NT2 meervoud

Meervoud

NT2 - A1/A2 
1 / 32
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsSpeciaal OnderwijsBeroepsopleiding

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Meervoud

NT2 - A1/A2 

Slide 1 - Slide

 oe-ui-eu-ei-ie-ij- ou- au
Woorden met tweeklank + medeklinker: + en

De stoel - Drie stoelen
De tuin - Twee tuinen
De zoen - Drie zoenen


Slide 2 - Slide

Woorden met a, e, o, u, i 
Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 1 medeklinker? 
In meervoud 2 medeklinkers + en 

De zin (i = korte klank) Drie zinnen
De juf (u = korte klank) Twee juffen
Het bos  (o = korte klank) De bossen

Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 2 medeklinkers? 
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken





Slide 3 - Slide

Woorden met aa, ee, oo, uu
Woorden met lange klank aa, ee, oo, uu en 1 medeklinker worden in het meervoud a, e, o, u. Je hoort wél lange klank.

Het brood (oo = lang) - De broden
De muur (uu = lang) - De muren        
Woorden met lange klank aa, ee, oo, uu en 2 medeklinkers?
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken

Slide 4 - Slide

Na e, -el, -em, -en, -er, –ie: –s
Na e, - el, -em, -er en –ie komt in het in het meervoud –s. 
Het kopje (kort) - De kopjes (meisje – meisjes)
De tafel - De tafels
De bezem - De bezems
De jongen -  De jongens
De letter - De letters
De vakantie - De vakanties         


Slide 5 - Slide

F->V en S->Z
Let op:
De brief – twee brieven
De golf – twee golven
De roos – twee rozen
Het huis – twee huizen
De f wordt in het meervoud een v.
De s wordt in het meervoud een z.     


Slide 6 - Slide

Na –a, -i, -o, -u en –y: 's
Na –a, -i, -o, -u en –y op het einde is het meervoud ‘s (komma S).
De opa - De opa’s
De taxi - De taxi’s
De auto - De auto’s
De paraplu - De paraplu’s
De baby - De baby’s


Slide 7 - Slide

Wat is goed?
de klok
A
drie kloken
B
drie kloks
C
drie klokken
D
drie kloke

Slide 8 - Quiz

Woorden met a, e, o, u, i 
Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 1 medeklinker? 
In meervoud 2 medeklinkers + en 

De zin (i = korte klank) Drie zinnen
De juf (u = korte klank) Twee juffen
Het bos  (o = korte klank) De bossen

Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 2 medeklinkers? 
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken





KLOK

Slide 9 - Slide

Wat is goed?
de krant
A
twee krante
B
twee krants
C
twee krantten
D
twee kranten

Slide 10 - Quiz

Woorden met a, e, o, u, i 
Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 1 medeklinker? 
In meervoud 2 medeklinkers + en 

De zin (i = korte klank) Drie zinnen
De juf (u = korte klank) Twee juffen
Het bos  (o = korte klank) De bossen

Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 2 medeklinkers? 
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken





KRANT

Slide 11 - Slide

Wat is goed?
de kamer
A
Hij woont in een huis met 3 kammeren
B
Hij woont in een huis met 3 kamers
C
Hij woont in een huis met 3 kameren
D
Hij woont in een huis met 3 kamer's

Slide 12 - Quiz

Na e, -el, -em, -en, -er, –ie: –s
Na e, - el, -em, -er en –ie komt in het in het meervoud –s. 
Het kopje (kort) - De kopjes (meisje – meisjes)
De tafel - De tafels
De bezem - De bezems
De jongen -  De jongens
De letter - De letters
De vakantie - De vakanties         


KAMER

Slide 13 - Slide

Wat is goed?
de paprika
A
5 paprikas
B
5 paprikaas
C
5 paprika
D
5 paprika's

Slide 14 - Quiz

Na –a, -i, -o, -u en –y: 's
Na –a, -i, -o, -u en –y op het einde is het meervoud ‘s (komma S).
De opa - De opa’s
De taxi - De taxi’s
De auto - De auto’s
De paraplu - De paraplu’s
De baby - De baby’s


PAPRIKA

Slide 15 - Slide

Wat is goed?
de boodschap
A
boodschapen doen
B
boodschap doen
C
boodschappen doen
D
boodschaps doen

Slide 16 - Quiz

Woorden met a, e, o, u, i 
Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 1 medeklinker? 
In meervoud 2 medeklinkers + en 

De zin (i = korte klank) Drie zinnen
De juf (u = korte klank) Twee juffen
Het bos  (o = korte klank) De bossen

Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 2 medeklinkers? 
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken





BOODSCHAP

Slide 17 - Slide

Wat is goed?
de poot
A
Een hond loopt op 4 pooten.
B
Een hond loopt op 4 poot.
C
Een hond loopt op 4 poten.
D
Een hond loopt op 4 pootten.

