feit / mening / voorspelling
Het was eerste kerstdag op 25 december.
De kerstvakantie is veel te kort om echt uit te rusten.
Tijdens de volgende vakantie zal ik 3 boeken lezen.
De meeste scholen beginnen in januari weer met lessen.
Online lessen zijn minder effectief dan lessen op school.
Dit schooljaar ga ik betere cijfers halen voor Nederlands.