STEDELIJK · RANDSTAD
Examentraining
Randstad en stedelijke netwerken: zo pak je examenvragen aan
STEDELIJK · RANDSTAD
Examentraining
Randstad en stedelijke netwerken: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rik Schuiling / TropCrop-TCS / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
STEDELIJK · RANDSTAD
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over de Randstad beantwoorden met de juiste deelgebieden, begrippen en een onderbouwd oordeel.
This item has no instructions
STEDELIJK · RANDSTAD
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de opdracht (beschrijf, verklaar, vergelijk, beargumenteer) en welke bron of schaal staat centraal?
2. Zoek: welk begrip of deelgebied uit de syllabus hoort bij de bron?
3. Schrijf: noem het begrip, leg het verband met de situatie en noem het gevolg.
4. Check: heb je het gevraagde aantal argumenten gegeven en een voorbehoud bij een oordeel?
This item has no instructions
Petroleumhaven in de Europoort bij Rotterdam, 2019
STEDELIJK · RANDSTAD
Vraagtype 1: deelgebieden onderscheiden
Bij beschrijven noem je kenmerken van een deelgebied met een concreet voorbeeld.
Werkwijze: kies het deelgebied, noem de functie en geef een plaats of bedrijfstak.
Voorbeeld: de Zuidvleugel heeft haven en industrie, de Noordvleugel zakelijke diensten.
Image credit: Rik Schuiling / TropCrop-TCS / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een logistiek bedrijf zoekt een plek vlak bij een grote zeehaven. Welk deel van de Randstad?
De Noordvleugel
Het Groene Hart
De Zuidvleugel
De Veluwe
Goed: Zuidvleugel met de haven van Rotterdam. Verwachte fout: Noordvleugel vanwege Schiphol.
Beschrijf twee economische verschillen tussen Noordvleugel en Zuidvleugel.
Goed: Noordvleugel zakelijke en financiële diensten, media en luchtvaart (Schiphol, Zuidas); Zuidvleugel haven, industrie, overheid en glastuinbouw. Verwachte fout: alleen steden noemen zonder economie.
STEDELIJK · RANDSTAD
Vraagtype 2: vergelijken met Europa
Bij vergelijken noem je steeds een overeenkomst of verschil per kenmerk.
Werkwijze: kies de kenmerken (structuur, functies, concurrentiepositie), noem ze voor beide gebieden en trek een conclusie.
Voorbeeld: Randstad en Ruhrgebied zijn netwerken, Parijs heeft één centrum.
This item has no instructions
Een Amerikaans bedrijf kiest tussen Amsterdam, Londen en Parijs voor een hoofdkantoor. Wat speelt hier?
Spreiding van bewoners over groeikernen
Een dalend voorzieningenniveau
Concurrentie tussen stedelijke gebieden om bedrijven
Stijging van de drempelwaarde
Verwachte fout: spreiding kiezen. Het gaat om vestigingsklimaat en concurrentie.
Noem een overeenkomst tussen de Randstad en het Rijn-Ruhrgebied.
Goed: beide zijn polycentrisch, een netwerk van meerdere steden zonder één dominante hoofdstad. Verwachte fout: alleen noemen dat beide veel inwoners hebben.
Het Vinex-gebied IJburg in Amsterdam, 2014
STEDELIJK · RANDSTAD
Vraagtype 3: beleid evalueren
Bij waarderen geef je een oordeel met argumenten, een norm en een voorbehoud.
Werkwijze: noem het beleid, een voordeel en een nadeel, en sluit af met je oordeel.
Voorbeeld: Vinex spaart het Groene Hart, maar het woningaanbod is eenzijdig.
Image credit: Mark Ahsmann / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Welk argument steunt de keuze voor concentratie (Vinex)?
Bouwen bij steden spaart het open landschap van het Groene Hart
Groeikernen op afstand geven kortere reistijden
Spreiding maakt de steden internationaal sterker
Nieuwe wijken hoeven niet bereikbaar te zijn
Verwachte fout: spreidingsargumenten kiezen.
Geef een voordeel en een nadeel van bouwen in Vinex-wijken aan de stadsrand.
Goed: voordeel: dicht bij de stad en spaart het open landschap; nadeel: eenzijdig woningaanbod, veel autoverkeer, druk op open ruimte rond de steden. Verwachte fout: twee voordelen noemen.
STEDELIJK · RANDSTAD
Vraagtype 4: stad en land verbinden
Bij relaties leggen koppel je een ontwikkeling in de stad aan een gevolg in het landelijk gebied.
Werkwijze: begin bij de stad, noem de vraag naar ruimte en eindig bij het landelijk gebied en de actoren.
Voorbeeld: meer woningen in de stad vergroten de druk op het Groene Hart.
This item has no instructions
Wie zijn volgens de syllabus betrokken bij ontwikkelingen in stad en land?
Alleen de rijksoverheid
Alleen gemeenten en provincies
Alleen bedrijven en banken
Politiek, bedrijfsleven en burgers
Verwachte fout: alleen de overheid noemen.
Leg uit hoe de groei van Amsterdam de druk op het landelijk gebied vergroot.
Goed: meer inwoners vragen woningen, bedrijfsruimte en wegen; dat concurreert met landbouw en natuur om ruimte, dus meer druk op het open gebied. Verwachte fout: alleen gevolgen in de stad noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Deelgebieden onderscheiden
Vergelijken met Europa
Beleid evalueren
Stad en land verbinden
This item has no instructions
STEDELIJK · RANDSTAD
Tips voor op het examen
Noem bij elk deelgebied een concrete plaats of bedrijfstak: Zuidas, Schiphol, Europoort, Westland.
Bij beleid: schrijf eerst de periode (voor of na 1990) en dan spreiding of concentratie.
Bij een oordeel: een argument, een tegenargument en een voorbehoud.
This item has no instructions