Slide 18 - Quiz

Woorden met aa, ee, oo, uu
Woorden met lange klank aa, ee, oo, uu en 1 medeklinker worden in het meervoud a, e, o, u. Je hoort wél lange klank.

Het raam (aa = lang) - De ramen
Het been (ee = lang) - De benen
Het brood (oo = lang) - De broden
De muur (uu = lang) - De muren        

POOT

Slide 19 - Slide

Wat is goed?
het been
A
Ik heb 2 benen.
B
Ik heb 2 bene.
C
Ik heb 2 beenen.
D
Ik heb 2 been.

Slide 20 - Quiz

Woorden met aa, ee, oo, uu
Woorden met lange klank aa, ee, oo, uu en 1 medeklinker worden in het meervoud a, e, o, u. Je hoort wél lange klank.

Het raam (aa = lang) - De ramen
Het been (ee = lang) - De benen
Het brood (oo = lang) - De broden
De muur (uu = lang) - De muren        

BEEN

Slide 21 - Slide

Wat is goed?
de baby
A
Dat zijn 2 lieve babies.
B
Dat zijn 2 lieve baby's.
C
Dat zijn 2 lieve babys.
D
Dat zijn 2 lieve babie.

Slide 22 - Quiz

Na –a, -i, -o, -u en –y: 's
Na –a, -i, -o, -u en –y op het einde is het meervoud ‘s (komma S).
De opa - De opa’s
De taxi - De taxi’s
De auto - De auto’s
De paraplu - De paraplu’s
De baby - De baby’s


BABY

Slide 23 - Slide

Wat is goed?
de juf
A
Op isk zijn veel juffen.
B
Op isk zijn veel jufs.
C
Op isk zijn veel jufen.
D
Op isk zijn veel juf.

Slide 24 - Quiz

Woorden met a, e, o, u, i 
Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 1 medeklinker? 
In meervoud 2 medeklinkers + en 

De zin (i = korte klank) Drie zinnen
De juf (u = korte klank) Twee juffen
Het bos  (o = korte klank) De bossen

Woorden met korte klank a, e, o, u, i en 2 medeklinkers? 
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken





JUF

Slide 25 - Slide

Wat is goed?
het paard
A
Ik hou van paard.
B
Ik hou van paarde.
C
Ik hou van paards.
D
Ik hou van paarden.

Slide 26 - Quiz

Woorden met aa, ee, oo, uu
Woorden met lange klank aa, ee, oo, uu en 1 medeklinker worden in het meervoud a, e, o, u. Je hoort wél lange klank.

Het brood (oo = lang) - De broden
De muur (uu = lang) - De muren        
Woorden met lange klank aa, ee, oo, uu en 2 medeklinkers?
+en
de lamp - de lampen
de jurk - de jurken

Slide 27 - Slide

Maak in je blauwe boek
Bladzijde 147 oefening 20, 21 en 22

Slide 28 - Slide

Vandaag en morgen
Weet je het nog? 
eergisteren
gisteren
vandaag
morgen
overmorgen
Maak oefening 23 bladzijde 150

Slide 29 - Slide

Samen luisteren
oefening 7 tot en met 11 bladzijde 137-140
Bladzijde 151 
oefening 25 e-ee-ie
oefening 26 i-r
oefening 27 waar ligt het accent?
oefening 28 tel de woorden
oefening 29 zeg de zinnen na
oefening 37 bladzijde 156 

Slide 30 - Slide

Op de laptop
Login bij Coutinho.nl | wachtwoord: isk-2b11
Ga naar: je naam rechts bovenin
Ga naar: online producten en activeren
Ga naar: online studiemateriaal
Maak Grammatica en Uitspraak les 5 af


Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide