Les 7
Les 7
Stress
Let's talk about ...
Stress
Wat betekent het woord stress voor jou?
Wanneer voel jij meestal stress?
Hoe merk je dat je gestrest bent?
Wat doe je als je stress hebt?
Heb je vaak last van stress? Waarom wel of niet?
Denk je dat een beetje stress goed kan zijn? Waarom?
Wat zijn dingen die stress op je werk of school veroorzaken?
Stress
Stress
Hoe kun je stress verminderen, denk je?
Wat helpt jou om te ontspannen na een drukke dag?
Hoe voel je je als je te veel moet doen in korte tijd?
Praat je met anderen over je stress? Met wie?
Vind je dat mensen tegenwoordig meer stress hebben dan vroeger? Waarom denk je dat?
Welke rol spelen telefoon en sociale media in jouw stress?
Wat kan een werkgever of leraar doen om stress te verminderen?
Hoe zou jouw ideale, stressvrije dag eruitzien?
Creatieve schrijfoefening
Relatieve bijzin
deel 2
Samenvatting
Bij deze woorden gebruik je het relatief pronomen:
Dit is het mooiste wat ik ooit heb gezien.
Fenna wilde graag naar de speeltuin, wat haar moeder een uitstekend idee vond.
de-woorden
het-woorden
personen
dingen
iets / alles / superlatief / een hele zin
die - De jongen die daar staat is mijn broer
dat - Het meisje dat lacht is mijn zus
voorzetsel + wie - De vrouw aan wie ik denk ....
waar + voorzetsel - Het vlees waarvan ik at is rot
wat
Kies het juiste relatief pronomen
Opdracht: Lees de zin en kies het juiste relatief pronomen.
1. De telefoniste ... ik aan de telefoon had, was zeer behulpzaam.
die
dat
met wie
waarmee
2. De bus ... ik altijd naar mijn werk reis, heeft 20 minuten vertraging.
die
dat
met wie
waarmee
Geef de vertaling en de hoofdtijden van de werkwoorden.
Maak ook een zin met minstens 8 woorden en gebruik een tijd uit het verleden.
van 1 - 25
3. De collega ... ik altijd naar mijn werk reis, heeft 20 minuten vertraging.
die
wat
met wie
waarmee
4. Alles ... jij zei, is gelogen!
die
dat
wat
waarover
5. De oude boeken ... ik vond, heb ik gisteren naar de kringloop gebracht.
die
dat
wat
waarin
6. ... ik altijd lastig vind, is spreken voor een groep mensen.
die
dat
wat
waardoor
7. De grond ... ons huis is gebouwd, blijkt vervuild te zijn.
waarin
waarop
waaraan
waarover
8. Het gebouw ... is ingestort, werd onvoldoende onderhouden.
die
dat
wat
waardoor
C: Schrijf de relatieve bijzin
Opdracht: Lees de zin. Kijk goed naar het substantief, denk na over het juiste relatief pronomen en schrijf dan de relatieve bijzin.
1. Het appartement ... , ziet er netjes uit.
2. Alles ... , moet geheim blijven.
3. Het land ... , is Argentinië.
4. Het bos ... , is erg groot.
5. De boeren ... , protesteerden met hun tractoren.
Schrijf op de volgende dia over een dag uit jouw leven en gebruik relatieve bijzinnen
Opdracht: Schrijf over een dag uit jouw leven, als in een dagboek. Wat heb je meegemaakt en met wie? Gebruik hierin in ieder geval vijf keer, maar liever vaker, de relatieve bijzin.
Voorbeeld:
De vogeltjes die me wakker maakten, zorgden voor een goede start van mijn dag. Het kopje thee dat heerlijk smaakte, deed me goed. Daarna was het tijd voor school.
De trein waarmee ik elke dag naar school reis, zat helaas al ontzettend vol. De conducteur die langskwam, was gelukkig heel vriendelijk. We mochten nog mee.
Een dag uit mijn leven 8 zinnen a.u.b.