Ontwikkelingspsychologie oefentoets

Oefentoetsje ... Ontwikkelingspsychologie.
Wat ga jij scoren?
A
10+ dit wordt een makkie!
B
een 6, ik ben net wakker!
C
een 8, ik wil rustig beginnen!
D
Mwha, waar gaat dit over?
1 / 22
next
Slide 1: Quiz
OntwikkelingspsychologieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Oefentoetsje ... Ontwikkelingspsychologie.
Wat ga jij scoren?
A
10+ dit wordt een makkie!
B
een 6, ik ben net wakker!
C
een 8, ik wil rustig beginnen!
D
Mwha, waar gaat dit over?

Slide 1 - Quiz

Op welke drie manieren ontwikkelen mensen zich? Door te
A
leren, taal en groeien
B
leren, groeien, rijping
C
leren, omgeving, rijping
D
leren, omgeving, groeien

Slide 2 - Quiz

Wat wordt bedoeld met aanleg?
A
omgeving van het kind
B
invloed van ouders/opvoeders
C
dingen die een kind op school leert
D
aangeboren eigenschappen

Slide 3 - Quiz

Wat wordt bedoeld met de fysieke omgeving van een kind?
A
aanwezigheid van broertjes en zusjes
B
manier waarop het huis is ingericht
C
de buurt of het huis waarin iemand opgroeit
D
de opleiding van de ouders

Slide 4 - Quiz

Welke interne factoren zijn van invloed op de ontwikkeling van een kind?
A
Financiële middelen van de ouders
B
De opleiding van het kind
C
De opleiding van de ouders
D
Aangeboren eigenschappen

Slide 5 - Quiz

Wat kun je zeggen over externe factoren die van invloed zijn op de
ontwikkeling?
A
Externe factoren zijn factoren die al bij de geboorte aanwezig zijn.
B
Externe factoren zijn biologische factoren.
C
Omgevingsfactoren die invloed hebben op de ontwikkeling.
D
Externe factoren zijn aangeboren factoren.

Slide 6 - Quiz

Op welke leeftijd is het makkelijker om een vreemde taal te leren?
A
Wanneer je boven de 65 jaar bent.
B
Wanneer je pas net leert praten, tussen 1 en 2 jaar.
C
Kinderen van 0 tot 6 jaar zijn extra sensitief.
D
Op alle leeftijden.

Slide 7 - Quiz

Wat is de emotionele ontwikkeling
A
De ontwikkeling van de eigen gevoelens
B
De ontwikkeling van de zintuigen
C
De ontwikkeling van de beweging
D
De ontwikkeling van kennis en denken

Slide 8 - Quiz

Wat is geen risicofactor?
A
Opgroeien in armoede
B
Het hebben van een klein sociaal netwerk.
C
Verstandelijke beperking, IQ <70
D
Het aanleren van sociale vaardigheden

Slide 9 - Quiz

Wat is een ander woord voor lichamelijke ontwikkeling
A
Cognitieve ontwikkeling
B
Sensomotorische ontwikkeling
C
Persoonlijkheids-ontwikkeling
D
taalontwikkeling

Slide 10 - Quiz

Welke leeftijd heeft een kleuter?
A
tussen 1 en 2 jaar
B
tussen 3 en 4 jaar
C
tussen 4 en 6 jaar
D
tussen 2 en 3 jaar

Slide 11 - Quiz

In welke levensfase is er sprake van egocentrische denken?
A
Baby
B
Peuter
C
Kleuter
D
Schoolkind

Slide 12 - Quiz

Kenmerkend voor de cognitieve fase van een peuter is 'magisch denken'. Wat betekent dat?
A
geen inzicht in oorzaak en gevolg
B
geen eigen normen en waarden
C
geen onderscheid tussen echt en fantasie
D
geen onderscheid tussen goed en slecht

Slide 13 - Quiz

Kenmerkend voor de cognitieve fase van een kleuter is 'prelogisch denken'. Wat betekent dat?
A
geen samenhang in oorzaak en gevolg
B
geen eigen normen en waarden
C
denken door dingen te zien
D
geen onderscheid tussen goed en slecht

Slide 14 - Quiz

Een baby van 1,5 jaar noemt zijn eigen naam. Er is sprake van .... ?
A
temperament
B
object conservatie
C
object permanentie
D
ik besef

Slide 15 - Quiz

Alles wordt beantwoord met 'nee!'. Er is sprake van ... ?
A
peuterpuberteit
B
peutertemperament
C
peuterfase
D
peutergedrag

Slide 16 - Quiz

Samen spelen, samen delen. Het kind kan zich steeds beter verplaatsen in de ander. Dit gaat over een ... ?
A
Baby
B
Peuter
C
Kleuter
D
Schoolkind

Slide 17 - Quiz

Wat betekent 'peergroup'?

Slide 18 - Open question

De moeder (72) van Jan (42) heeft vorige jaar een herseninfarct gehad. Sinds die tijd zorgt Jan voor haar naast werk, gezin en studie. Jan is ....
A
een goede zoon
B
een goede verzorger
C
een goed mens
D
een goede mantelzorger

Slide 19 - Quiz

Sociaal Emotionele Ontwikkeling?

Slide 20 - Mind map

Het oefentoetsje over 'sociaal-emotionele ontwikkeling' ging ......
A
Supergoed! Nog makkelijker dan verwacht.
B
Goed, soms wist ik het niet maar dat kan gebeuren.
C
Redelijk, met een beetje extra inzet haal ik wel een voldoende
D
Help, Waar ging dit over?

Slide 21 - Quiz

Toets donderdag 30 oktober 12.30 - 14.00 uur
De toets gaat over H1 Ontwikkelingspsychologie
1.1 Inleiding (p.33)
1.2 Doelstellingen (p.33)
1.3 Ontwikkeling (p.34 - p.42)
1.4 Cognitieve Ontwikkeling (p.42 - p.48) 
1.5 Sociaal Emotionele Ontwikkeling (p.48- p.55)

Slide 22 - Slide