SPOT AAN !
Kinderboekenweek 2026
SPOT AAN !
Kinderboekenweek 2026
Vraag: Wat zie je? Wat valt je op? Wat zou hier kunnen gebeuren? Wie zou er straks onder de schijnwerper kunnen staan? Laat kinderen vrij associëren.
Doe: Maak het lokaal even donker als dat kan. Gebruik eventueel een zaklamp of echte lamp als ‘schijnwerper’.
Zeg: De schijnwerper gaat aan… wie verschijnt er? Laat één leerling kort onder de lamp staan. Daarna een tweede. Maak er een klein mysterie van: Wat zou er op dit podium kunnen gebeuren?
WAT IS EEN SPOT?
Een spot is een lamp die heel gericht op één plek schijnt. Bij een voorstelling gebruiken we bijvoorbeeld spots om een acteur, danser of zanger goed zichtbaar te maken. Een andere naam voor zo'n lamp is een schijnwerper.
Maak vervolgens de koppeling met het thema: Als de spot aangaat, weet je: daar gebeurt iets!
Verplaats deze spot.
Wie staat er in de schijnwerper?
Klik vlak boven over onder de tekst op de cirkel. Deze cirkel is een spot die je kunt verplaatsen over de pagina. Wanneer je de spot beweegt over de pagina, verschijnen er drie acts. Kunnen de leerlingen zien wie er in de schijnwerper staan? (een ballerina, twee acrobaten op een trapeze en een jongleur op een eenwieler.
Doen: Gebruik je zaklamp. Schijn achtereenvolgens op: een stoel, een boek, een leerling, een knuffel.
Vraag steeds: Wat staat er nu in de schijnwerper?
Wat gebeurt er als de schijnwerpers aangaan?
WAT ZOU JIJ DOEN?
Vertel dat er allerlei dingen kunnen gebeuren als de schijnwerpers aangaan.
Wat zou jij doen als er ineens een schijnwerper op jou gericht was?
Doen: de schijnwerper
Noem steeds een activiteit.
Bijvoorbeeld: De schijnwerper gaat aan… en jij bent een zanger! Leerlingen beelden dit uit.
Voorbeelden voor daarna: danser, goochelaar, acteur, clown, voetballer, presentator, superheld, etc.
Maak het steeds groter en fantasierijker.
Heb jij weleens in de schijnwerpers gestaan?
Heb je weleens voor andere mensen opgetreden? Wat deed je? Voor wie?
Vond je het leuk? Was je zenuwachtig? Wat voelde je toen iedereen naar jou keek?
Ook kinderen die nooit echt hebben opgetreden kunnen meedoen. Vraag dan: Heb je weleens iets laten zien waar je heel trots op was?
Belangrijk: Maak duidelijk dat in de schijnwerpers staan niet altijd leuk hoeft te zijn. Sommige mensen vinden het heerlijk. Andere mensen worden zenuwachtig. Allebei is normaal.
Moet iemand echt bestaan om in de schijnwerpers te kunnen staan?
Nee!
In een boek kan iedereen
in de schijnwerpers staan.
Laat leerlingen één personage kiezen.
Daarna: De schijnwerper gaat aan… en jij bent een draak! Laat de kinderen de bewegingen en geluiden bedenken. Herhaal met enkele andere personages.
Voorbeeld personages: kind, hond, draak, heks, robot, leeuw, buitenaards wezen, etc.
Kies een kaft &
bedenk het verhaal
Klik een voor een langs de vijf boeken. Laat de leerlingen nog niets over de verhalen weten. Het gaat nu juist om kijken en fantaseren.
Vraag: Welke cover trekt jouw aandacht? Daarna: Wat denk je dat er in dit boek gaat gebeuren?
1. Prinses Arabella in het theater
2. Het luchtcircus
3. De beer en de piano
4. Een panda op het podium
5. Zing zing zing de wereld rond
Kijk goed naar de kaft op de slide. Je hebt alleen de kaft. Wat kun je al ontdekken? Wie zie je? Waar zijn ze? Wat doen ze? Hoe voelen ze zich? Wat zou er kunnen gebeuren?
Leg uit dat je aan een boekcover al heel veel kunt aflezen. Maar er is geen goed of fout antwoord. Het gaat om voorspellen en fantaseren.
Kies een van de vijf kaften om zelf het verhaal bij te verzinnen.
Kun jij het verhaal bedenken?
EIND
Hoe loopt het af?
BEGIN
Wie zijn er?
Waar zijn ze?
MIDDEN
Wat gebeurt er?
Introduceer nu heel kort begin, midden en einde. Gebruik daarbij eenvoudige taal: Eerst gebeurt er iets. Dan gebeurt er iets nieuws. En uiteindelijk loopt het verhaal af. Klik op de hotspots als je de kaften weer even opnieuw wil zien.
Voorbeeld bij een afbeelding van een beer met een piano:
Begin: De beer vindt een piano in het bos.
Midden: Hij ontdekt dat hij heel goed kan spelen en iedereen komt luisteren.
Einde: De beer geeft een groot concert voor alle dieren.
Maak met de klas gezamenlijk een verhaal. Benadruk dat dit jullie eigen verzonnen verhaal is. Het hoeft niet het echte verhaal uit het boek te zijn.
HET VERHAAL SPELEN
Vertel dat het verhaal nu niet alleen verteld wordt. Denk ook aan rollen achter de schermen:
- iemand die de muziek maakt
- iemand die de schijnwerper vasthoudt
- iemand die geluiden maakt
- iemand die het decor speelt
- een verteller
Zo kunnen veel kinderen meedoen.
Acteer zonder woorden
Kun je het laten zien zonder te praten?
Spinner - Acteer zonder woorden
Doel: Kinderen ontdekken dat je met houding, gezicht en beweging een verhaal kunt vertellen.
Laat de kinderen oefenen met emoties. Draai aan de spinner om te kijken welke emoties de leerlingen moeten uitbeelden.
Extra doorvragen: Hoe ziet iemand eruit die heel zenuwachtig is? Hoe loopt iemand die supertrots is? Hoe reageert iemand die ineens een draak ziet?
SPOT AAN !
Laat één of meerdere groepjes het zelfbedachte verhaal uitspelen. De rest van de klas is publiek. Gebruik de zaklamp of een echte lamp als schijnwerper. Als de schijnwerper aangaat, begint het verhaal. Als de schijnwerper uitgaat, stopt het verhaal.
Extra leuk, Laat de klas geluiden maken! Applaus, wind, regen, muziek, dieren,
publiek, etc. Zo wordt de hele klas onderdeel van de voorstelling.
Wat hebben we ontdekt?
EEN BOEK KAN JE LATEN . . .
This item has no instructions
SPOT UIT!
Kinderboekenweek 2026
This item has no instructions