Oefentoets veevoeding 2.5, 3.2 en 3.3

Oefentoets veevoeding
  • Deze toets gaat over paragraaf 2.5, 3.2 en 3.3
  • Bekijk eerst de volgende video over de eiwit vertering. Maak daarna de vragen. 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
veehouderijMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slide and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Oefentoets veevoeding
  • Deze toets gaat over paragraaf 2.5, 3.2 en 3.3
  • Bekijk eerst de volgende video over de eiwit vertering. Maak daarna de vragen. 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Hoeveel procent ruw eiwit moet er in het rantsoen zitten van melkkoeien?

Slide 3 - Open question

Zet de RE-gehalten bij de juiste diergroep
Kalveren jonger dan 2 maanden
Drachtige pinken
Droge koeien 
(close-up)
Droge koeien 
(far-off)
18% RE
15 a 16% RE
12 a 13% RE

Slide 4 - Drag question

Welke diergroep heeft het minste eiwit nodig?
A
Drachtige pinken
B
Droge koeien (far-of)
C
Kalveren jonger dan 2 maanden
D
Pinken in de leeftijd van 12 a 15 maanden

Slide 5 - Quiz

Waar wordt onbestendig eiwit afgebroken?
A
in de lebmaag
B
in de darmen
C
in de pens
D
in de lever

Slide 6 - Quiz

Waar wordt bestendig eiwit afgebroken?
A
In de darmen
B
in de lebmaag
C
in de lever
D
in de pens

Slide 7 - Quiz

Waaruit bestaat onbestendig eiwit?
A
Aminozuren en ammoniak
B
Ammoniak en microbieel eiwit
C
Microbieel eiwit en ureum
D
Ureum en aminozuren

Slide 8 - Quiz

Hoe noemen we pensmicroben als ze zijn afgestorven in de lebmaag?
A
Aminozuren
B
Ammoniak
C
Microbieel eiwit
D
Ureum

Slide 9 - Quiz

Waaruit bestaat DVE?
A
Aminozuren + onbestendig eiwit
B
Pensmicroben + onbestendig eiwt
C
Microbieel eiwit + pensmicroben
D
verteerbaar bestendig eiwit + microbieel eiwit

Slide 10 - Quiz

Wat hebben pensmicroben nodig om alle onbestendig eiwit op te kunnen nemen?
A
Ruwe celstof
B
Bestendig eiwit
C
pH < 6
D
Energie uit onbestendige koolhydraten

Slide 11 - Quiz

Wat moet je meer bijvoeren als het ureum > 30 is en het melkeiwit 3,45%
A
Voedermiddelen met veel RE en weinig energie
B
Voedermiddelen met veel energie en weinig RE
C
Voedermiddelen met weinig RE en weinig energie
D
Voedermiddelen met veel structuur en hoog DS%

Slide 12 - Quiz

Wanneer er veel onbestendig eiwit verloren gaat, kan je dat zien aan ...
A
Ureum gehalte in de melk > 25
B
Schuim op de mest
C
Vet% - eiwit% > 1,5
D
Eiwit% < vet%

Slide 13 - Quiz

Hieronder staan vier beweringen over een koe met een negatieve energiebalans (NEB). Eén is niet waar, Welke is dat?
A
Laag eiwit% in de melk
B
Hoog vet% in de melk
C
Laag vet% in de melk
D
Conditiescore van de koe gaat omlaag

Slide 14 - Quiz

Wanneer de NEB te groot is, krijgt een koe ....
A
Pensverzuring
B
Ketose
C
Melkziekte
D
Bevangenheid

Slide 15 - Quiz

Zoek op in de voederwaarde calculator. Wat is de VEM/kg DS van sojaschroot, RC > 70 g/kg?
Alleen een getal invullen!

Slide 16 - Open question

Zoek op in de voederwaarde calculator. Wat is de DVE/kg DS van bierbostel, traditioneel proces, DS < 250 g/kg. Alleen een getal invullen!

Slide 17 - Open question

Welke van de onderstaande voedermiddelen is eiwitrijk
A
Aardappelvezels
B
Bietenperspulp
C
Raapzaadschroot
D
Snijmaïs

Slide 18 - Quiz

Een graskuil bevat 380 VEM/kg en 40% DS. Bereken de VEM/kg DS.
Alleen een getal intypen!

Slide 19 - Open question

Wat is de VEM behoefte van een koe die 33 kg meetmelk geeft.
Alleen een getal intypen.

Slide 20 - Open question

Wat is de DVE behoefte van een koe die 27 kg meetmelk geeft.

Slide 21 - Open question

Een koe kan 19890 VEM opnemen uit een rantsoen. Hoeveel kg meetmelk kan ze hiervan produceren?

Slide 22 - Open question