H3.3 Massa

Een reactie waarbij energie vrijkomt:
A
Endotherm
B
Exotherm
1 / 13
next
Slide 1: Quiz
Middelbare school

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Een reactie waarbij energie vrijkomt:
A
Endotherm
B
Exotherm

Slide 1 - Quiz

Verklaar waarom kandijsuiker (grote kristallen) minder snel oplossen in thee dan een schepje gewone suiker, aan de hand van het botsende-deeltjesmodel

Slide 2 - Open question

Doelen
Aan het einde van de paragraaf kun je:
  • Uitleggen wat de wet van behoud van massa is
  • Rekenen met massaverhouding
  • Beredeneren welke stof in overmaat is

Slide 3 - Slide

Wet van behoud van massa

Slide 4 - Slide

Aantekening
Wet van behoud van massa zegt:
De massa van de beginstof(fen) is/zijn evenveel als de massa van de reactieproduct(en)
Voor de pijl even veel stof als na de pijl.

Slide 5 - Slide

Geef de (kloppende) reactievergelijking van de ontleding van water. Schrijf hem ook over in je schrift.

Slide 6 - Open question

Molecuulmassa's
  • Elk atoom heeft een massa (P en N)
  • Alle massa's bij elkaar opgetelt is de molecuulmassa.
  • De massa's van atomen geven we weer in u. (atomaire massa-eenheid)
  • 1 u = 1,66 x 10-24 gram
  • Daarom rekenen we niet in grammen, dan maak je te kleine getallen.

Slide 7 - Slide

Bereken de molecuulmassa's van water, waterstof en zuurstof. Deze zet je onder je reactievergelijking inclusief het aantal moleculen.

Slide 8 - Open question

Wat valt je op aan de massa's voor en na de pijl?

Slide 9 - Open question

Massa-verhouding
Stoffen reageren áltijd in een vaste verhouding met elkaar.
Uit 36 gram water ontstaat altijd: 4 gram waterstof en altijd 32 gram zuurstof.
Dit betekent dat als er 72 gram water ontleed er 8 gram waterstof ontstaat en 64 gram zuurstof.

Slide 10 - Slide

Aantekening:
Stappenplan rekenen met massaverhouding.
1. Geef de kloppende reactievergelijking
2. Zet de gegeven massaverhouding er onder; of reken de molecuulmassa's uit.
3. Zet het gegeven erbij onder en het gevraagde
4. Maak een verhoudingstabel

Slide 11 - Slide

Voorbeeld
Waterstof wordt verbrand. Bereken de massaverhouding waarin waterstof en zuurstof met elkaar reageren.
2 H2 + O2 --> 2 H2O
4 gram + 32 gram --> 36 gram
De kleinst mogelijke verhouding (:4)
1  :  8

Slide 12 - Slide

Bereken de massaverhouding waarin zwavel verbrand tot zwaveldioxide.

Slide 13 - Open question