Oefentoets H2 eerste deel

De benzine in deze tankauto is een gevaarlijke stof
A
Waar
B
Niet waar
1 / 40
next
Slide 1: Quiz
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

De benzine in deze tankauto is een gevaarlijke stof
A
Waar
B
Niet waar

Slide 1 - Quiz


Wat zijn de stofeigenschappen 
van spiritus?
A
brandbaarheid
B
doorzichtigheid
C
gewicht
D
vorm

Slide 2 - Quiz

Wat is een stofeigenschap van Dreft?
A
De reclame op tv
B
Het logo
C
De herkenbare fles
D
De frisse geur

Slide 3 - Quiz

Stofeigenschappen zijn:
A
geur, kleur, massa
B
fase, geur, kleur
C
kookpunt, smaak, kleur
D
fase, geur, smaak

Slide 4 - Quiz

een materiaal is een stof waarvan je een voorwerp kan maken
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quiz

Waarom is water wel een stof maar geen materiaal?
A
het is gemaakt van water maar je kunt er geen product van maken
B
het is een product waar je niets van kunt maken
C
water is doorzichtig en materialen zijn dat niet
D
water komt voor in de natuur en niet uit een fabriek

Slide 6 - Quiz

Wat was de FASE van een stof ook alweer?
A
of een stof vloeibaar of vast of gasvormig is
B
of een stof in de puberteit zit
C
of een stof geschikt is om er iets van te maken
D
of een stof sterk genoeg is

Slide 7 - Quiz

Hoe heeft de fase overgang van
gas naar vloeibaar
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 8 - Quiz

Hoe heet de fase overgang van vast naar vloeibaar
A
smelten
B
stollen
C
rijpen
D
sublimere

Slide 9 - Quiz

Roesten of oxideren betekent dus....
A
metaal reageert met water
B
metaal reageert met ander metaal
C
metaal reageert met zuurstof
D
metaal reageert met niet-metaal

Slide 10 - Quiz

Tik de metalen die kunnen roesten aan
A
Zilver & Goud
B
Ijzer & Staal
C
Ijzer & Nikkel
D
Brons & Tin

Slide 11 - Quiz

Sleep de juiste stoffen naar de juiste foto's
keramiek
glaswol
hout
glazuur

Slide 12 - Drag question

De dichtheid van de badeend is ...... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 13 - Quiz

De chauffeur van de vrachtwagen moet veel weten van gevaarlijke stoffen. Als hij gevaarlijke stoffen vervoert, hoe moet hij dat dan doen?
A
Hij moet dat snel doen
B
Hij moet dat veilig doen

Slide 14 - Quiz

Metaal
Niet-metaal
Papier
Lood
Plastic
Water
Hout
Goud
Koper
Kurk
Wol
IJzer
Zilver
Steen

Slide 15 - Drag question

Aan stof-eigenschappen kun je een stof herkennen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

Welke stof-eigenschap hoort NIET bij glas?
A
Doorzichtig
B
Hard
C
Buigbaar
D
Breekbaar

Slide 17 - Quiz

Bij onderzoek mag je proeven van een stof
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Hoe ontdek je de stof-eigenschappen van een onbekende stof?
A
Door aan de stof te voelen
B
Door naar de stof te kijken
C
Door de stof te onderzoeken
D
Door aan de stof te ruiken

Slide 19 - Quiz

Als het vriest, dan verandert water in ijs.
Is ijs dan een andere stof dan water?
A
Ja
B
Nee

Slide 20 - Quiz

Als water verdampt, dan verandert het in waterdamp. Is waterdamp een andere stof dan water?
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quiz

Een vloeistof verandert in een vaste stof. Dit noem je:
A
Condenseren
B
Smelten
C
Verdampen
D
Stollen

Slide 22 - Quiz

Een vaste stof verandert in een vloeistof. Dit noem je:
A
Condenseren
B
Smelten
C
Verdampen
D
Stollen

Slide 23 - Quiz

De temperatuur waarbij een vaste stof vloeibaar wordt, is het:
A
kookpunt
B
smeltpunt

Slide 24 - Quiz

Alle stoffen smelten bij dezelfde temperatuur
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quiz

Vast, vloeibaar en gas zijn fasen van een stof
A
Waar
B
Niet waar

Slide 26 - Quiz

Alle vloeistoffen hebben hetzelfde kookpunt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 27 - Quiz

Hout drijft op water. Wat weet je dan van de dichtheid van hout?
A
Die is kleiner dan van water
B
Die is even groot als van water
C
Die is groter dan van water

Slide 28 - Quiz

Water heeft een dichtheid van 1 g/cm3. Welke voorwerpen zinken in water?
A
Voorwerpen met een dichtheid kleiner dan 1 g/cm3
B
Voorwerpen met een dichtheid groter dan 1 g/cm3
C
Voorwerpen met een dichtheid van precies 1 g/cm3

Slide 29 - Quiz

Alle metalen smelten bij dezelfde temperatuur.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Metalen zijn goede warmte-geleiders. Wat betekent dit?
A
Metalen blijven lang warm als je ze verwarmt
B
Metalen houden langer warmte vast dan niet-metalen
C
Metalen laten warmte goed door
D
Metalen laten warmte niet goed door

Slide 31 - Quiz

Edelmetalen ..?
A
Roesten
B
Zijn goedkoop
C
Glimmen niet
D
Roesten niet

Slide 32 - Quiz

Wat is GEEN edelmetaal?
A
Staal
B
Goud
C
Zilver

Slide 33 - Quiz

Hoe heten de fase-overgangen?
smelten
stollen
verdampen
condenseren

Slide 34 - Drag question

7. Wat is roest?
A
Een soort pepernoot
B
Een soort hoest
C
Corrosie
D
Oxidatie

Slide 35 - Quiz

Welke stof zorgt in roestvrijstaal ervoor dat het niet roest?
A
ijzer
B
Chroom
C
Nikkel

Slide 36 - Quiz

Sleep de gevarensymbolen naar de juiste betekenis
Ontvlambaar
Explosief
Giftig
Schadelijk voor milieu

Slide 37 - Drag question

Magneten hebben een noordpool en een zuidpool.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quiz

De noordpool van de magneet wordt afgestoten door de zuidpool van een andere magneet.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 39 - Quiz

Dat gaan we even onderzoeken!

Slide 40 - Slide