Les 4: Complemento directo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

We starten in 5 minuten met de les.

Slide 2 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
A. Opstarten: les en absentie
B. Herhalen: C. directo (lijdend voorwerp)
C. Oefenen: C. directo (lijdend voorwerp)
D. Afsluiting


Después de la clase...
Weet je wat het lijdend voorwerp is
Ken je de vorm van het lijdend voorwerp in het Spaans
Ken je waar het lijdend voorwerp staat in een zin.



 

Los deberes para la próxima clase:
Leren: Vocabulario B en C pagina 52
Lezen: Vocabulario D
Maken: Opdracht 14 a & b op pagina 17

Lesprogramma

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Complemento directo
Lijdend voorwerp
pagina 16 & 17

Slide 5 - Slide

Het lijdend voorwerp
El complemento directo
  • Wat is een lijdend voorwerp?
  • Vorm in het Spaans
  • Plaats in de zin
pagina 16 & 17

Slide 6 - Slide

Wat is een lijdend voorwerp/ complemento directo?
Het is degene, het dier of het object waaraan de actie van het werkwoord direct wordt uitgevoerd. 


Ejemplos/ voorbeelden:   
Maria koopt een nieuwe auto.= Maria koopt hem.
Maria compra un coche= Maria lo compra.


                   Wie of wat koopt Maria=een nieuwe auto. 


Vraag:  wie of wat + wwg + onderwerp
pagina 16 & 17

Slide 7 - Slide

Het lijdend voorwerp als persoonlijk voornaamwoord.
Net als in het Nederlands kan je het lijdend voorwerp vervangen door een persoonlijk voornaamwoord. 
Ik koop een boek voor Juan. - Ik koop het voor Juan. 
Compro un libro para Juan.  - Lo compro para Juan.

Slide 8 - Slide

Sughra habla español -> Sughra lo habla

María come una pizza->  María la come

Los chicos limpian las tiendas->Los chicos las limpian

Ellas aprenden las palabras->Ellas las aprenden
Complemento de objeto directo (CD)
¿Qué?

Slide 9 - Slide

De vorm
Yo
me
te
Él/ella/usted
lo/la
nosotros
nos
vosotros
os
ellos/ellas/ustedes
los/las
mij
jou
hem/haar/u
ons
jullie
hun/u mv
Onderwerp
Meewerkend voorwerp
pagina 16 & 17

Slide 10 - Slide

Plaats in de zin
Net als het meewerkend voornaamwoord staat het lijdend voorwerp voor de persoonsvorm. 

Jorge ha visto el partido = Jorge lo ha visto.
Claudia ha contado un chiste= Claudia lo ha contado

Slide 11 - Slide

Meewerkend voorwerp en lijdend voorwerp
Bij een combinatie van een meewerkend voorwerp en een lijdend voorwerp:
Staat het meewerkend voorwerp vooraan en het meewerkend voorwerp le(s) verandert dan in se. 

Slide 12 - Slide

A practicar
¿Listos?

Slide 13 - Slide

Wat is het lijdend voorwerp in de zin: No veo nunca películas de terror.
A
veo
B
nunca
C
películas de terror
D
terror

Slide 14 - Quiz

Wat is het lijdend voorwerp in de zin: Maria lee la revista.
A
Maria
B
Lee
C
la revista

Slide 15 - Quiz

Wat is het lijdend voorwerp in de zin: Compré flores para mi madre.
A
Compré
B
flores
C
para
D
mi madre

Slide 16 - Quiz

a. Lees de volgende zinnen aandachtig door.
b. Identificeer het complemento directo in elke zin.
c. Noteer het complemento directo naast elke zin.
  1. Maria lee la revista.
  2. El perro persigue al gato.
  3. Compré flores para mi madre.
  4. Nosotros escuchamos música.
  5. ¿Viste la película anoche?
  6. Los niños comen helado en el parque.
  7. Juan encontró un tesoro en la playa.
  8. Ella pidió un café en la cafetería.

Slide 17 - Slide


Wat heb je van 
deze les geleerd?

Slide 18 - Open question

Huiswerk
Los deberes:
Leren: Vocabulario B en C pagina 52
Lezen: Vocabulario D
Maken: Opdracht 14 a & b op pagina 17




Slide 19 - Slide


Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Slide 21 - Slide

  1. Aprender estrategias para leer.
  2. Leer un texto simple.
  3. Vocabulario: Verband woorden herkennen.

Eind van de les ik kan...
1. een examen tekst lezen en begrijpen.
2. enkele verband woorden herkennen in de tekst.
3. strategieën gebruiken om beter te lezen.
Plan para hoy

Slide 22 - Slide