evenredig
4.2: Allerlei formules en grafieken
4.3: Formules bij hetzelfde verband
4.4: Vergelijkingen oplossen
1 / 19
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Opbouw H4
4.1: Omgekeerd evenredig
4.2: Allerlei formules en grafieken
4.3: Formules bij hetzelfde verband
4.4: Vergelijkingen oplossen

Slide 1 - Slide

H4.4 vergelijkingen

Slide 2 - Slide

Wat is een voorbeeld van een vergelijking?
A
B
C

Slide 3 - Quiz

4.4 vergelijkingen oplossen
3 manieren:

-oplossen met grafieken
-oplossen met inklemmen
-oplossen met balansmethode

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

4.4 Vergelijkingen oplossen
oplossen via inklemmen
a26a+8=4

Slide 6 - Slide

4.4 Vergelijkingen oplossen
oplossen via inklemmen

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Los op met behulp van de balansmethode

Slide 9 - Open question

Los op met de balansmethode:
2a + 18 = 6a + 30

Slide 10 - Open question

4.4 Vergelijkingen oplossen
oplossen via de balansmethode
DHL: kosten (euro's)= 3  x gewicht (kilo) +5 
PostNL: kosten (euro's)= 5,5 x gewicht (kilo) +2

Bij hoeveel kilo zijn deze bezorgdiensten even duur?

stap 1: schrijf de vergelijking op

              3g+ 5 = 5,5g + 2








Slide 11 - Slide

Nu oplossen!
Stap 2: Haal de variabele weg aan één kant. 

5,5g       + 2           =             3g
 -3g                                       -3g
        2,5g +         2    =                             5      

Slide 12 - Slide

Next
Stap 3: Je gaat nu de losse getallen weghalen aan de kant van de variabele:

2,5g + 2 =  5
            -2      -2
2,5g        =   3     

Slide 13 - Slide

Ten slotte
Stap 3: Je wilt dat het getal voor de variabele 1 word. Dus je gaat delen door dat getal.

2,5g      = 3
: 2,5       :2,5
 g =  1,2
Dus bij 1,2 kilo zijn ze even duur.

Slide 14 - Slide

Als je het coördinaat van
snijpunt A moet berekenen, welke twee formules heb je dan nodig? Schrijf ze allebei op.

Slide 15 - Open question

Welke manier is het handigste om te gebruiken wanneer je twee lineaire verbanden met elkaar gaat vergelijken?
A
Oplossen met een grafiek
B
Oplossen met de balansmethode
C
Oplossen met inklemmen

Slide 16 - Quiz

Welke manier is het handigste om te gebruiken om snijpunt B op te lossen?
A
Oplossen met een grafiek
B
Oplossen met de balansmethode
C
Oplossen met inklemmen

Slide 17 - Quiz

Als je het coördinaat van
snijpunt B moet berekenen, welke twee formules heb je dan nodig? Schrijf ze allebei op.

Slide 18 - Open question

Maken: §4.4 



10 minuten zelfstandig (in stilte)

Daarna mag je zachtjes overleggen.


Loop je vast? Lees eerst de theorie!


Ben je klaar? 

  • Nakijken.
  • Achterstanden wegwerken.
  •  Werken aan een ander vak.
  • Volgende les Deel 2 meenemen
timer
10:00

Slide 19 - Slide