5.1 Het Rijk van Karel de Grote

5.1 Het Rijk van Karel de Grote

Leerdoel(en):

  1. Je weet hoe het rijk van de Franken ontstond, groeide en uiteenviel

  2. Je kunt uitleggen wat feodale verhoudingen in het bestuur zijn.

1

minute

00

second

  1. De telefoon blijft thuis of in de kluis

  2. We respecteren elkaar en elkaars spullen; we laten elkaar uitspreken en behandelen elkaar met respect.

  3. Je komt goed voorbereid naar de les; materiaal goed voor elkaar, ingelezen, huiswerk gemaakt.

  4. Eten, drinken of naar het toilet doen we na de les of in de pauze

  5. We gebruiken de laptop uitsluitend voor schooldoeleinden

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.1 Het Rijk van Karel de Grote

Leerdoel(en):

  1. Je weet hoe het rijk van de Franken ontstond, groeide en uiteenviel

  2. Je kunt uitleggen wat feodale verhoudingen in het bestuur zijn.

1

minute

00

second

  1. De telefoon blijft thuis of in de kluis

  2. We respecteren elkaar en elkaars spullen; we laten elkaar uitspreken en behandelen elkaar met respect.

  3. Je komt goed voorbereid naar de les; materiaal goed voor elkaar, ingelezen, huiswerk gemaakt.

  4. Eten, drinken of naar het toilet doen we na de les of in de pauze

  5. We gebruiken de laptop uitsluitend voor schooldoeleinden

Na de val van het Romeinse rijk

Gevolgen val van het Romeinse rijk:


  1. Veiligheid neemt af; Romeinse grenzen/wegen worden niet meer beschermd.


  1. Handel neemt af; handelaren kunnen zich niet meer vrij bewegen door Europa.


  1. Afname in ontwikkeling; handelaren namen kennis met zich mee, dit gebeurde niet meer.


  1. Steden raken verlaten; steden zijn afhankelijk van handelaren voor voedsel, mensen uit steden vertrekken en zoeken veiligheid op domeinen.

De gevluchte mensen uit de stad zoeken 'veiligheid' op het land (domein) van lokale heren.

Dit systeem noemen we het hofstelsel.


Deze nieuwe inwoners noemen we 'horigen'.

Wat is een horige?



A

Een vrije boer die bij een domein hoort, de persoon mag gaan en staan waar hij/zij wil.

B

Een middeleeuwse term voor een slaaf, iemand die dus eigendom is van de heer.

C

Een onvrije boer die bij een domein hoort, de persoon mag binnen het domein doen wat hij/zij wil, ze mogen er alleen niet af.

D

Een andere woord voor boer, deze persoon mag op het land van een heer wonen als hij beloofd pacht (huur) te betalen.

Wat moesten horigen doen op het domein in ruil voor veiligheid?

A

Herendiensten

B

Pacht betalen

C

Dienen in het leger van de heer

D

Geld betalen (belasting)

Frankische Rijk

  • Na val Romeinse rijk > Frankische rijk


  • Karel Martel (689 - 741), Karel de Grote (747 - 814)


  • Karel bestuurd zijn zelfstandig zijn rijk, wordt lastig door:

    • Moerasachtig, bosrijk gebied

    • Slechte wegen (Romeinse wegen verdwenen)

    • Afstand tussen dorpen


  • Karel maakt gebruik van zendgraven om alles in zijn rijk te controleren.


  • Bestuur van het Frankische rijk is niet effectief.

Feodale stelsel

  • Karel de Grote benoemt trouwe dienaren tot vazal.


  • Deze Vazallen krijgen een stuk land in leen als dank voor bewezen diensten


  • In ruil hiervoor moeten de Vazallen:

    1. Een eed van trouw zweren

    2. Leger sturen als de koning hier om vraagt

    3. Advies geven als de koning hier om vraagt

    4. Belasting en rechtspreken op het land.


  • Deze eerste Vazallen verdelen het land weer verder op onder trouwe dienaren.

Bedenk een reden waarom mensen hun land zouden uitlenen aan anderen?

Feodalisme / leenstelsel

  • Leenstelsel/feodaliteit (politiek/economisch)

  • Het gebied wordt uitgeleend (niet weggegeven)


  • De persoon die het uitleent = leenheer

  • De persoon die het in leen krijgt = leenman


  • Dus.... 1 is een leenheer van 2 en 2 is een leenman van 1

  • Maar 2 is een leenheer van 3


  • Zo kan één persoon zowel leenheer als leenman zijn

Wat is nummer 1


van


Nummer 2

A

Leenheer

B

Leenman

C

Niets

Wat is nummer 2


van


Nummer 1

A

Leenheer

B

Leenman

C

Niets

Wat is nummer 1 0


van


Nummer 13

A

Leenheer

B

Leenman

C

Niets

Wat is nummer 17


van


Nummer 16

A

Leenheer

B

Leenman

C

Niets

Wat is nummer 1


van


Nummer 6

A

Leenheer

B

Leenman

C

Niets

Stel je voor jij bent eigenaar van land nummer 2 en de koning komt te overlijden. Wat gebeurt er dan met jouw land?

Nadelen feodalisme

  • Wat gebeurt er als de koning dood gaat?


  • Vazallen gaan het land als hun eigen beschouwen en niet meer als een 'leen'


  • Steeds vaker wordt het land op de zoon overgegeven (erfelijk)


  • Vazallen gaan zich zelf belangrijker vinden dan de koning

Leerdoelen:

Je weet hoe het rijk van de Franken ontstond, groeide en uiteenviel

  1. Na de van val het Romeinse Rijk, werd een deel bezet door de Franken zij stichten het Frankische rijk. Onder Karel Martel en Karel de Grote bereikte het Frankische Rijk zijn grootste omvang. Doordat leenmannen land als erfelijk gingen beschouwen versplinterde het Frankische rijk.


Je kunt uitleggen wat feodale verhoudingen in het bestuur zijn.

  1. Karel de Grote gaf trouwe bondgenoten, stukken land in leen. In ruil hiervoor moesten zij: eed van trouw zweren, leger sturen als koning hier om vroeg, advies geven als de koning hier om vroeg, belasting innen en rechtspreken op het geleende land. Deze afspraken noemen wij feodale verhoudingen.

  2. De person die het land geeft wordt hiermee een leenheer de persoon die het land in leen krijgt wordt een leenman (vazal). Bij de eed van trouw moest hoe hij de volgende dingen beloven:

    1. Leger sturen als de koning hier om vraagt

    2. Advies geven als de koning hier om vraagt

    3. Belasting en rechtspreken op het land.