Leestekens Cito_citaten (verlengde instructie)

Dieren die beginnen
met de letter T
1 / 20
next
Slide 1: Mind map
SpellingBasisschoolGroep 8

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Dieren die beginnen
met de letter T

Slide 1 - Mind map

Yes! Het is gelukt om dit te kopiëren! @$#%&*

Slide 2 - Open question

ook dit is gelukt! &*%#$#@$

Slide 3 - Open question

LEESTEKENS
Komma
1) Bij een opsomming (Ik heb nodig: ijs, aardbeien, melk en suiker.)
2) Voor (de meeste) voegwoorden (Ik ga niet naar school, want ik ben ziek.)

Punt
1) Aan het eind van een normale zin (Ik loop naar school.)

Vraagteken
1) Aan het eind van een vraag. (Hoe was de gymles?)


Slide 4 - Slide

ik loop met piet naar school

Slide 5 - Open question

LEESTEKENS
Uitroepteken
1) Als iemand iets roept (Niet doen!)

Dubbele punt
1) Als je een voorbeeld geeft (Ik weet wat ik straks ga eten: frietjes.)
2) Als je dingen opnoemt (Ik moet straks meenemen: een luchtzak en een pomp)




Slide 6 - Slide

ik blijf thuis want ik ben ziek

Slide 7 - Open question

waarom koopt hij een pen twee potloden een schrift en drie gummen

Slide 8 - Open question

ik ga op reis en ik neem mee een slaapzak een tandenborstel en een kam

Slide 9 - Open question

Ik loop naar school straks heb ik gym dat vind ik leuk.
A
Ik loop naar. School straks heb ik gym dat. Vind ik leuk.
B
Ik loop naar school straks. Heb ik gym. Dat vind ik leuk.
C
Ik loop naar school. Straks heb ik. Gym dat vind ik leuk.
D
Ik loop naar school. Straks heb ik gym. Dat vind ik leuk.

Slide 10 - Quiz

Ik hou van lezen spannende boeken zijn mijn favoriet lekker avonturen beleven.
A
Ik hou van. Lezen spannende boeken zijn mijn favoriet lekker. Avonturen beleven.
B
Ik hou van lezen. Spannende boeken zijn mijn favoriet. Lekker avonturen beleven.
C
Ik hou van lezen spannende. Boeken zijn mijn favoriet. Lekker avonturen beleven.
D
Ik hou van lezen. Spannende boeken zijn mijn. Favoriet lekker avonturen beleven.

Slide 11 - Quiz

Citaten
Citaten gebruiken we als het om de directe rede gaat. Dit wilt zeggen dat iemand iets letterlijk zegt. Wat hij letterlijk zegt, zet je tussenhaakjes.

De meest gebruikte vorm:
1) Piet zegt: 'Ik moet nog veel huiswerk maken vandaag.'

(Normale zin = Piet moet nog veel huiswerk maken vandaag.)

Slide 12 - Slide

Leestekens: CITATEN
Stap 1: Zet haakjes om de citaat (wat er letterlijk wordt gezegd).
Stap 2: Zet de hoofdletters op de goede plek.
Stap 3: Ze de overige leestekens op de goede plek.

Slide 13 - Slide

rik zegt ik heb snoep

Slide 14 - Open question

rik zegt ik heb snoep

Slide 15 - Open question

jan zei doe maar een trui een sok twee pennen en een pet

Slide 16 - Open question

jan zei doe maar een trui een sok twee pennen en een pet

Slide 17 - Open question

zijn vader vroeg wat zal ik kopen

Slide 18 - Open question

Citaten
Citaten gebruiken we als het om de directe rede gaat. Dit wilt zeggen dat iemand iets letterlijk zegt. Wat hij letterlijk zegt, zet je tussenhaakjes.

Twee meest gebruikte vormen:
1) Piet zegt: 'Ik moet nog veel huiswerk maken vandaag.'
2) 'Ik moet nog veel huiswerk maken vandaag,' zegt Piet.

Slide 19 - Slide

Ik snap de citaten
A
JA
B
Een beetje, ik wil nog extra uitleg
C
NEE, ik wil nog extra uitleg

Slide 20 - Quiz