5H - 4.2 Organisatie

accounting, sales, personeelszaken.. zijn
A
staf-afdelingen
B
ondersteunende afdelingen
C
leidinggevenden
D
lijn-afdelingen
1 / 12
next
Slide 1: Quiz
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

accounting, sales, personeelszaken.. zijn
A
staf-afdelingen
B
ondersteunende afdelingen
C
leidinggevenden
D
lijn-afdelingen

Slide 1 - Quiz

Hoe zijn de organogrammen ingedeeld
A
1 functie- 2 product - 3 geografisch - 4 organisatie
B
1 functie - 2 afdeling - 3 geografisch - 4 afdeling
C
1 product - 2 doelgroep - 3 geografisch - 4 functie
D
allemaal Functionele indelingen

Slide 2 - Quiz

Grootste spandiepte
A
3
B
4
C
7

Slide 3 - Quiz

omspanningsvermogen...
A
aantal personen waaraan je leiding geeft
B
als dit kleiner is dan het aantal personen waaraan je leiding geeft, moet de afdeling opgesplitst worden
C
Als dit groter is dan het aantal personen waaraan je leiding geeft, moet er training plaats vinden
D
Neemt af wanneer de leidinggevende een cursus leidinggeven volgt.

Slide 4 - Quiz

Als de spanwijdte groter is dan het omspanningsvermogen, dan...
A
Heeft de manager veel tijd over.
B
Heeft de manager de gelegenheid zijn ondergeschikten beter begeleiden.
C
Kan de manager eigenlijk niet effectief leiding geven.
D
Kan de manager zich met veel details bemoeien.

Slide 5 - Quiz

vacatures
vakbonden
bedrijfstak
arbeidsvoorwaarden
cao
arbeidsovereenkomst

Slide 6 - Drag question

Eva geeft leiding aan 7 personen. Ze zit ruim in haar tijd en zou makkelijk 10 personen kunnen aansturen. Wat is haar spanwijdte?
A
7 medewerkers
B
3 medewerkers
C
10 medewerkers
D
17 medewerkers

Slide 7 - Quiz

Welke stellingen zijn juist?
1. De spandiepte is het aantal niveaus in de organisatie waaraan leiding wordt gegeven.
2. Als het omspanningsvermogen kleiner is dan de spanwijdte, raakt de leidinggevende de controle kwijt over de medewerkers.
3. Het omspanningsvermogen is het aantal mensen aan wie een manager daadwerkelijk leidinggeeft.
4. Als de spanwijdte kleiner is dan het omspanningsvermogen, gaat de leidinggevende zich misschien te veel met het dagelijkse werk bemoeien.
5. De spanwijdte is het aantal mensen aan wie een manager leiding kan geven.
A
1, 3 en 5
B
3, 4 en 5
C
1, 2 en 4
D
2, 3 en 4

Slide 8 - Quiz

In onderstaande lijst staat een aantal stellingen over de motivatietheorie van McGregor.
Welke zijn onjuist?
1. Theorie X gaat uit van een negatief mensbeeld.
2. De motivatietheorie van McGregor is niet wetenschappelijk onderbouwd.
3. Volgens theorie Y staan mensen open voor verandering en willen zij verantwoordelijkheid nemen.
4. Volgens theorie Y moeten leiders hun mensen motiveren met betrokkenheid, inspraak, samenwerking en waardering.
5. Theorie Y gaat uit van een positief mensbeeld.
6. Volgens theorie X moeten leiders hun mensen motiveren met dwang, controle en geld.
A
2, 3 en 4
B
2 en 4
C
2
D
Alle stellingen zijn juist

Slide 9 - Quiz

Welk niveau van taakvolwassenheid hoort volgens Hersey en Blanchard bij de leiderschapsstijl 'delegeren'?
A
Werknemer is bekwaam maar niet gemotiveerd.
B
Werknemer is bekwaam en gemotiveerd.
C
Werknemer is onbekwaam maar wel gemotiveerd.
D
Werknemer is onbekwaam en niet gemotiveerd.

Slide 10 - Quiz

Jij bent manager van een afdeling. Vandaag start er een nieuwe stagiair, Eline. Ze heeft er veel zin in, maar zit nog maar in het eerste jaar van haar opleiding Welke leiderschapsstijl pas je toe?
A
Instrueren
B
Delegeren
C
Overleggen
D
Overtuigen

Slide 11 - Quiz

Johan werkt al 20 jaar als onderhoudsmonteur bij het bedrijf waar jij zijn manager bent. Hij kent alle ins en outs van de machines en heeft de meeste storingen zo verholpen. Iedere dag komt hij met frisse moet binnen en gaat na een bakje koffie fluitend aan de slag.
A
Overleggen
B
Overtuigen
C
Delegeren
D
Instrueren

Slide 12 - Quiz