NASK II H3

Samenvattig hoofdstuk 3 uit vier mavo
1 / 46
next
Slide 1: Slide
nask2Middelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijsvmbo g, tLeerroute VGLeerroute VTLeerjaar 4

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Samenvattig hoofdstuk 3 uit vier mavo

Slide 1 - Slide

Verbrandingen

Slide 2 - Mind map

Verbrandingen
Verbrandingsreacties

Slide 3 - Slide

Stoffen
Voorwaarden verbranding

Slide 4 - Slide

Fossiele brandstoffen
(Bijv.: diesel, benzine, lpg & campinggas) = uit aardolie, beperkt! 

Lucht
  • 21 % zuurstof
  • 78 % stikstof
  • overige gassen; koolstofdioxide & edelgassen

Ontbrandingstemperatuur = verschillend per brandstof

Slide 5 - Slide

Waarom verbranding?
  • Vrijkomen van energie;
  • Warmte,
  • Beweging, 
  • Vuilverbranding

Slide 6 - Slide

Verbrandingsverschijnselen
  • Vlam = hoeveelheid gloeiend gas
  • Vonken = kleine vaste gloeiende deeltjes die wegspringen of met hete rook omhoogstijgen
  • Rook = zeer fijn verdeelde vaste deeltjes die NIET gloeien (niet heet genoeg)
  • Asresten = vrijgekomen vaste stoffen die GEEN rook of vonken vormen

Slide 7 - Slide

Verbrandingen
Brand blussen

Slide 8 - Slide

Waarom mag je de
frituurpan
niet met water blussen?
A
Een vloeistof kun je niet met een andere vloeistof blussen.
B
Het vuur en de hete olie brengen het water aan de kook.
C
Je kunt de olie niet afkoelen tot onder de ontbrandingstemp.

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Video

Brand en explosie
  • Brand = ongecontroleerde verbrandingsreactie
  • Explosie = een zeer snelle en hevige verbrandingsreactie (vaak gevolgd door brand)
Brand blussen
  • Afkoelen tot onder ontbrandingstemperatuur
  • Brandstof weghalen
  • Aanvoer zuurstof afsluiten

Slide 11 - Slide

Verbrandingen
Rekenen

Slide 12 - Slide

  • Bij een verbrandingsreactie reageren de brandstof en zuurstof in een vaste massaverhouding
  • Overmaat = een gedeelte van een beginstof blijft na afloop van de reactie over.
Een overmaat aan zuurstof is geen probleem, dit mengt zich met de lucht. 
Een overmaat van een andere stof is meestal ongewenst > het reactieproduct is GEEN zuivere stof!

Slide 13 - Slide

Stoffen reageren altijd in een bepaalde verhouding met elkaar > zie coëfficiëntgetallen in de reactievergelijking.
  1. Reactievergelijking
  2. Massaverhouding noteren:
    - Molecuulmassa's uitrekenen > ... u 
    - Massa vóór de reactie = massa na de reactie
  3. Bereken gevraagde stof m.b.v. verhoudingstabel
Weet je nog?

Slide 14 - Slide

Overschot uitrekenen
Je hebt 60 gram magnesium en 45 gram zuurstof. Wat is het overschot? (1 Mg atoom 24,3 U. 1 O atoom 16 U)






Er is maar 39 gram zuurstof nodig. 
Er is dus 45 gram - 39 gram = 6 gram zuurstof overschot.
RV:  2 Mg (s) + O2 (g)      2 MgO (s)
MV:   49 u      + 32 u           81 u
           49 gr    + 32 gr         81 gr 

Slide 15 - Slide

Je wil 80 gram magnesium verbranden. Hoeveel zuurstof is er nodig? (1 Mg = 24,3 U 1 O = 16 U

Slide 16 - Open question

Je verbrandt 20 gram calcium (1 atoom 40,1U) met 10 gram zuurstof (1 O atoom=16U. Welke stof is in overmaat en hoeveel?

Slide 17 - Open question

Is hier sprake geweest van een volledige verbranding?
A
Ja
B
Nee

Slide 18 - Quiz

Verbrandingen
(On)volledige verbranding

Slide 19 - Slide

Aardgas
Aardgas = mengsel dat bestaat uit methaan (80%) en stikstof.
Aardgas verbranden
  • Methaan = CH4 
  • Bij volledige verbranding ontstaat CO2 (g), H2O (g) en energie.
Brandbare stof
Kleur- en geurloos

Slide 20 - Slide

In methaanmoleculen is energie opgeslagen = chemische energie 
Aardgas verbranden
  • CH4 (g) + 2 O2 (g)        CO2 (g) + 2 H2O (g) 
Wordt niet weergegeven in de reactievergelijking!
Bijv. licht & warmte

Slide 21 - Slide

Oxidatie = reactie tussen zuurstof en een andere stof
Bij een verbranding ontstaan zuurstofverbindingen = oxiden. Bij een verbranding met voldoende zuurstof ontstaan oxiden van de elementen in de brandstof.
Methaan is C en H
Na verbranding CO2 en H2O

Koper > koperoxide
Magnesium > magnesiumoxide 

Slide 22 - Slide

Aantonen verbrandingsprod.
Reagens = stof die een andere stof zichtbaar maakt
Vb.: 
  • Wit kopersulfaat kleurt blauw bij contact met water
  • Koolstofdioxide maakt helder kalkwater troebel
Producten zijn niet altijd te zien. Denk aan waterdamp en koolstofdioxide. Je kunt ze wel aantonen

Slide 23 - Slide

Ook zuivere zuurstof kun je aantonen; een gloeiende houtspaander gaat feller branden/gloeien als hij in contact komt met zuivere zuurstof. 

