vragen bij de middeleeuwen

Vragen
Monniken en Ridders
1 / 57
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 57 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vragen
Monniken en Ridders

Slide 1 - Slide

Geestelijkheid
Adel<div><br></div>
Boeren
Eerste stand
Tweede stand
Derde stand

Slide 2 - Drag question

Horige
Landheer
Domein

Slide 3 - Drag question

Wat is een horige?
A
Een vrije boer
B
Een niet vrije boer die werkte voor de heer
C
Een boer die voor de heer moest vechten
D
Een geestelijke

Slide 4 - Quiz

Rechten Horigen
Plichten horigen
Bescherming ontvangen
Hout hakken
Werken op het land van de heer.
Pacht betalen
Wegen aanleggen

Slide 5 - Drag question

Geestelijken
Adel
Boeren/Burgers
Domeinheer
Horige
Vrije boer

Slide 6 - Drag question

Geestelijken
Horige
Domein
Heiden
Hofstelsel
Economisch systeem met horigen op een domein
Halfvrije boer
Godsdienstig leider
Iemand met niet het goede geloof
Gebied van Edelman of klooster

Slide 7 - Drag question

bakkerij
kasteel
woeste grond
Landbouwgrond
huis van horige

Slide 8 - Drag question

Wat is er WAAR over horigen?
A
Horigen hoorden bij het land van de kasteelheer.
B
Horigen huurden een stuk land van de kasteelheer.
C
Horigen beschermden de kasteelheer en zijn land.
D
Horigen zijn eigen baas.

Slide 9 - Quiz

Alle gelovigen waren geestelijken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Mensen die niet geloofde in het Christendom werden heidenen genoemd
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

3: De standensamenleving in de Middeleeuwen was opgedeeld in 3 standen. Sleep de juiste stand naar de bijbehorende afbeelding.
Geestelijkheid
Boeren
Adel

Slide 12 - Drag question

EERSTE STAND
TWEEDE STAND
DERDE STAND
abdis
bisschop

Hertog
schrijven
herder
misdaad bestraffen

Slide 13 - Drag question

Sleep de tekstjes naar de juiste plek op de afbeelding
Non
Bisschop
Monnik
Paus
Priester

Slide 14 - Drag question

Wat waren de voordelen van het leenstelsel voor de leenheer?

Slide 15 - Open question

Wat waren de nadelen van het leenstelsel voor de leenheer?

Slide 16 - Open question

Leenstelsel
Hofstelsel
Horigen
Domein
Economie
Politiek 
Leenheer
Trouw / macht

Slide 17 - Drag question

Is het een politiek-bestuurlijke, economische, sociale of culturele verandering? Maak de juiste combinaties door te slepen.
Economische verandering
Politiek-bestuurlijke verandering
Sociale verandering
Het Romeinse Keizerrijk viel uiteen in allerlei kleine koninkrijken
Sommige boeren werden heer op een domein, anderen gaven hun bezit en vrijheid op.
De handel verdween, en mensen gebruikten geen munten meer

Slide 18 - Drag question

Leenstelsel
Hofstelsel
domein
leenheer
horige
vazal
Raad en daad
Karel de Grote
Pacht en herendiensten
achterleenman

Slide 19 - Drag question

Maak de juiste combinatie
Geestelijke
Monnik
Paus
Priester
Iemand met een functie in de kerk
Iemand in dienst van de kerk
Geestelijke die leeft in een klooster
Hoogste geestelijke leider van de kerk

Slide 20 - Drag question

1e stand
2e stand
3e stand
Geestelijke
Adel
Boeren en burgers
Andere standen beschermen
Contact met God
Werken

Slide 21 - Drag question

Sleep de teksten naar de juiste plek in de afbeelding
Ik ben van adel
Ik ben een geestelijke
Ik betaal pacht
Eerste stand
Tweede stand
Derde stand

Slide 22 - Drag question

Een
of
woonde in een kasteel
bestuurden stukjes van zijn land voor hem
Eigenlijk was het land van de 
kwamen bijna nooit langs
maar zijn
graaf
Koning
ridders
hertog
controleurs

Slide 23 - Drag question

A leenheer

B leenman

C leenstelsel

D Graaf

E hertog

F koning

is de baas over het koninkrijk :



heeft een gebied in leen van de koning:


zo heet dit politieke systeem:
A
B
C
D
E
F

Slide 24 - Drag question

HW par. 1: soorten veranderingen
politieke verandering
economische verandering
religeuze verandering
3a: invoering Karolingische pond
4a: Karel de Grote eerste keizer in middeleeuwen
5b: uitbreiding christendom
7b: badhuis wordt een kerk

Slide 25 - Drag question

Het leenstelsel
Je moet weten wat de voordelen waren van het leenstelsel voor de leenheer en leenman
Je moete weten wat de nadelen waren van het leenstelse

Slide 26 - Slide

De koning was in het leenstelsel de ...
A
Leenheer
B
Leenman
C
Achterleenman
D
vazal

Slide 27 - Quiz

Wat was het leenstelsel?
A
Een stelsel waarbij een leenheer land uitleende aan horigen
B
Een stelsel waarbij de koning zijn land onder de geestelijkheid verdeelde
C
Een stelsel waarbij een leenman zijn land aan een leenheer uitleende
D
Een stelsel waarbij een koning zijn land uitleende aan zijn ridders

Slide 28 - Quiz

Het leenstelsel is een ... systeem
A
politiek
B
religieus
C
economisch
D
cultureel

Slide 29 - Quiz

Wat waren de voordelen van het leenstelsel voor de leenheer?

