De aarding.pptx

Verloopvan de les:


1: Vakantie

2: Woordje over de examens

3: Herhaling - De aarding

- De Miltimeter

- De huishoudelijke installatie

Pauze

Werkkledij aandoen (7 min)

4: Schema’s/team


1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorElektriciteitSecundair onderwijs

This lesson contains 26 slides, with text slides.

Items in this lesson

Verloopvan de les:


1: Vakantie

2: Woordje over de examens

3: Herhaling - De aarding

- De Miltimeter

- De huishoudelijke installatie

Pauze

Werkkledij aandoen (7 min)

4: Schema’s/team


Hoe was de vakantie?



Aanloop tot de examens

De aardingsinstallatie

Wat Kunnen We?


  • Plaatsen van een Aardingssysteem

    • Installeren en aansluiten volgens de geldende regels.


  • Tekenen van een Situatieplan

    • Aardverbindingen correct in kaart brengen.


  • Toepassen van Veiligheidsvoorschriften

    • Veiligheidsrichtlijnen in de praktijk hanteren

Wat Kennen We?


  • Definitie van Aarding

    • Wat is aarding en waarom is het belangrijk?


  • Soorten Aarding

    • Beveiligingsaarding


  • Veiligheidsnormen

    • Kennis van relevante regelgeving (AREI)

Definitie van aarding

Aarding is het proces waarbij een elektrische installatie of apparaat wordt verbonden met de aarde om een veilige afvoer van ongewenste elektrische stromen te waarborgen.


Dit zorgt ervoor dat bij storingen of fouten (zoals kortsluiting) de elektrische energie veilig in de grond kan worden afgevoerd, waardoor het risico op elektrische schokken en brand wordt verminderd.


Aarding is essentieel voor de veiligheid van zowel mensen als apparatuur.

Onderdelen van de aarding installatie

Onderdelen van de aarding installatie

De soortelijke weerstand van grond is afhankelijk van:

■ aard en samenstelling van de grond

■ vochtigheid van de grond (afhankelijk van het jaargetijde)

■ temperatuur van de grond (verschil tussen bevroren en niet-bevroren grond).

Algemeen:

Als de fundering minstens 60 centimeter diep is, moet de aarding verwezenlijkt worden met een aardingslus.

Deze lus dient geplaatst te worden op de bodem van de funderingssleuf onder de buitenmuren van het gebouw.

De aardingslus moet rechtstreeks in de grond worden aangebracht en met aarde bedekt worden, zodat ze in geen geval in aanraking komt met het materiaal van de funderingsmuren (mortel, beton, bewapeningsstaal, ...). Zo wordt corrosie van de aardingslus vermeden.

De uiteinden van de aardingslus moeten bereikbaar blijven en worden verbonden aan de hoofdaardingsonderbreker.

De hoofdaardingsonderbreker (scheidingsstrip) zorgt ervoor dat de aardverbinding (aardingslus + aardelektrode) altijd kan gescheiden worden van de rest van de elektrische installatie.
Zo kun je de aardingsweerstand altijd meten.

Indien geen aardingslus kan worden verwezenlijkt of wanneer de spreidingsweerstand onvoldoende klein is, moeten aardelektroden gebruikt worden.

Samenstelling:


De aardingslus bestaat uit een volle, ronde geleider zonder lassen.


Die geleider kan uit verschillende materialen bestaan, en er kunnen verschillende diktes worden gebruikt.


De aardingslus bestaat in de mate van het mogelijke uit slechts één geleider.

Het gebruik van verschillende in serie aan elkaar verbonden geleiders is toegelaten, maar dan moeten de uiteinden van elke geleider en hun verbindingen bereikbaar blijven voor onderzoek (bv. via een kijkgat).


De meest gebruikte soorten met verschillende secties zijn:

■ 35 mm2 blank (gehard elektrolytisch) koper,

■ 10 mm2 (vertind) koper met loden mantel.


Vasthechten:


Om de aardingslus vast te hechten mag men enkel bevestigingsmiddelen (haken, ...) uit koper gebruiken of uit een materiaal dat geen corrosieve inwerking veroorzaakt op het koper van de geleider die de aardingslus vormt.


Plaats de aardingslus nadat de funderingssleuf is uitgegraven.


Voer de uiteinden van de aardingslus in kunststofbuizen (bv. pvc) naar boven.


Waarom kunststofbuizen?

■ Om het koper te beschermen (tijdens bouwwerken).

