Wist je dat bij het eindexamen, signaalwoorden + 10 laatste tips IV

Stunde 1+2
1 / 43
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

Stunde 1+2

Slide 1 - Slide

Examentraining Duits 2025

Slide 2 - Slide

Wanneer is het examen Duits?
  • maandag 18 mei 09:00 - 11:00 uur vmbo GL/TL
  • voor leerlingen met dyslexie half uur langer

Slide 3 - Slide

Wist je dat...
Een foto bij de tekst kan aangeven of er positief of negatief over een onderwerp wordt geschreven? Als je bij een tekst bijvoorbeeld een foto ziet van een lachende persoon, dan weet je dat de tekst positief is over het onderwerp. 

Slide 4 - Slide

Wist je dat ...
Het handig is om altijd markeerstiften bij het maken van een tekst te hebben? Dan kun je namelijk bij globaal lezen woorden of zinnen markeren waarin volgens jou het antwoord moet staan, en zie je makkelijk welke stukjes je nog eens nauwkeurig moet lezen om het antwoord te vinden.

Slide 5 - Slide

Wist je dat …
Een samenvattingsvraag (kernvragen) gemiddeld wel 10x in een examen voorkomt? Dat is 25% van je puntentotaal. Bestudeer de strategie voor deze vraag nogmaals heel goed!

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Wist je dat …
De punten bij een beweringenvraag niet ‘eerlijk’ verdeeld zijn? Als er vier beweringen zijn en de vraag twee punten waard is, krijg je pas bij drie goede antwoorden één punt en alleen vier goede antwoorden leveren de volle twee punten op.

Slide 8 - Slide

Wist je dat …
Je op het centraal examen gemiddeld 3 minuten per vraag de tijd hebt? Het opzoeken van een woord duurt gemiddeld al 60 seconden. Wees daarom zuinig met het gebruik van een woordenboek en leer zo veel mogelijk signaalwoorden en veelvoorkomende vragen uit je hoofd.

Slide 9 - Slide

Wist je dat …
Als je bijvoorbeeld drie redenen moet geven en je schrijft er vier op, je leraar alleen de eerste drie antwoorden mag beoordelen? Dus als je derde reden fout is, maar je vierde wel goed, mag hij daar helaas toch geen punten voor geven. Houd je goed aan de gevraagde aantallen.

Slide 10 - Slide

Wist je dat …
Lange-antwoordvragen vaak twee of meer punten waard zijn? Het is dus wel de moeite waard om hier even de tijd voor te nemen.

Slide 11 - Slide

Wist je dat …
Het bij meerkeuzevragen kan helpen om eerst zelf een antwoord te formuleren? Daarna lees je pas de meerkeuzeopties en kies je degene die het meest op jouw eigen antwoord lijkt. Zo word je minder snel door afleiders in verwarring gebracht.

Slide 12 - Slide

Wist je dat …
Signaalwoorden verbanden aangeven in de tekst? Als het goed is heb je deze geleerd. Niet goed gedaan of vergeten? Leer deze alsnog uit je hoofd, want ze gaan je helpen het goede antwoord sneller te vinden! Zie de pagina's 272 tot en met 275 in je werkboek.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Signaalwoorden
in het Duits, welke
ken je?

Slide 15 - Mind map

Wat weet je al over een signaalwoord?

Slide 16 - Open question

signaalwoorden
Een signaalwoord in een zin vertelt iets over het verband tussen die zin  en de zin daarvoor. 
Signaalwoorden geven je inzicht in de structuur van de tekst. 
Daarnaast staan de antwoorden op de vragen vaak na of in de buurt van de signaalwoorden!!!!!!

Slide 17 - Slide

vertaal: maar
A
jedoch
B
weil
C
aber
D
obwohl

Slide 18 - Quiz

vertaal: alsook
A
jedoch
B
sowie
C
Trotz
D
obwohl

Slide 19 - Quiz

vertaal: in plaats van
A
oder
B
statt
C
weil
D
deswegen

Slide 20 - Quiz

Vertaal: aber

Slide 21 - Open question

Vertaal: zum Beispiel

Slide 22 - Open question

Vertaal: jedoch

Slide 23 - Open question

in plaats daarvan
pas echt
inderdaad
ook
auch
erst recht
tatsächlich/in der Tat
stattdessen

Slide 24 - Drag question

Vertaal: weil, da
A
want
B
wegens
C
omdat
D
dat

Slide 25 - Quiz

Vertaal: laut
A
volgens
B
overigens

Slide 26 - Quiz

Vertaal: der Verfasser

Slide 27 - Open question

Vertaal: Gegensatz

Slide 28 - Open question

wann? 
was? 
wer? 
wie?
wo?
woher?
wohin? 
wanneer?
 wat?
 wie?
 hoe?
waar?
waarvandaan?
waarheen? 

Slide 29 - Drag question

Vertaal: Nachteil oder Vorteil

Slide 30 - Open question

Wat betekent het woord schließen in de volgende zin:
Was kann man aus dem 1. Absatz schließen?
A
sluiten
B
beslissen
C
concluderen
D
besluiten

Slide 31 - Quiz

Welche Frage passt in die Lücke in Absatz 4? betekent:
Welke vraag past op de open plek in alinea 4?
goed
fout

Slide 32 - Poll

Slide 33 - Video

Slide 34 - Video

Rest van deze periode...
1. Examens oefenen, oefenen en oefenen....leeskilometers maken en 
2. Vragen herkennen zodat je weet wat je moet doen
3. Signaalwoorden leren

Slide 35 - Slide

Viel Erfolg!

Slide 36 - Slide

Wörter lernen St. 2
- Ga via magister - leermiddelen, open het online boek en klik aan de linkerkant op 'Lesen'. Ga dan aan de rechterkant naar 'Slim Stampen' en oefen met het leren van de examenwoordenschat.

Slide 37 - Slide

Texte vorbereiten St. 3+4
- Neem eerst nog eens bladzijde 122, 128, 135, 142, 149, 155, 161, 165 en 172 door (8 min.)
- Noteer bij vraag 1 t/m 9 onder welke soort 
examenvraag dit valt.
- Samen bespreken.
- Maak vraag 1/m 9
- bespreken
- Ga door met de rest van de vragen, noteer eerst wat voor soort vraag het is

timer
8:00

Slide 38 - Slide

Week 15

Slide 39 - Slide

Texte vorbereiten St. 1+2
- Prüfung besprechen
- Slim Stampen: examenidiom via hoofdstuk Lesen
- Examenteksten oefenen
- 1 Text behandelen 

timer
15:00

Slide 40 - Slide

Lesen üben St. 3+4
- zusammen: Seite 133 Text Etwas Schokolade
- machen: ab Seite 139 Aufgabe 17 und 18
- besprechen
- zusammen: Aufgabe 21
- machen: Aufgabe 22, 23, 24, 25
- besprechen
- machen: Aufgabe 30, 31, 32, 37, 38, 39
- besprechen

timer
15:00

Slide 41 - Slide

Week 16

Slide 42 - Slide

Texte vorbereiten St. 1+2
- 4 Texte machen: Text 6, 7, 8 und 9
- kontrollieren -> Note

timer
15:00

Slide 43 - Slide