Randstad en stedelijke netwerken (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

STEDELIJK · RANDSTAD

Examentraining

Randstad en stedelijke netwerken: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: deelgebieden onderscheiden, vergelijken met Europa, beleid evalueren en stad en land verbinden.

Items in this lesson

STEDELIJK · RANDSTAD

Examentraining

Randstad en stedelijke netwerken: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rik Schuiling / TropCrop-TCS / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

STEDELIJK · RANDSTAD

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over de Randstad beantwoorden met de juiste deelgebieden, begrippen en een onderbouwd oordeel.

This item has no instructions

STEDELIJK · RANDSTAD

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de opdracht (beschrijf, verklaar, vergelijk, beargumenteer) en welke bron of schaal staat centraal?

  • 2. Zoek: welk begrip of deelgebied uit de syllabus hoort bij de bron?

  • 3. Schrijf: noem het begrip, leg het verband met de situatie en noem het gevolg.

  • 4. Check: heb je het gevraagde aantal argumenten gegeven en een voorbehoud bij een oordeel?

This item has no instructions

Petroleumhaven in de Europoort bij Rotterdam, 2019

STEDELIJK · RANDSTAD

Vraagtype 1: deelgebieden onderscheiden

  • Bij beschrijven noem je kenmerken van een deelgebied met een concreet voorbeeld.

  • Werkwijze: kies het deelgebied, noem de functie en geef een plaats of bedrijfstak.

  • Voorbeeld: de Zuidvleugel heeft haven en industrie, de Noordvleugel zakelijke diensten.

Image credit: Rik Schuiling / TropCrop-TCS / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een logistiek bedrijf zoekt een plek vlak bij een grote zeehaven. Welk deel van de Randstad?

A

De Noordvleugel

B

Het Groene Hart

C

De Zuidvleugel

D

De Veluwe

Goed: Zuidvleugel met de haven van Rotterdam. Verwachte fout: Noordvleugel vanwege Schiphol.

Beschrijf twee economische verschillen tussen Noordvleugel en Zuidvleugel.

Goed: Noordvleugel zakelijke en financiële diensten, media en luchtvaart (Schiphol, Zuidas); Zuidvleugel haven, industrie, overheid en glastuinbouw. Verwachte fout: alleen steden noemen zonder economie.

STEDELIJK · RANDSTAD

Vraagtype 2: vergelijken met Europa

  • Bij vergelijken noem je steeds een overeenkomst of verschil per kenmerk.

  • Werkwijze: kies de kenmerken (structuur, functies, concurrentiepositie), noem ze voor beide gebieden en trek een conclusie.

  • Voorbeeld: Randstad en Ruhrgebied zijn netwerken, Parijs heeft één centrum.

This item has no instructions

Een Amerikaans bedrijf kiest tussen Amsterdam, Londen en Parijs voor een hoofdkantoor. Wat speelt hier?

A

Spreiding van bewoners over groeikernen

B

Een dalend voorzieningenniveau

C

Concurrentie tussen stedelijke gebieden om bedrijven

D

Stijging van de drempelwaarde

Verwachte fout: spreiding kiezen. Het gaat om vestigingsklimaat en concurrentie.

Noem een overeenkomst tussen de Randstad en het Rijn-Ruhrgebied.

Goed: beide zijn polycentrisch, een netwerk van meerdere steden zonder één dominante hoofdstad. Verwachte fout: alleen noemen dat beide veel inwoners hebben.

Het Vinex-gebied IJburg in Amsterdam, 2014

STEDELIJK · RANDSTAD

Vraagtype 3: beleid evalueren

  • Bij waarderen geef je een oordeel met argumenten, een norm en een voorbehoud.

  • Werkwijze: noem het beleid, een voordeel en een nadeel, en sluit af met je oordeel.

  • Voorbeeld: Vinex spaart het Groene Hart, maar het woningaanbod is eenzijdig.

Image credit: Mark Ahsmann / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welk argument steunt de keuze voor concentratie (Vinex)?

A

Bouwen bij steden spaart het open landschap van het Groene Hart

B

Groeikernen op afstand geven kortere reistijden

C

Spreiding maakt de steden internationaal sterker

D

Nieuwe wijken hoeven niet bereikbaar te zijn

Verwachte fout: spreidingsargumenten kiezen.

Geef een voordeel en een nadeel van bouwen in Vinex-wijken aan de stadsrand.

Goed: voordeel: dicht bij de stad en spaart het open landschap; nadeel: eenzijdig woningaanbod, veel autoverkeer, druk op open ruimte rond de steden. Verwachte fout: twee voordelen noemen.

STEDELIJK · RANDSTAD

Vraagtype 4: stad en land verbinden

  • Bij relaties leggen koppel je een ontwikkeling in de stad aan een gevolg in het landelijk gebied.

  • Werkwijze: begin bij de stad, noem de vraag naar ruimte en eindig bij het landelijk gebied en de actoren.

  • Voorbeeld: meer woningen in de stad vergroten de druk op het Groene Hart.

This item has no instructions

Wie zijn volgens de syllabus betrokken bij ontwikkelingen in stad en land?

A

Alleen de rijksoverheid

B

Alleen gemeenten en provincies

C

Alleen bedrijven en banken

D

Politiek, bedrijfsleven en burgers

Verwachte fout: alleen de overheid noemen.

Leg uit hoe de groei van Amsterdam de druk op het landelijk gebied vergroot.

Goed: meer inwoners vragen woningen, bedrijfsruimte en wegen; dat concurreert met landbouw en natuur om ruimte, dus meer druk op het open gebied. Verwachte fout: alleen gevolgen in de stad noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Deelgebieden onderscheiden

2

Vergelijken met Europa

3

Beleid evalueren

4

Stad en land verbinden

This item has no instructions

STEDELIJK · RANDSTAD

Tips voor op het examen

  • Noem bij elk deelgebied een concrete plaats of bedrijfstak: Zuidas, Schiphol, Europoort, Westland.

  • Bij beleid: schrijf eerst de periode (voor of na 1990) en dan spreiding of concentratie.

  • Bij een oordeel: een argument, een tegenargument en een voorbehoud.

This item has no instructions