■ Om te vermijden dat het koper in aanraking komt met het materiaal van de funderingsmuren.

■ Om te vermijden dat de twee uiteinden met elkaar in contact komen waardoor latere controlemetingen (bv. weerstand koperdraad) niet mogelijk zouden zijn.


De uiteinden met de kunststofbuizen worden door de fundering naar boven geleid.


Laat de kunststofbuizen hoog genoeg eindigen. Zo blijft de vloer voldoende vrij en is er minder gevaar voor beschadiging.

Voorbeeld:

Horizontale aardelektrode

Samenstelling:


horizontale aardelektrode bestaat uit een massieve cirkelvormige koperen geleider, al dan niet voorzien van een loden mantel. De doorsnede van de geleider bedraagt minimaal 35 mm2 .

De horizontale aardelektrode is een in de grond ingegraven geleider. Die kan worden gebruikt wanneer de diepere grondlagen een rotsachtige structuur hebben, waardoor een verticale aardelektrode moeilijk te plaatsen is. De horizontale aardelektrode moet op een diepte van minimaal 80 centimeter ingegraven worden

Verticale aardelektrode

De verticale aardelektrode is een in de grond gedreven pen, baar of geleider.


Deze vorm van aardverbindingen is economisch gezien voordelig omdat er geen graafwerken moeten worden uitgevoerd.


Ze hebben ook als voordeel dat de diep gelegen vochtige grondlagen worden bereikt.


De verticale aardelektrode moet op een diepte van minimaal 60 centimeter onder het aardoppervlak worden ingedreven.

De aardingspen kan bestaan uit gegalvaniseerd staal of uit een koperlegering.


De aardingsbaar kan bestaan uit gegalvaniseerd staal of uit koper.


Wanneer een aardingsbaar uit

gegalvaniseerd staal gebruikt wordt, dan moet de diameter 19 millimeter bedragen.

Opteert men voor een aardingsbaar uit koper, dan moet de diameter 14 millimeter bedragen.

In beide gevallen is de minimale lengte 1,5 meter.


Bij de types met schroefdraad kunnen verschillende baren aan elkaar gekoppeld worden met een mof. De uiteinden van beide baren moeten elkaar dan raken.


Bij het inslaan wordt op de bovenkant een mof geschroefd waarin een stalen slagbout past. De aardgeleider wordt aangesloten met een passende verbindingsklem

De aardgeleider maakt de verbinding tussen de aardelektrode en aardingsonderbreker mogelijk.



De aardgeleider is een koperen geleider en heeft een doorsnede (sectie) van 16 mm2 .



Zonder corrosiebescherming moet hij een sectie van 25 mm² koper hebben.



De aardgeleider heeft een geelgroene isolatie.

Algemeen:

Samenstelling:

Kleurencode:

AARDGELEIDER

De aardingsonderbreker wordt meestal in de omgeving van het verdeelbord geplaatst.







Het is de verbindingsklem tussen het ondergrondse en bovengrondse aardingsgedeelte.

Om de spreidingsweerstand te kunnen meten is het nodig een onderbrekingsinrichting te voorzien die slechts met gereedschap kan geopend worden.

De aardingsonderbreker/scheider

De aardingsweerstand, ook wel spreidingsweerstand genoemd, is de (contact)weerstand van de aardelektrode tegenover de omliggende aarde.


De waarde wordt gemeten vanaf de scheidingsstrip.


Om veiligheidsredenen moet de aardingsweerstand zo klein mogelijk zijn.


In een huishoudelijke installatie mag de weerstandswaarde nooit groter zijn dan 100 Ω.


We maken een onderverdeling tussen een aardingsweerstand kleiner dan 30 Ω en een weerstand tussen 30 Ω en 100 Ω


Algemeen:

De aardingsweerstand is kleiner dan 30 Ω

De installatie is conform het AREI op voorwaarde dat de volgende differentieelschakelaars geplaatst worden.


Minstens één hoofddifferentieelschakelaar


De differentieelschakelaars in elektrische installaties van huishoudelijke lokalen moeten:

■ van het type A of type B zijn,

■ geplaatst worden aan het begin van de installatie,

■ een nominale stroomsterkte hebben van ten minste 40 A en een aanspreekstroom van ten hoogste 300 mA.

Bijkomende differentieelschakelaar

■ Deze moet geplaatst worden op alle stroombanen (kringen) van de badkamer, maar ook op de stroombanen van de wasmachine, vaatwasmachine en/of droogkast.

