LES 1 - ORIËNTATIE + WOORDENSCHAT

1 / 36
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Thema Familie en vrienden
Les 1 - Oriëntatie en woordenschat

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

Info
<a href="https://help.lessonup.com/nl/articles/4875571-eigen-kleuren-toevoegen-aan-lessonup">https://help.lessonup.com/nl/articles/4875571-eigen-kleuren-toevoegen-aan-lessonup</a>
informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JDW-kijkwijzer 5.0
Lesopbouw:
  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen

  4. Evaluatie:
    Afsluiting




Slide 5 - Slide

De principes van de JdW-Kijkwijzer hebben betrekking op het wezenlijk van effectief leren , gewenst schoolgedrag en taalontwikkeling . Bovendien wordt van hieruit gewerkt aan het versterken van de collectieve lerareneffectiviteit, wat essentieel is voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit, leerlingprestaties en het opbouwen van vaste onderwijsdoelen (Badura, 1993; Goddard, 2001).
              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon thuis of in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 6 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Inleiding
Familieleden en vrienden kunnen belangrijke mensen in je leven zijn. 
Of je nou een grote familie hebt met broers, zussen, neefjes, nichtjes, ooms, tantes en een stiefoma óf een klein (pleeg)gezin: je familie heeft vaak invloed op wie jij bent. 

En zo kan het ook zijn met vrienden. Het onderwerp familie en vrienden komt in alle hoofdstukken van dit thema voor.

Slide 7 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
              Start - Sociale netwerk
Alle mensen die belangrijk zijn in jouw leven, zoals familie en vrienden, noem je bij
elkaar jouw sociale netwerk. In deze startopdracht ga je een sociogram maken. 
Een sociogram is een overzicht van je sociale netwerk. Hierin schrijf je op welke mensen in je leven belangrijk zijn en hoe belangrijk ze voor je zijn. 

Voordat je zelf een sociogram maakt, oefen je met een voorbeeld-sociogram.
Aan het einde van deze startopdracht denk je na over de leerdoelen waaraan je werkt in dit
thema. Je leest de leerdoelen door en bedenkt wat je al kunt en nog moet leren. 
Ook denk je erover na welke leerdoelen vooral belangrijk zijn voor school en voor buiten school.

Slide 8 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
              Opdracht 1
Kijk en luister naar het 

Vul het sociogram verder in op de volgende bladzijde. Doe het zo:
  • Bekijk de afbeeldingen van de mensen in Senna's sociale netwerk en het sociogram.
  • Schrijf de namen die Senna nog niet heeft opgeschreven op de goede plek in het sociogram. 
fragment 'Senna's sociogram'
Klik <a href="https://studiemeter.uitgeverij-deviant.nl/main/?screen=exercises&amp;methodId=163&amp;chapterId=1627&amp;exerciseId=46250">hier</a> voor het fragment.&nbsp;
Sasha en Inge

Slide 9 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
              Opdracht 1
Vul het sociogram verder in op de volgende bladzijde. Doe het zo:
  • Bekijk de afbeeldingen van de mensen in Senna's sociale netwerk en het sociogram.
  • Schrijf de namen die Senna nog niet heeft opgeschreven op de goede plek in het sociogram.

 

Slide 10 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
              Opdracht 2
Schrijf de namen op van mensen in jouw sociale netwerk.
Denk bijvoorbeeld aan mensen die je kent van school, sport en uit je buurt.


Klaar?
Maak je eigen sociogram.<div>Schrijf de namen uit je sociale netwerk op de juiste plek in het sociogram.</div><div><br></div><div><ul><li><span style="font-weight:bold">Binnenste cirkel</span>&nbsp;» jouw naam</li><li><span style="font-weight:bold">Cirkel 1</span>&nbsp;» mensen die heel belangrijk voor je zijn.</li><li><span style="font-weight:bold">Cirkel 2</span>&nbsp;» mensen die belangrijk zijn, maar niet het belangrijkste.</li><li><span style="font-weight:bold">Cirkel 3</span>&nbsp;» mensen die een beetje belangrijk zijn.</li></ul></div>

Slide 11 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Voorkennis

Slide 12 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 

Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
Aan het einde van deze les...
  1. ken ik de betekenis van de themawoorden over familie en vrienden (R)
  2. kan ik de themawoorden op een goede manier in een zin gebruiken (T1)


Slide 15 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
              Inleiding
Jouw woordenschat bestaat uit alle woorden die jij kent en begrijpt. 
Als je een grote woordenschat hebt, gaat lezen, luisteren, schrijven, spreken en gesprekken voeren vaak makkelijker. Je begrijpt dan meer woorden die je leest of hoort en kunt meer woorden gebruiken om iets op te schrijven of te vertellen.

Tijdens deze les ga je met tien (nieuwe) woorden werken die te maken hebben met het thema Familie en vrienden.

