Niv 2 CVA

Dementie
1 / 42
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Dementie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

  • Dementie is de meest voorkomende doodsoorzaak in Nederland en daarmee een van de grootste uitdagingen van deze eeuw. 
  • Het RIVM verwacht in 2040 115% meer mensen met dementie ten opzichte van 2015. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

Bij veroudering en normaal brein behoren ook vergeetachtigheid, verminderde verwerkingssnelheid, cognitieve achteruitgang. Binnen bepaalde normen noemen we dit passend bij de leeftijd. Voornamelijk complexe taken worden lastiger.  Wanneer dan toch Dementie?

Om te testen of je het hebt:
een gesprek over hoe je leeft en wat je klachten zijn.
tests om je geheugen, aandacht, taal en begrip te onderzoeken.
een scan om veranderingen in je hersenen te bekijken of schadelijke eiwitten op te sporen.
bloedonderzoek naar problemen met vitamines, hormonen of medicijnen.
Dementie
Dementie is de naam voor een combinatie van symptomen, ook wel dementiesyndroom genoemd, waarbij de hersenen niet meer in staat zijn om informatie goed te verwerken. Er zijn ruim vijftig hersenziekten die kunnen bijdragen aan het krijgen van dementie. De meest voorkomende vormen zijn de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie (door bloedvatschade), fronto-temporale dementie en Lewy-body-dementie.

Slide 4 - Slide

Cognitieve stoornis.

afasie (taalstoornis);
apraxie (verminderd vermogen motorische handelingen uit te voeren, ondanks intacte motorische functies);
agnosie (het onvermogen objecten te herkennen of thuis te brengen, ondanks intacte sensorische functies);
stoornis in uitvoerende functies (zoals plannen maken, organiseren, logische gevolgtrekkingen maken, abstraheren).
Opdracht

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

CVA

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Na de 2 lessen weet je:
  1. Wat een CVA is
  2. Hoe het ontstaat
  3. Je herkent en begrijpt de woorden: 
afasie, dysartrie, neglect, apraxie, agnosie, hemianopsie, persevereren, (hemi)parese en paralyse

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Beantwoord de volgende vragen:

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wie heeft er CVA patienten op het werk?
A
Ja
B
Nee
C
Weet ik niet

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat zie je bij deze clienten?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

CVA
  • Cerebro Vasculair Accident




  • Stoornis in de doorbloeding van het hersenweefsel

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Feiten op een rij
  • treft vooral ouderen, meer mannen dan vrouwen
  • treft ongeveer 45.000 mensen per jaar (een eerste CVA)
  • de meest voorkomende neurologische aandoening
  • in Nederland de belangrijkste oorzaak van invaliditeit
  • de tweede doodsoorzaak bij vrouwen en de derde doodsoorzaak bij mannen
  • een van de duurste ziekten (door complexe zorg)
  • gaat 65% na een ziekenhuisopname naar huis
  • kan 55% na zes maanden nog niet volledig zelfstandig leven, 49% na drie jaar en 42% na vijf jaar
  • overlijdt 20% binnen een jaar na een eerste ziekenhuisopname

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

CVA
Een CVA is een verzamelnaam voor een:
  •  TIA (Transient Ischemic Attack)
  • Herseninfarct
  • Hersenbloeding. 



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Infarct
Bloeding

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Functies per kwab

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Cijfers
  • Bij 70 %:​Aderverkalking
  • Bij 20%: hersenbloeding​
  • Bij 10%: embolie





Slide 18 - Slide

This item has no instructions

TIA
  • Een stolsel dat vastloopt in een bloedvat in de hersenen. 
  • Een tijdelijke afsluiting van een hersenvat. 
  • Meestal treedt binnen een half uur volledig herstel op (max 24 uur)

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

FAST-test

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken
  • te hoge bloeddruk
  • te hoog cholesterolgehalte
  • suikerziekte (Diabetes) 
  • overgewicht
  • hartritmestoornissen
  • onvoldoende lichaamsbeweging
  • roken. 
  • Erfelijkheid

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Uitvalsverschijnselen
  • Paralyse​: Totale verlamming​
  • Parese​: Gedeeltelijke verlamming (krachtsverlies)​
  • Hemiparese: Halfzijdige gedeeltelijke verlamming 








Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Schrijf op het bord symptomen/verschijnselen na CVA

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Symptomen 
  • Spasme en/of contracturen​
  • Slikstoornissen​
  • Spraakstoornissen ​(afasie)
  • Sensibiliteitsstoornissen
  • Hemianopsie
  • Hemi-neglect
  • Agnosie​








  • Concentratie en aandachtsproblemen​
  • Apraxie​
  • Oriëntatiestoornissen ​
  • Persevereren​
  • Gedragsstoornissen​
  • Emotionele stoornissen​
  • Rekenproblemen​
  • Geheugenstoornissen 

Slide 25 - Slide

persevereren: niet kunnen stoppen
Agnosie : iemand kan dingen (zoals voorwerpen, gezichten, geluiden) wel waarnemen met de zintuigen, maar ze niet kan herkennen of begrijpen, omdat het probleem in de hersenverwerking ligt.
Dysartrie en afasie
Dysartrie 
Je kan woorden en zinnen wel formuleren, maar ze worden niet goed en duidelijk uitgesproken.

Afasie: A (= niet) fasie (= spreken)
Moeite hebben met spreken, begrijpen en schrijven.
Afasie is bij iedereen anders

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Apraxie
Onvermogen om doelmatig te handelen​


Twee vormen:​
Motorisch: wel een plan, maar kan het niet uitvoeren​
Ideomotorisch: kan geen plan maken, dus ook niet uitvoeren​




Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Agnosie
  • Het onvermogen bewust te worden van wat wordt waargenomen​
  • Herkent de voorwerpen niet​
  • Weet dus ook niet wat er mee gedaan moet worden​
  • Wordt vaak verwisseld met apraxie​





Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Hemianopsie
  • Fysiek blindheidsdefect 
  • Persoon is hier bewust van
  • Oog zelf is vaak gewoon intact​
  • Kan ook voor beide ogen gelden: bilaterale hemianopsie​




Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Hemianopsie
Neglect

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Neglect
  • Een aandachtsprobleem
  • Moeite om aandacht te richten op 1 kant van de ruimte en/of eigen lichaam​





Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Video

This item has no instructions

Persevereren
  • Herhalen van een handeling of beweging​
  • Herhalen verbaal, dus steeds een zelfde woord/zinnetje herhalen​



Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Video

Filmpje op 1.50 perseveren op spraak, lekkergebakje lekker gebakje lekker gebakje lekker gebakje enz enz enz​
Behandeling
Bloeding: verlagen van de bloeddruk en stoppen van bloedverdunners, vaak met afwachten. Soms operatie (drainage)

Infarct: Trombolyse of trombectomie 

TIA: Onderzoek inzetten om de trigger op te sporen. (is niet altijd aanwezig) Preventie!

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Filmpjes
Er volgen nog 2 filmpjes
Schrijf op welke symptomen zie je hierin terug?

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

Slide 39 - Video

This item has no instructions

Beschrijf wat jij hebt geleerd over CVA zorgvragers

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Wat ga jij voortaan anders doen als je een CVA zorgvrager moet begeleiden

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Slide 42 - Slide

This item has no instructions