Brein en bewegen GMK les 8 herhalen

1 / 19
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Bij ouderen veranderd de opname van een geneesmiddel doordat het maagsap zuurder is?
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 2 - Quiz

Bij ouderen veranderd de opname van een geneesmiddel doordat het maagsap zuurder is? Waar of niet waar
Waar, het maagsap is zuurder wat invloed kan hebben op de absorbtie van geneesmiddelen
Ook is de maaglediging vertraagd en het maag en darm slijmvlies dunner

Lipofiele geneesmiddelen zijn in water oplosbaar. Waar of niet waar

A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 3 - Quiz

Lipofiele geneesmiddelen zijn in water oplosbaar. Waar of niet waar
Niet waar. Lipofiel is vetoplosbaar, hydrofiel is water oplosbaar

Ouderen hebben meer van de neurotransmitter acetylcholine waardoor ze eerder verward raken
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 4 - Quiz

Ouderen hebben meer van de neurotransmitter acetylcholine waardoor ze eerder verward raken. Waar of niet waar
Niet waar, ouderen hebben juist minder neurotransmitters. Als deze ook nog worden tegengewerkt door medicatie kan verwardheid ontstaan

DMARD’s is een verzamelnaam voor geneesmiddelen met dezelfde hoofdgroep
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 5 - Quiz

DMARD’s is een verzamelnaam voor geneesmiddelen met dezelfde hoofdgroep. Waar of niet waar
Niet waar, het is een verzamelnaam voor geneesmiddelen die een gunstig effect hebben op het ziekte verloop bij reuma. DMARDs
Beïnvloeding ontstekingsproces
Beperken gewrichtsbeschadiging
Verbeteren van kwaliteit van leven

MTX is een foliumzuur agonist
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 6 - Quiz

. Waar of niet waar
Niet waar, het is een foliumzuur antagonist, omdat foliumzuur belangrijk is voor een aantal processen in het lichaam moet er altijd extra foliumzuur worden toegediend: ter voorkomen van bijwerkingen

Reumapatiënten mogen geen corticosteroïden gebruiken.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 7 - Quiz

Reumapatiënten mogen geen corticosteroïden gebruiken. Waar of niet waar
Niet waar, het wordt vaak gegeven als overbrugging totdat de DMARD’s hun werk goed gaan doen.

Artrose wordt behandeld met DMARD’s.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 8 - Quiz

Artrose wordt behandeld met DMARD’s. waar of niet waar
Niet waar. Bij artrose is er sprake van slijtage aan de gewrichten. DMARD’s hebben hier geen effect op. NSAID zijn de belangrijkste gnm bij de behandeling

Allopurinol wordt ingezet om een jichtaanval te stoppen.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 9 - Quiz

Niet waar. Om een jichtaanval te stoppen wordt een nsaid of corticosteroid gebruikt of colchicine . Om jicht aanvallen te voorkomen wordt allopurinol gebruikt

Om een epileptische aanval te stoppen wordt valproïnezuur gebruikt
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 10 - Quiz

Om een epileptische aanval te stoppen wordt valproïnezuur gebruikt. Waar of niet waar
Niet waar, valproïnezuur wordt gebruikt om aanvallen te voorkomen. Om een aanval te stoppen worden benzodiazepines gebruikt

Carbamazepine wordt altijd in combinatie met een ander anti-epilepticum gegeven
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 11 - Quiz

Carbamazepine wordt altijd in combinatie met een ander anti-epilepticum gegeven Carbamazepine wordt altijd in combinatie met een ander anti-epilepticum gegeven
Niet waar. De voorkeur gaat uit naar monotherapie

Om een insult te stoppen geeft je diazepam bij voorkeur als smelttablet.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 12 - Quiz

Om een insult te stoppen geeft je de diazepam bij voorkeur als smelttablet. Waar niet waar
Niet waar, de patient kan niet slikken dus toediening is meestal rectaal of nasaal


Parkinson kan het beste behandeld worden door oraal dopamine te gebruiken
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 13 - Quiz

Parkinson kan het beste behandeld worden door oraal dopamine te gebruiken. Waar of niet waar
Niet waar. Dopamine kan niet door de hersen barriere en is dus niet werkzaam. Daarom wordt er een bouwstof van dopamine gegeven: levodopa

levodopa wordt samen met carbidopa of benserazide gegeven
A
Waar
B
Niet waar
C
weet ik niet

Slide 14 - Quiz

Sinemet bestaat uit levodopa en carbidopa. Waar of niet waar
Waar, madopar bestaat uit levodopa en benserazide

Het remmen van acetylcholine heeft een gunstig effect op de symptomen van Parkinson.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 15 - Quiz

Het remmen van acetylcholine heeft een gunstig effect op de symptomen van Parkinson. Waar of niet waar
Waar. Acetylcholine is een neurotransmitter voor het parasympatische systeem, door dit te remmen kan het sympatische systeem beter werken.
Dit doe je door acetylcholine tegen te werken met parasympaticolytica
Biperideen (Akineton®)
Geen eerste keus vanwege bijwerkingen
Effect op tremor en rigiditeit
Toegepast bij:
Jonge patiënten met tremor
Oude patiënten met veel klachten
Parkinsonisme door antipsychotica
Nu hebben we het vooral gehad over hoe we het blauwe gewicht kunnen herstellen. Maar we kunnen natuurlijk ook wat aan het witte gewicht doen. Dit witte gewicht stond voor acetylcholine, dat een rol speelt in het parasympatische zenuwstelsel.
We kunnen het witte gewicht lichter maken, door een parasympaticolyticum. En dit remt het parasympatisch systeem en dus acetylcholine.
Geen 1ste keus ivm bijwerkingen: Droge mond, Verstopping, Mictie klachten, wazig zien





 

Vertigo kan een bijwerking zijn van medicatie
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 16 - Quiz

Vertigo is een bijwerking van bètahistine. Waar of niet waar
Niet waar, het wordt juist behandeld met betahistine of cinnarizine. Het kan wel een bijwerking zijn van plastabletten, benzo’s of opiaten

Alleen de oorzaak van een delier kan behandeld worden niet de symptomen.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 17 - Quiz

Alleen de oorzaak van een delier kan behandeld worden niet de symptomen. Waar of niet waar
Niet waar, de oorzaak moet behandeld worden, bijvoorbeeld vocht toedienen bij uitdroging of stoppen met medicatie. Om de verwardheid of desoriëntatie tegen te gaan wordt vaak haloperidol gegeven, bij parkinsonpatienten alleen clozapine

Bij migraine wordt vaak propanolol voorgeschreven. Dit gebruikt de patiënt zodra zij een aanval voelt aankomen.
A
waar
B
niet waar
C
weet ik niet

Slide 18 - Quiz

Bij migraine wordt vaak propanolol voorgeschreven. Dit gebruikt de patient zodra zij een aanval voelt aankomen. Waar of niet waar
Niet waar, propranolol wordt gebruikt om te voorkomen dat er aanvallen ontstaan. Om een aanval te stoppen wordt gebruikgemaakt van anti emetica, nsaid, of triptanen

Welke vragen heb je?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions