Klimaten oefenen

Je herhaalt/ leert deze les:
- dat er verschillende klimaatzones op aarde zijn,
- de kenmerken van de klimaatzones,
- de manier waarop klimaten worden ingedeeld.
1 / 43
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Je herhaalt/ leert deze les:
- dat er verschillende klimaatzones op aarde zijn,
- de kenmerken van de klimaatzones,
- de manier waarop klimaten worden ingedeeld.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Welke 5 hoofdklimaten zijn er?

Slide 3 - Open question

Sleep de namen van de 8 klimaten naar de juiste plek:
Tropisch regenwoudklimaat
Gematigd zeeklimaat
Toendraklimaat
Savanneklimaat
Poolklimaat
Steppeklimaat
Woestijnklimaat
Landklimaat

Slide 4 - Drag question

Hoeveel subklimaten hebben we?
A
10
B
12
C
11
D
13

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

Klimaat met weinig neerslag
Klimaat met zachte winters en koele zomers
Klimaat waar het vaak vriest
Klimaat met hoge temperaturen en veel neerslag
Klimaat met warme zomers en koude winters
Zeeklimaat
Landklimaat
Tropisch klimaat
Droog klimaat
Koud klimaat

Slide 7 - Drag question

Slide 8 - Video

Waarom heb je een klimaat ergens op aarde? Dus wat zijn de 5 klimaatfactoren?

Slide 9 - Open question

                                   Zeestromen

Slide 10 - Slide

Loef- en lijzijde

Slide 11 - Slide

Aantekeningen maken!


Ik ga nu per klimaat uitleg geven. Zorg ervoor dat je aantekeningen maakt!

Slide 12 - Slide

A Tropische klimaten:

Slide 13 - Slide

Af - Tropisch Regenklimaat:
Gemiddeld warmer dan 18°C en nat. 
Zeer veel verschillende bomen en planten. 

As/w - Savanneklimaat: 
Gemiddeld warmer dan 18°C en met een 
regen- en een droog seizoen. Grasvlakten en 
lage bomen

Slide 14 - Slide

B Droge klimaten:

Slide 15 - Slide

BS - Steppe: 
Weinig neerslag. Kort gras en struiken 

BW - Woestijn: 
Zeer weinig neerslag. Groot verschil tussen dag en nacht. Cactus en verder weinig planten

Slide 16 - Slide

C Zeeklimaten van de gematigde zone:

Slide 17 - Slide

Cf - Gematigd Zeeklimaat:
Koele zomers, zachte winters, neerslag ongeveer 
gelijk in alle seizoenen.

Cw - Chinaklimaat:
Natte warme zomers, droge zachte winters. 

Cs - Middellands Zeeklimaat:
Hete droge zomers en zachte natte winters. 

Slide 18 - Slide


A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Pool klimaat

Slide 19 - Quiz

Wat zijn verschillen tussen een gematigd zeeklimaat en een Middellandse Zeeklimaat?
A
Het Middellandse Zeeklimaat heeft een droge zomer en een zachte vochtige winter
B
Het gematigd zeeklimaat heeft een droge winter
C
Het Middellandse Zeeklimaat kent meer regen.
D
De winters zijn zachter bij het gematigd zeeklimaat

Slide 20 - Quiz

D Landklimaat:
 

Slide 21 - Slide

Landklimaat: 
Hete zomers, strenge winters, weinig neerslag
--> Neerslag altijd (Df)
--> Droge winter (Dw)

Slide 22 - Slide

Wat is het verschil tussen een landklimaat en een zeeklimaat?
A
Een landklimaat heeft hetere zomers en winters dan een zeeklimaat.
B
Een landklimaat heeft koudere zomers en winters dan een zeeklimaat.
C
Een landklimaat heeft en groter temperatuurverschil tussen zomer en winter dan een zeeklimaat.
D
Een landklimaat heeft zachtere winter en hetere zomers dan een zeeklimaat.

Slide 23 - Quiz

Wat is het verschil tussen aan land- en zeeklimaat?

Slide 24 - Slide

E Koude klimaten:

Slide 25 - Slide

ET - Toendraklimaat: 
Temperatuur ook in de zomer gemiddeld 
lager dan 10°C, weinig neerslag.

EH - Hooggebergteklimaat: 
Lage temperaturen; veel neerslag (sneeuw).

EF - Sneeuwklimaat: 
Lage temperaturen; eeuwige sneeuw. Af en toe komt er nieuwe sneeuw bij. 

Slide 26 - Slide

Tropische klimaat is....
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 27 - Quiz

Bij de evenaar is een tropisch klimaat.
A
Niet waar
B
Waar

Slide 28 - Quiz

Het woestijnklimaat wordt aangegeven met de letters
A
Af
B
As
C
BW
D
BS

Slide 29 - Quiz


A
Tropisch klimaat
B
Droog klimaat
C
Gematigd klimaat
D
Droog klimaat

Slide 30 - Quiz

Wat nu te doen?
- Ga naar socrative, inloggen student, klasroom: MARLOUS. Oefenen met klimaten.
- Indien eerder klaar ga vast beginnen met: instaptoets op blz. 5 en 6 en maak van Start opdr. 3 en 4

- Ik zie jullie weer terug op ................

Slide 31 - Slide

Word de atmosfeer direct of indirect verwarmd door de zon?
A
Direct
B
Indirect

Slide 32 - Quiz

Waarom waait wind ook alweer?

Slide 33 - Open question

Wat is het verschil tussen aan land- en zeeklimaat?

Slide 34 - Open question

De kleine letter s staat voor?
A
Altijd neerslag
B
Droge zomer
C
Droge winter
D
Warme temperaturen

Slide 35 - Quiz

De kleine letter f staat voor?
A
Altijd neerslag
B
Droge zomer
C
Droge winter
D
Warme temperaturen

Slide 36 - Quiz

In welk klimaat valt de meeste neerslag?
A
Landklimaat
B
Zeeklimaat
C
Tropisch klimaat
D
Koud klimaat

Slide 37 - Quiz

Wat is de afkorting van een Chinaklimaat (droge winters)
A
Cs
B
Ds
C
Cw
D
Dw

Slide 38 - Quiz

Wat is de afkorting van Steppeklimaat?
A
Bs
B
BS
C
As
D
AS

Slide 39 - Quiz


A
Af
B
BW
C
Cf
D
Aw

Slide 40 - Quiz


A
Af
B
BW
C
Cf
D
EF

Slide 41 - Quiz


A
Cf
B
Cs
C
Cw
D
Dw

Slide 42 - Quiz


A
Savanne klimaat
B
Tropisch regenwoud klimaat
C
gematigd zeeklimaat
D
Pool klimaat

Slide 43 - Quiz