Taalcompleet A2 thema 1

TaalCompleet A2 thema 1
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

TaalCompleet A2 thema 1

Slide 1 - Slide

Luister naar de docent en schrijf op.
1

Slide 2 - Open question

Luister naar de docent en schrijf op.
2

Slide 3 - Open question

Luister naar de docent en schrijf op.
3

Slide 4 - Open question

Ik ben blij, want

Slide 5 - Open question

We hebben een tuin, maar

Slide 6 - Open question

Ik heb geen geld, dus

Slide 7 - Open question

Mijn oudste dochter is elf en

Slide 8 - Open question

Ik ga met de tram of

Slide 9 - Open question

Kook je vaak rijst?
Wat is het hele werkwoord?

Slide 10 - Open question

Sylvie zet haar fiets in de schuur.
Wat is het hele werkwoord?

Slide 11 - Open question

Ik schrijf een kaart.
Wat is het hele werkwoord?

Slide 12 - Open question

Nicole leest een boek.
Wat is het hele werkwoord?

Slide 13 - Open question

Joanne snijdt de groente.
Wat is het hele werkwoord?

Slide 14 - Open question

Maak een zin met de woorden:
'drukken op'.

Slide 15 - Open question

Maak een zin met de woorden:
'mijn pinpas'.

Slide 16 - Open question

Maak een zin met het woord:
'veilig'.

Slide 17 - Open question

Maak een zin met de woorden:
'stoppen in'.

Slide 18 - Open question

Maak een zin met het woord:
'vervolgens'.

Slide 19 - Open question

We zitten achter een ... computer.
A
zwart
B
zwarte

Slide 20 - Quiz

De deur is ...
A
grijs
B
grijze

Slide 21 - Quiz

Het bord is ...
A
wit
B
witte

Slide 22 - Quiz

Ik schrijf met een ... pen.
A
blauw
B
blauwe

Slide 23 - Quiz

Zij draagt een ... blouse.
A
katoen
B
katoene
C
katoenen

Slide 24 - Quiz

Er zijn
Er is
ramen
tafels
stoelen
computers
een deur
een vloer
een smartboard
een witbord

Slide 25 - Drag question

Gebruik een vergelijking en het woordje dan.

Bijvoorbeeld:
'Mijn kop is groter dan jouw kop.' 

Slide 26 - Slide

Vergelijk: 'Mijn pen' en 'jouw pen'.

Slide 27 - Open question

Vergelijk: 'de trein' en 'de fiets'.

Slide 28 - Open question

Vergelijk: 'wortels' en 'koekjes'.

Slide 29 - Open question

Ben je klaar voor de toets
van thema 1?
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll