Parkinson & Dementie

Parkinson
1 / 36
next
Slide 1: Slide
FarmacotherapieMBOStudiejaar 3

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Parkinson

Slide 1 - Slide

Wat weet je over parkinson?

Slide 2 - Mind map

Slide 3 - Video

Ter info
  • Hypokinesie bv. vlakke gezichtsuitdrukking (maskergelaat), een monotone of zachtere stem, een stijve houding, verminderende armzwaai, schuifelen en kleinere stappen zetten. 
  • Akinesie bv. moeite hebben met het starten en stoppen van bewegingen. Moeite om bij het lopen de eerste stap te zetten; het voelt alsof de voeten aan de grond zijn genageld (freezing). Of na het lopen moeite met stoppen.
  • Bradykinesie traagheid bij (sommige) bewegingen. Moeite met herhalende bewegingen zoals het tikken met de vinger.

Slide 4 - Slide

Bij ziekte van Parkinson is er een tekort aan serotonine in de hersenen
Waar
Niet waar

Slide 5 - Poll

Parkinson
  • Te kort aan Dopamine 
  • Verstoorde motoriek
  • Psychische klachten 

Slide 6 - Slide

Dopamine
  • Neurotransmitter / boodschappersstof-> zenuwcellen kunnen met elkaar communiceren 
  • Dopamine komt vrij bij sporten, eten, seks of drugs.
  • Te veel Dopamine -> psychoses 
  • Beloningssysteem (gokken - euforisch voelen)
  • Te kort aan Dopamine -> moeilijker bewegen, moeite met plannen, beven en traagheid

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Kenmerken
  • Bewegingsarmoede
  • Verhoogde spierspanning
  • Maskergelaat
  • Monotone spraak
  • Afgevlakte emoties
  • Tremor 
  • Psychische klachten -> depressie, slechte concentratie, moe

Slide 9 - Slide

Behandeling
  • Ongeneeslijk en onvertraagbaar
  • Symptomatisch 
  • Levodopa -> gecombineerd met een enzym om goed te werken
  • Gewone tabletten en tabletten MGA 
  • Bij jonge patiënten -> DBS

Slide 10 - Slide

Geneesmiddelen
  1.  Amantadine (Symmetrel) -> wordt vaak mee gestart
  2. Levodopa + Benserazide (Madopar)
  3. Levodopa + Carbidopa (Duodopa of Sinemet)
  4. Ropinirol en Pramipexol bij RLS -> dopamine antagonisten -> stimuleren dopaminereceptoren -> responsfluctuaties 

Levodopa werking neemt af daarom vaak dosering verhoging


Slide 11 - Slide

Levodopa + enzymremmer
Levodopa wordt altijd samen voorgeschreven met een hulpstof. Deze hulpstof wordt een decarboxylaseremmer genoemd bv.(benserazide of carbidopa). 
Levodopa wordt namelijk afgebroken door een enzym. Deze moet geremd worden.
De hulpstof zorgt ervoor dat meer levodopa in de hersenen terecht komt.

Slide 12 - Slide

Er volgen nu een aantal vragen..

Slide 13 - Slide

Wat is geen symptoom van Parkinson?
A
Hallucinaties
B
Maskergezicht
C
Traag bewegen
D
Tremor

Slide 14 - Quiz

Wat zijn symptomen van Parkinson?
A
trillen, stijfheid, maskergelaat
B
trillen, stijfheid, flexibel zijn
C
flexibiliteit & rechte houding
D
rechte houding, snel reactievermogen

Slide 15 - Quiz

Parkinson is een chronische ziekte
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

Parkinson is met medicatie te genezen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

Hoe werkt medicatie bij de ziekte van parkinson? Wat doet het?

Slide 18 - Open question

Antwoord
  • De medicijnen vullen het tekort van Dopamine aan.
  • De medicijnen stimuleren de Dopamine receptoren.

Slide 19 - Slide

Parkinson is een:
A
Ziekte van de bloedvaten
B
Ziekte van het hart
C
Ziekte van de hersenen
D
Ziekte van de zenuwen

Slide 20 - Quiz

Vragen?
Tip!
  • Youtube Juf Daniëlle
  • www.herseninstituut.nl
  • www.parkinsonnet.nl
  • www.parkinson-vereniging.nl


Slide 21 - Slide

Dementie

Slide 22 - Slide

Dementie

Slide 23 - Slide

Dementie
  • Alzheimer
  • Vasculaire dementie
  • Parkinson dementie
  • Overig -> alcohol- of medicijnvergiftiging, long- en nieraandoeningen, verwaarloosde diabetes en vitaminegebrek.

Slide 24 - Slide

Wat is dementie?
* Dementie is een verzamelnaam van stoornissen waarbij de hogere verstandelijke vermogens achteruitgaan. 

* Chronische aandoening die in ernst toeneemt (langzaam).
* Ongeneeslijk.

Slide 25 - Slide

Symptomen dementie

Slide 26 - Mind map

Symptomen
  • Vergeetachtigheid
  • Veranderde persoonlijkheid 
  • Eiwitten vormen plaques tussen de hersencellen -> Hersencellen gaan verloren -> hersendelen sterven af 
  • Alzheimer dementie -> meestal 70 jaar of ouder
  • Verlies van zelfstandigheid 

Slide 27 - Slide

Geneesmiddelen 
  1. Vertragen de achteruitgang bij dementie.
  2.  Remmen de symptomen bij dementie.

  • Bij onvoldoende werkingen het medicijn staken in verband met de bijwerkingen -> diarree, misselijkheid en braken.

Slide 28 - Slide

Preparaten
  • Rivastigmine (Exelon) -> in pleistervorm
  • Galantamine (Reminyl)
  • Memantine (Ebixa)
  • Donepezil (Navazil)

Slide 29 - Slide

Er volgen nu een aantal vragen..

Slide 30 - Slide

Dementie
A
Heeft een traag verlopend proces
B
Is een psychiatrische stoornis
C
Tast het lange termijn geheugen aan
D
Treedt acuut op

Slide 31 - Quiz

Dementie is...
A
vaak goed te genezen
B
soms te genezen
C
niet te genezen

Slide 32 - Quiz

Galantamine is verkrijgbaar in pleistervorm
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quiz

De medicatie bevat veelal een gele sticker 'kan het reactievermogen verminderen'.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quiz

Mensen met Alzheimer kunnen vaak goed over hun jeugd praten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quiz

Vragen?
Wil je meer weten?
Kijk dan naar de Prezi die ik heb gemaakt:

Slide 36 - Slide