■ De bijkomende differentieelschakelaar heeft een maximale gevoeligheid van 30 mA.

■ Moet van het type A of type B zijn.

■ De nominale stroomsterke is aangepast aan de totale installatie

De aardingsweerstand is tussen 30Ω en 100Ω

De installatie is conform het AREI op voorwaarde dat de volgende differentieelschakelaars geplaatst worden.

■ Hoofddifferentieelschakelaar. Deze wordt geplaatst in het begin van de installatie en heeft een maximale gevoeligheid van 300 mA.

■ Bijkomende differentieelschakelaar. Deze dient geplaatst te worden op alle stroombanen (kringen) van de badkamer en heeft een maximale gevoeligheid van 30 mA.

■ Extra differentieelschakelaar: schakelaar met maximale gevoeligheid van 30 mA voor de stroombanen van de wasmachine, vaatwasmachine en/of droogkast.

■ Extra differentieelschakelaar: schakelaar met maximale gevoeligheid van 30 mA voor de verlichtingsstroombanen.

■ Extra differentieelschakelaar: schakelaar met maximale gevoeligheid van 30 mA per stroombaan of groep van stroombanen met maximaal 16 stopcontactpunten.

■ Extra differentieelschakelaar: schakelaar met maximale gevoeligheid van 100 mA voor de stroombanen van kookfornuis, diepvriezer en/of koelkast.

De aardingsweerstand is > 100Ω

De installatie is niet conform het AREI

De hoofdbeschermingsgeleider verbindt de hoofdaardingsklem met de aardingsrail van het verdeelbord.


De hoofdbeschermingsgeleider heeft een geelgroene isolatie.

De hoofdbeschermingsgeleider is een koperen geleider met een doorsnede (sectie) die minstens gelijk is aan de doorsnede van de grootste beschermingsgeleider die toekomt op de aardingsrail in het verdeelbord.

Algemeen:

De beschermingsgeleider maakt de verbinding mogelijk tussen de aardingsrail van het verdeelbord en de lichtpunten en stopcontacten in de woning.


Algemeen Samenstelling:

De beschermingsgeleider is een koperen geleider met een doorsnede (sectie) gelijk aan de doorsnede van de actieve geleiders van de stroombaan waarvan hij deel uitmaakt (tot 16 mm²).


Kleurencode:

De beschermingsgeleiders hebben een geelgroene isolatie.



De beschermingsgeleider:

In de badkamer moeten bijkomende equipotentiale verbindingen voorzien worden, waarbij alle geleidende delen met elkaar verbonden worden.


De bijkomende equipotentiale verbindingen zijn op de volgende elementen van toepassing:

■ warm- en koudwaterleiding (indien uit metaal),

■ toe- en afvoerleiding van een radiator (indien uit metaal),

■ gasleiding (indien uit metaal),

■ bad- en douchekuip (indien uit metaal),

■ metalen net boven vloerverwarming,

■ metalen deurlijsten (elektrische leidingen dienen daarachter te zitten).


De bijkomende equipotentiale verbinding bestaat uit een koperen geleider en heeft een doorsnede (sectie) van 2,5 mm2 (indien beschermd) of 4 mm2 (indien onbeschermd).


De bijkomende equipotentiale verbindingen hebben een geelgroene isolatie.


De bijkomende equipotentiale verbindingen vertrekken vanaf de aardingspen in een wandcontactdoos in de badkamer zodat toestellen die aangesloten worden op dit stopcontact ook equipotentiaal verbonden zijn.


Zorg ervoor dat je bij het doorverbinden de geleider in geen geval onderbreekt.

Bijkomende equipotentiale verbindingen

De hoofdequipotentiale verbinding


Omdat zelfs met een goede aarding het gevaar blijft bestaan dat er een spanning komt op de geleidende delen die niet tot de elektrische installatie behoren, moeten de volgende onderdelen met de aarde worden verbonden:


■ hoofdleidingen van gas/water,

■ hoofdleidingen van de centrale verwarming,

■ genaakbare metalen delen van de constructie van het gebouw.


Samenstelling:

De hoofdequipotentiale verbinding bestaat uit een koperen geleider met een doorsnede (sectie) van 6 mm2 .


De hoofdequipotentiale verbindingen hebben een geelgroene isolatie.






De hoofdequipotentiaal verbinding mag nooit onderbroken worden.