Onderdeel Lezen; Tekstdoelen & tekstsoorten

Wat gaan we vandaag doen?
Onderdeel Lezen
- Tekstdoelen
- Tekstsoorten
- Leesstrategieën 
- Signaalwoorden

1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Wat gaan we vandaag doen?
Onderdeel Lezen
- Tekstdoelen
- Tekstsoorten
- Leesstrategieën 
- Signaalwoorden

Slide 1 - Slide

Aan het eind van de les
  • Weet ik dat er vijf verschillende tekstdoelen zijn die kan ik benoemen.
  • Ik kan minimaal vier verschillende tekstsoorten benoemen.
  • Ik weet wat signaalwoorden zijn en kan dit herkennen.



Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Tekstsoorten
Je hebt nu al geleerd dat een schrijver verschillende doelen kan hebben voor een tekst.

Je gaat nu leren dat er ook verschillende tekstsoorten zijn.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Slide

Wat voor een soort tekstsoort is dit?
A
Amuserend
B
Overtuigend
C
Activerend
D
Instruerend

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Wat is de tekstsoort?
A
Informatief
B
Instruerend
C
Overtuigend
D
Activerend

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Wat is de tekstsoort van de vorige afbeeldig?
A
Overtuigend
B
Amuserend
C
Informerend
D
Activerend

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Slide

Wat is de tekstsoort?
A
Overtuigen
B
Informeren
C
Amuseren
D
Instueren

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Wat voor een soort tekstsoort is dit?
A
Instrueren
B
Overtuigen
C
Informeren
D
Activeren

Slide 20 - Quiz

Iedere schrijver heeft een schrijfdoel. Bij elk schrijfdoel horen verschillende tekstsoorten. Sleep het juiste doel naar de bijbehorende tekstsoort.
Activeren
Amuseren
Overtuigen
Informeren

Slide 21 - Drag question

Leesstrategieën

Slide 22 - Slide

Verkennend lezen
- Bekijk het uiterlijk van de tekst: titel, tussenkopjes, bron, afbeeldingen, grafieken etc.
 - Bepaal het onderwerp

- Bepaal de tekstsoort:
artikel, advertentie, brief, krantenbericht, instructie enz.

Slide 23 - Slide

Globaal lezen
Globaal lezen doe je alleen als je snel de belangrijke informatie uit de tekst wilt halen. Dit doe je als volgt:

  • - Lees van iedere alinea de eerste en de laatste zin;
  • - Bepaal wat je al weet over het onderwerp.
  • - Bepaal welke tekstsoort je herkent en wat het tekstdoel is.

Slide 24 - Slide

Intensief lezen
Wat staat er nou precies?
Begrijp je de tekst helemaal?

Met "intensief" lezen bedoelen we dat je je nu gaat concentreren op de details van de tekst. 
Je zorgt dat je alles wat er staat, begrijpt.

Slide 25 - Slide

De indeling van een tekst
Is altijd als volgt opgebouwd:
- Inleiding
- Kern
- Slot


Slide 26 - Slide

Tekstverbanden en signaalwoorden
Een tekst is opgebouwd in zinnen en alinea's.
Samenhang in de tekst is van belang om de tekst te begrijpen.

-> Hoe doe je dat? 
Door signaalzinnen/signaalwoorden te gebruiken

Slide 27 - Slide

Signaalwoorden
Tekstdelen hebben met elkaar te maken OF ze verwijzen naar iets wat al is genoemd in de tekst.

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Video

signaalwoorden

Slide 30 - Slide

Ik moet de bloemen EN planten water geven
A
Voorwaarde
B
Opsomming
C
Voorbeeld
D
Tegenstelling

Slide 31 - Quiz

Vandaag schijnt de zon, MAAR morgen gaat het regenen.
A
Opsomming
B
Voorbeeld
C
Tegenstelling
D
Oorzaak-gevolg

Slide 32 - Quiz

Je mag naar je vriendin, MITS je de afwas hebt gedaan.
A
Voorwaarde
B
Oorzaak-gevolg
C
Volgorde van tijd
D
Opsomming

Slide 33 - Quiz

Mijn band is lek, DAAROM ben ik nu te laat.
A
Opsommming
B
Oorzaak-gevolg
C
Tegenstellilng
D
Voorwaarde

Slide 34 - Quiz

EERST ga ik naar oma, DAARNA kom ik naar huis.
A
Volgorde van tijd
B
Voorwaarde
C
Opsomming
D
Tegenstelling

Slide 35 - Quiz

Opdrachten maken:
Studiemeter.nl > 2F> Lezen >
Opbouwopdrachten: tekstsoorten, tekstdoel en intensief lezen.
Blz 9. tot 11 tot  opdracht E

Slide 36 - Slide