Slide 30 - Open question

Wat waren de voordelen voor de leenmannen?

Slide 31 - Open question

Wat waren de nadelen van het leenstelsel voor de leenheer?

Slide 32 - Open question

Sleepvraag: sleep de blauwe vakken naar de juiste rode vakken (veranderingen)
Economische verandering
Politieke verandering
Religieuze verandering
De overgang van de Romeinse Republiek naar het Romeinse Keizerrijk
De invoering van de euro in 2002
Het christendom wordt de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk

Slide 33 - Drag question

Slide 34 - Slide

Tijd van steden en staten
Verbeteringen in de landbouw

Slide 35 - Slide

de halsjuk

Slide 36 - Slide

de ijzeren ploeg

Slide 37 - Slide

Wat zijn de gevolgen van de hogere opbrengsten van de landbouw?

lees bladzijde 80 van het tekstboek
Probeer zoveel mogelijk gevolgen te noemen

Slide 38 - Slide

Wat waren de gevolgen van de hogere opbrengsten van de landbouw?

Slide 39 - Open question

Oorzaken ontstaan van steden
Gevolgen ontstaan van steden
Geldeconomie
Uitvindingen landbouw
Oprichting Hanze
Toenemende handel
Ontstaan marktplaatsen
Ontstaan ambachten
Kopen van stadsrechten

Slide 40 - Drag question

Beschrijf in eigen woorden wat "de Hanze" is.

Slide 41 - Open question

Welke voordelen hadden steden die lid waren van de Hanze?

Slide 42 - Open question

Hoe heeft de handel ook de pest verspreid?

Slide 43 - Open question

Welke 4 woorden passen bij een middeleeuwse stad?
<b>Onjuist</b>
<b>Juist</b>
Rustig
Druk
fabriek
Groen park
Stadsmuur
Smalle straatjes
Koopman
Flats

Slide 44 - Drag question

Sleep naar de goede plek in de Middeleeuwse stad
kasteel
Stadspoort
Stadsmuur
Kerk
Koopmanshuis

Slide 45 - Drag question

Vraag 7: Zet de zinnen in de juiste volgorde.
1
2
3
4
Op een dag mocht hij zijn meesterstuk maken.
Na een paar jaar werd Joost een gezel
Het gilde benoemde hem tot meester.
Joost werd leerling bij meester Nicolaas.

Slide 46 - Drag question

Waar
Niet waar
Alle mensen in een gilde hadden hetzelfde beroep.
Gilden steunden hun leden als ze ziek werden
Lidmaatschap van een gilde was niet verplicht. 
Sommige ambachten hadden geen eigen gilde.

Slide 47 - Drag question

Burgemeester
Raadhuis
Schout en de schepenen
Hanze
kogge

Slide 48 - Drag question

Eerste stand
Tweede stand
Derde stand
Kooplieden
Dokters
Advocaten
Boeren

Bisschoppen
Dorpspriesters
Baron
Graaf

Slide 49 - Drag question

Wat wordt bedoeld met 'ketters'?

Slide 50 - Open question

BEGRIPPENKENNIS - CHRISTENDOM
Non
Paus
Bisschop
Monnik
Ketter
Verbannen
Geestelijke
Uit de kerk sturen
Iemand met een verkeerd geloof
Vrouwelijke geestelijke
Plaatsvervanger van Jezus op Aarde
Iemand die een carrière heeft binnen de kerk
Leider van een kerkprovincie
Mannelijke geestelijke

Slide 51 - Drag question

Luther wordt vogelvrij verklaard.
Wat betekent dat?
A
Luther kon vanaf dat moment vliegen als een vogel
B
De paus mocht Luther vermoorden
C
Als Luther iemand zou vermoorden, zou de moordenaar geen straf krijgen
D
Luther werd zijn vrijheid ontnomen

Slide 52 - Quiz

Luther wilde
A
de macht van de kerk vergroten
B
de kerk hervormen
C
de kerk afschaffen
D
dat de regels van de kerk de basis waren voor geloof

Slide 53 - Quiz

Waarom was Luther tegen de paus?
A
Het stond niet in de Bijbel.
B
De paus deed dingen die niet christelijk waren.
C
De paus was te rijk.
D
Luther was helemaal niet tegen de paus.

Slide 54 - Quiz

Wat vond Luther?
A
De verkoop van aflaten is slecht.
B
Iedereen moet de bijbel lezen
C
Priesters gedragen zich niet goed.
D
Alle antwoorden zijn goed.

Slide 55 - Quiz

Sleep de zes blauwe zinnen naar de juiste gele kolom:
Oorzaken van de Pest:
Gevolgen van de Pest:
Een vlo zuigt het bloed op van een besmette rat.
Jodenhaat wordt steeds extremer.
Je krijgt zwartgekleurde builen, koorts, spierpijn en hoofdpijn. 
Heksen worden vervolgd.
Pestdokters dragen snavelachtige maskers.
Steden hadden geen rioleringen

Slide 56 - Drag question

Wat betekende het als een stad stadsrechten kreeg?
De heer is niet langer de baas in de stad
Burgers mogen de wetten in de stad niet veranderen
De heer betaalt voortaan belasting aan de stad
De burgers mogen hun eigen bestuur kiezen
De bestuurders van de stad mogen zelf nieuwe wetten maken
De burgers betalen belasting aan het bestuur van de stad

Slide 57 - Drag question