Een gloeiende houtspaander is een reagens op zuivere zuurstof. 
Weet je nog?

Slide 24 - Slide

Onvolledige verbranding
Volledige verbranding
  • voldoende zuurstof
Onvolledige verbranding
  • Onvoldoende zuurstof
  • Andere reactieproducten
Zeer giftig gas!

Slide 25 - Slide

Volledige verbranding
Onvolledige verbranding
Zet de elementen in de juiste groep.
Er is sprake van een goede luchttoevoer
Voldoende zuurstof
Er is onvoldoende zuurstof om de brandstof volledig te verbranden
Na de reactie is er een overmaat van de brandstof
Roet
Er ontstaat rook
Er ontstaat CO
Er ontstaat koolstofdioxide

Slide 26 - Drag question

Combineer de juiste afbeelding, term en uitleg.
Vlammen
Rook
Vonken
Asresten
Heet geworden gas dat gaat gloeien.
Kleine vaste, gloeiende deeltjes.
Vrijgekomen vaste stoffen.
Zeer fijn verdeelde zwevende vaste deeltjes.

Slide 27 - Drag question

Verbrandingen
Brandstoffen en milieuvervuiling

Slide 28 - Slide

Fossiele brandstoffen
  • Steenkool       opwekken energie (NL), wordt voor verbranding gezuiverd; cokes.
  • Aardolie (koolwaterstof)       brandstoffen & grondstoffen voor chemische industrie.
  • Nadeel: er komen veel schadelijke stoffen vrij
  • Milieuschade door vrijkomen CO2, SO2 en NO3: 
versterkt broeikaseffect en zure regen

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video

Ammoniak
  • Ammoniak        komt voor in mest.
  • In de bodem wordt het door bacteriën gebruikt als grondstof en omgezet in Salpeterzuur.  
verzuring van de bodem

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Video

CFK's
  • Ozon       komt voor in de ozonlaag, die zich hoog in de dampkring rondom de aarde bevindt. 
  • Ozonlaag absorbeert schadelijke straling van de zon.
  • Cfk's = stoffen die bestaan uit de elementen chloor, fluor en koolstof.
  • In de jaren '79-'80 gebruikt in o.a. koelkasten. 
veroorzaken gat in de ozonlaag

Slide 34 - Slide

Verbrandingen
Reactiesnelheid

Slide 35 - Slide

Snelle verbranding: stof verbrandt bijna onmiddellijk
Voorwaarden: 
  • brandstof en zuurstof komen snel in contact 
  • temperatuur is hoog genoeg

Explosie = hoge reactiesnelheid

Reactiesnelheid = de hoeveelheid stof die in een bepaalde tijd reageert of ontstaat

Langzame verbranding: verbranding zonder vuurverschijnselen, lage reactiesnelheid

Slide 36 - Slide

Reactiesnelheid beïnvloeden
  • soort stof
  • verdelingsgraad fijne verdeling van de stof
  • concentratie de hoeveelheid stof in een mengsel
  • temperatuur hogere temperatuur = snellere reactie
  • katalysator stof die reactiesnelheid verhoogt, zonder daarbij zelf verbruikt te worden

Slide 37 - Slide

Waarom blijven fopkaarsen branden als je ze uitblaast?
A
Het lont koelt onvoldoende af.
B
Er blijft zuurstof beschikbaar.
C
Het stofje magnesium gaat door de tempe-ratuur weer branden.
D
Het kaarsje wordt veel heter dan een normale kaars.

Slide 38 - Quiz

Is er bij de verbrandingsreactie van de vorige vraag sprake van een volledige verbranding?
A
`nee
B
Nee

Slide 39 - Quiz

Wat betekenen de onderstaande pictogrammen?
Explosief
Explosieve, zelfontledende stoffen en organische peroxiden die bij verhitting kunnen ontploffen.
Oxiderend
Oxiderende gassen, vaste stoffen en vloeistoffen die brand en ontploffing kunnen veroorzaken of intensiveren.
Giftig
Chemische stoffen met dit etiket zijn acuut giftig bij contact met de huid. Inademen of inslikken kan dodelijk zijn.
Licht ontvlambaar
Brandbare gassen, aerosolen, vloeistoffen en vaste stoffen. 

Slide 40 - Drag question

Kan koolstofdioxide aangetoond worden?
A
Nee, het is geur- en kleurloos.
B
Nee, het is een gas.
C
Ja, met helder kalkwater.
D
Ja, door het gas te condenseren.

Slide 41 - Quiz

Hoe werkt de aantoningsreactie in de vorige vraag?

Slide 42 - Open question

Wat voor soort stof is wit kopersulfaat?

Slide 43 - Open question

Welke stof veroorzaakt zure regen?
A
Zwavel
B
Ammoniak
C
Stikstofoxiden
D
Zwaveldioxide

Slide 44 - Quiz

Hoe ontstaat zwaveldioxide? Geef de kloppende reactievergelijking.

Slide 45 - Open question

Slide 46 - Link