H1.3 Wat bepaalt je welvaart?

H1.3 Wat bepaalt je welvaart?

4GT

1 / 22
next
Slide 1: Word cloud
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

H1.3 Wat bepaalt je welvaart?

4GT

Planning:

  • Herhaling H1.2

  • Nakijken opdracht 9 blz. 16 + 17

  • Uitleg H1.3

  • Samen opdracht 9 + 11

  • Aan de slag H1.3

  • Lesafsluiting


3 woorden

Welke 3 woorden heb jij opgeschreven?

Blz. 38

H1.2 Weet je het nog?

  • Je kunt het verschil tussen bruto, netto en besteedbaar inkomen uitleggen.

  • Je kunt het verschil uitleggen tussen primaire en secundaire inkomens.

  • Je kunt oorzaken noemen van inkomensverschillen.

  • Je kunt uit een Lorenzcurve aflezen hoe de inkomens in een land
    verdeeld zijn.

Inkomensverschillen

Oorzaken van verschillen tussen inkomens:

  • opleiding en ervaring

  • verantwoordelijkheden

  • meer of minder aantrekkelijk werk (zwaarte, risico’s)

  • vraag en aanbod

Inkomens vergelijken

  • Vaak wordt vergeleken met het modaal inkomen

  = het inkomen dat het meest voorkomt (2026: ± € 44.400 per jaar)

  • Minimuminkomen = inkomen rond het sociaal minimum

  = wat je volgens de overheid minstens nodig hebt om van te leven.


Kleine en grote inkomensverschillen

Nationaal inkomen =  wat alle inwoners samen aan inkomen hebben uit arbeid en bezit.

De Lorenzcurve laat zien hoe de inkomens verdeeld zijn.



  • 1 = Geen inkomensverschillen: iedereen heeft hetzelfde inkomen.

Nadeel: geen verschil = geen prikkel om te presteren.


  • 2 = Inkomensverschillen zijn klein.


  • 3 = Inkomensverschillen zijn groot.

Nakijken opdracht 9

H1.3 Wat bepaalt je welvaart?

4GT

Je leert in deze paragraaf:

  • Waarom het nodig is om prioriteiten te stellen

  • Wat het betekent dat de meeste goederen schaars zijn

  • Wat het verschil is tussen welvaart en brede welvaart

  • Hoe je een prijsverandering in procenten berekent

  • Hoe je indexcijfers berekent

Waaraan geef jij voorrang?

Om in je behoeften te voorzien heb je middelen nodig:

  • Geld

  • Tijd -> zelfvoorziening

De hoeveelheid middelen is beperkt.

Het aantal behoeften is oneindig.

Prioriteiten stellen: welke behoeften krijgen voorrang?

Als je in meer behoeften kunt voorzien, neemt je welvaart toe.

Schaarste

  • De natuur levert vrije goederen: zonlicht, regenwater, wind.

    Andere goederen zijn schaars:

  • ze zijn er niet vanzelf,

  • er zijn productiemiddelen nodig om ze te maken.

  • Voor schaarse goederen betaal je een prijs.

  • Hoe schaarser, hoe duurder.

Verandering in procenten berekenen

Opdracht 9 blz. 20


Indexcijfers

Opdracht 11 blz. 20 + 21


Aan de slag

H1.3 Wat bepaalt je welvaart?

Opdracht 2 t/m 12

Opdracht 8 niet

Blz. 18, 19, 20 en 21


10

m

00

s

Lesafsluiting

Schrijf op:

  • 3 dingen die ik vandaag heb geleerd

  • 1 ding die ik leuk vond aan de les

  • 1 ding die ik niet leuk vond aan de les

  • 1 vraag die ik nog heb