TA6 5.1.4 1-2-3e persoon

doel:
We gaan leren wat de 1e , 2e en 3e persoon zijn.
1 / 26
next
Slide 1: Slide
TaalBasisschoolGroep 6

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

doel:
We gaan leren wat de 1e , 2e en 3e persoon zijn.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Zinnen in de 
1e persoon enkelvoud
  

  • Ik loop naar huis.
  • Ik val naar beneden.  
  • Ik bak een taart.

Zinnen in de
1e persoon meervoud


  • Wij lopen naar huis.
  • Wij vallen naar beneden.
  • Wij bakken een taart.

Slide 4 - Slide

Zijn jullie er klaar voor?!

Slide 5 - Slide



Ik zal je iets vertellen.
A
1e persoon enkelvoud
B
1e persoon meervoud

Slide 6 - Quiz



Wij spelen op straat.
A
1e persoon enkelvoud
B
1e persoon meervoud

Slide 7 - Quiz

Zinnen in de 
2e persoon enkelvoud
  

  • Je kijkt zo verdrietig.
  • Gaat u naar de supermarkt?
  • Jij moet nu stoppen.

Zinnen in de
2e persoon meervoud


  •  Jullie kijken zo verdrietig.
  •  Gaan jullie naar de supermarkt?
  • Jullie moeten nu stoppen.

    Slide 8 - Slide



    Jullie komen uit een ander land.
    A
    2e persoon enkelvoud
    B
    2e persoon meervoud

    Slide 9 - Quiz



    Jij bent heel aardig..
    A
    2e persoon enkelvoud
    B
    2e persoon meervoud

    Slide 10 - Quiz

    Zinnen in de 
    3e persoon enkelvoud
      

    De hond loopt gek.
    Het  cadeau ligt op tafel.
    Hij is erg lief.

    Zinnen in de
    3e persoon meervoud


    De honden lopen gek.
    De cadeaus liggen op tafel.
    Zij zijn erg lief.

      Slide 11 - Slide



      De cadeaus zijn mooi.
      A
      3e persoon enkelvoud
      B
      3e persoon meervoud

      Slide 12 - Quiz



      De hond is bang.
      A
      3e persoon enkelvoud
      B
      3e persoon meervoud

      Slide 13 - Quiz

      Slide 14 - Slide

      Alles staat door elkaar
      Nu staan

      Slide 15 - Slide



      Jij hebt een fantastisch plan bedacht
      A
      enkelvoud
      B
      meervoud

      Slide 16 - Quiz



      Jij hebt een fantastisch plan bedacht
      A
      1e persoon enkelvoud
      B
      2e persoon enkelvoud
      C
      3e persoon enkelvoud

      Slide 17 - Quiz



      In de duinen staat een rode vuurtoren.
      A
      enkelvoud
      B
      meervoud

      Slide 18 - Quiz



      In de duinen staat een rode vuurtoren.
      A
      1e persoon enkelvoud
      B
      2e persoon enkelvoud
      C
      3e persoon enkelvoud

      Slide 19 - Quiz



      Hebben zij de boeken al ingeleverd.
      A
      1e persoon meervoud
      B
      2e persoon meervoud
      C
      3e persoon meervoud

      Slide 20 - Quiz


      Wij zitten in de klas.
      A
      1e persoon meervoud
      B
      2e persoon meervoud
      C
      3e persoon meervoud

      Slide 21 - Quiz


      Hebben jullie het bord gezien?
      A
      1e persoon meervoud
      B
      2e persoon meervoud
      C
      3e persoon meervoud

      Slide 22 - Quiz


      Wij kennen de verkeersregels.
      A
      1e persoon enkelvoud
      B
      1e persoon meervoud
      C
      2e persoon enkelvoud
      D
      2e persoon meervoud

      Slide 23 - Quiz

      "Ik loop naar huis."

      Wat is het onderwerp in deze zin?

      Slide 24 - Open question

      "Wat gaan we doen?"

      Wat is het onderwerp?

      Slide 25 - Open question

      GOED GEOEFEND!!!!

      Slide 26 - Slide