Herhaling oefeningen Thema 9 Naar buiten

1 / 26
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

9.2 Planten, dieren, bacteriën en schimmels vallen onder de?
A
Klassen
B
Rijken
C
Orden
D
Stammen

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Slide

9.2 Bij welke rijken behoren organismen met een celwand?
A
Schimmels en planten
B
Planten en dieren
C
Bacteriën, schimmels en planten
D
Bacteriën en schimmels

Slide 5 - Quiz

9.2 Welk onderdeel
wordt met nummer 1 aangegeven?

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

9.3 Welk van onderstaande antwoorden is GEEN stam(afdeling) uit het dierenrijk?
A
Zoogdieren
B
Geleedpotige
C
Sponzen
D
Holtedieren

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Tweezijdig symmetrisch
Veelzijdig symmetrisch
Asymmetrisch

Slide 10 - Drag question

Geen skelet
Inwendig skelet
Uitwendig skelet

Slide 11 - Drag question

9.3 Bij welke stam(afdeling) hebben de dieren en inwendig skelet en zijn ze tweezijdig symmetrisch?
A
Geleedpotigen
B
Weekdieren
C
Gewervelden
D
Sponzen

Slide 12 - Quiz

9. 3 Tot welke afdeling
van het dierenrijk
behoort dit organisme?
A
Weekdieren
B
Stekelhuidigen
C
Holtedieren
D
Sponzen

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

9.3 Gewervelden zijn onder te verdelen in 5 klassen, namelijk?

Slide 15 - Open question

Slide 16 - Slide

9.3 Bij welke klasse of klassen hebben de dieren een constante lichaamstemperatuur?
A
Zoogdieren
B
Vogels en zoogdieren
C
Vogels
D
Reptielen en zoogdieren

Slide 17 - Quiz

9.3 Amfibieën zijn te onderscheiden door onder andere de volgende kenmerken....?
A
Eieren zonder schaal en huid van slijm
B
Eieren met leerachtige schaal en huid van droge schubben
C
Eieren zonder schaal en huid van schubben met slijm
D
Eieren met kalkschaal en huid met veren

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

9.4 Wat is her verschil tussen volkomen (volledige) metamorfose en onvolkomen (onvolledige) metamorfose?

Slide 20 - Open question

Slide 21 - Slide

9.5 Determineren is?

Slide 22 - Open question

9.6 Welke zin legt het begrip gedrag het beste uit? Gedrag is een verzamelnaam voor..
A
Alles wat een mens zegt
B
Alles wat een dier doet om zijn baasje het naar zijn zin te maken
C
Alles wat een mens of dier doet
D
Alle reacties die een mens of dier naar zijn omgeving heeft

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

Gedragingen in een vaste volgorde uitgevoerd, zoals paringsgedrag noemen we?
A
Gedragselement
B
Gedragssysteem
C
Gedragsketen
D
Gedrag

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Slide