Slide 16 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

           Instructie
We bekijken het 

Maak opdracht 2 op bladzijde 17 in je boek.
Je mag elk woord één keer gebruiken.
Je krijgt hier 5 minuten de tijd voor. 
fragment 'Opa in huis'
Klik <a href="https://studiemeter.uitgeverij-deviant.nl/main/?screen=exercises&amp;methodId=163&amp;chapterId=1627&amp;componentItemId=3663&amp;exerciseId=46251">hier</a> voor het fragment.&nbsp;
timer
5:00

Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie
Maak opdracht 3. Doe het zo:
  • Bekijk de afbeelding
  • Lees de twee zinnen ernaast met daarin het themawoord.
  • Kruis de zin aan waarin het themawoord goed wordt gebruikt.
timer
5:00
Afbeelding 4, 5 en 6

Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie
Schrijf steeds een zin onder elke afbeelding.
Doe het zo:
  • Bekijk de afbeelding en lees het themawoord.
  • Gebruik het themawoord in een zin die bij de afbeelding past.
timer
5:00
Afbeelding 4

Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Aan de slag
Maak de kruiswoordpuzzel op bladzijde 22. 
Doe het zo: 
  • Lees de                         op bladzijde 21
  • Lees de betekenissen op bladzijde 22
  • Vul elk woord in op de juiste plek in de puzzel. Gebruik elk woord één keer.

Bij elk symbool in de puzzel hoort een letter. Noteer de letters in de oplossingsbalk.
themawoorden
eigenschap<div>generatie</div><div>gewoonte</div><div>kennis</div><div>opvoeding</div><div>privacy</div><div>rekening houden met</div><div>relatie</div><div>sociaal netwerk</div><div>vertrouwen</div>

Slide 22 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Theorie
Taal kan letterlijk of figuurlijk worden gebruikt. 
  • Letterlijk taalgebruik: Er wordt precies bedoeld wat er staat of wordt gezegd.
    » De woorden zeggen precies wat wordt bedoeld
  • Figuurlijk taalgebruik: Er wordt iets anders bedoeld dan wat er staat of wordt gezegd.
    » Je moet vaak je fantasie gebruiken om te bedenken wat er wordt bedoeld

Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Theorie
Twijfel je of iets letterlijk of figuurlijk wordt bedoeld?
  1. Bedenk of het logisch is wat er staat of wordt gezegd. Is dat niet zo en moet je je fantasie gebruiken? Dan is het waarschijnlijk figuurlijk taalgebruik.
  2. Luister goed of lees verder.
    Zo kom je er vaak achter of het letterlijk of figuurlijk wordt bedoeld.
  3. Twijfel je nog steeds? Dan kun je het opzoeken of aan iemand vragen.

Slide 24 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Aan de slag
Maak opdracht 5 op bladzijde 24.

Geef aan of de dikgedrukte zin letterlijk of figuurlijk is bedoeld. 

Je krijgt hiervoor 5 minuten.
timer
5:00

Slide 25 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Theorie
Een bekende vorm van figuurlijk taalgebruik is het gebruik van bijnamen.

Als vrienden en familie een bijnaam voor jou gebruiken, bedoelen ze jou, maar zeggen ze iets anders. Je bedenkt je bijnaam meestal niet zelf, maar krijgt hem van andere mensen.

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Heb je een bijnaam?
Ja
Nee
Ik weet het niet

Slide 27 - Poll

This item has no instructions

           Aan de slag
Maak opdracht 6 op bladzijde 25.

Zet elke bijnaam bij de juiste persoon. Doe het zo:
  • Bekijk de afbeeldingen en lees de omschrijving.
  • Schrijf de bijnaam bij de juiste omschrijving.
  • Kies uit: Franse friet, Lange en Kitty

Slide 28 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting
Je hebt tijdens deze les geoefend met de betekenis van tien themawoorden.
Op de volgende slide nemen we de woorden nog eens door.

De docent laat een themawoord zien en spint een naam.
Weet jij de betekenis nog? Misschien kun je wel een zin maken met dat woord! 

Slide 29 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
  • eigenschap
  • generatie
  • gewoonte
  • kennis
  • opvoeding
  • privacy
  • rekening houden met
  • relatie
  • sociaal netwerk
  • vertrouwen

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket
Kies één van de themawoorden.
Bedenk een kort berichtje bij dit woord.

Typ het berichtje op de volgende slide.

Slide 31 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

themawoorden
eigenschap<div>generatie</div><div>gewoonte</div><div>kennis</div><div>opvoeding</div><div>privacy</div><div>rekening houden met</div><div>relatie</div><div>sociaal netwerk</div><div>vertrouwen</div>
themawoorden
eigenschap<div>generatie</div><div>gewoonte</div><div>kennis</div><div>opvoeding</div><div>privacy</div><div>rekening houden met</div><div>relatie</div><div>sociaal netwerk</div><div>vertrouwen</div>
themawoorden
eigenschap<div>generatie</div><div>gewoonte</div><div>kennis</div><div>opvoeding</div><div>privacy</div><div>rekening houden met</div><div>relatie</div><div>sociaal netwerk</div><div>vertrouwen</div>
Typ nu jouw berichtje met daarin één van de themawoorden

Slide 32 - Open question

This item has no instructions


Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 34 - Slide

This item has no instructions


Ben je blij met het resultaat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 35 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions