This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
BONJOUR avril 2026
Bonjour
et
bienvenue!!
Slide 1 - Slide
Le programme d'aujourd'hui
Grammaire: Het bezittelijk voornaamwoord
Oefenen
Evalueren
Slide 2 - Slide
Les buts du cours
Aan het eind van de les: 1. Weet ik wat een bezittelijk voornaamwoord is
2. Heb ik het stappenplan genoteerd
Slide 3 - Slide
Wat is een bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands? Geef voorbeelden
Slide 4 - Mind map
Wat is het bezittelijk voornaamwoord?
Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is.
Het gaat dus over een 'bezit'.
In het frans noemen we het 'le pronom possesif'
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
In het Nederlands
Mijnfiets
Jouw fiets
Zijn / haarfiets
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Le pronom possesif
mannelijk vrouwelijk meervoud
Mijn mon ma mes
Jouw ton ta tes
Zijn/haar son sa ses
Ons/onze notre notre nos
Jullie/uw votre votre vos
Hun leur leur leurs
Slide 9 - Slide
Le copain - La copine
mijn vriend mon copain ma copine mijn vriendin
jouw vriend ton copain ta copinejouwvriendin
zijn/haar vriendson copain sa copine zijn/haarvriendin
Slide 10 - Slide
Stappenplan!
1. Zoek uit welk bezittelijk voornaamwoord je moet weten (mijn, jouw, zijn, haar, )
2. Kijk in welk rijtje dit voorkomt
3. Is het woord achterhet bezittelijk voornaamwoord mannelijk, vrouwelijk of meervoud?
4. Pas het juiste bezittelijke voornaamwoord toe
Slide 11 - Slide
Klinkerbotsing en stomme h
Is er sprake van klinkerbotsing of een stomme h? Dan gebruiken we de mannelijke vorm ( mon, ton, son ) Mijn vriendin is aardig - Ma amie (v) est sympa.
Klinkerbotsing! Dus -> Mon amie est sympa
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Welke drie vormen kun je gebruiken in het Frans voor de vertaling van het woordje 'jouw'?
A
ma, mon, mes
B
ta, ton, tes
C
ma, ta, sa
D
sa, son, ses
Slide 14 - Quiz
Welke drie vormen kun je gebruiken in het Frans voor de vertaling van het woordje 'mijn'?
A
ma, mon, mes
B
ta, ton, tes
C
sa, son, ses
Slide 15 - Quiz
Welke drie vormen kun je gebruiken in het Frans voor de vertaling van het woordje 'zijn/ haar'?
A
ta, ton, tes
B
ma, mon, mes
C
sa, son , ses
D
mes, tes, ses
Slide 16 - Quiz
Welke twee vormen kun je gebruiken voor de vertaling van het woord 'ons/onze'?
A
ma, mes
B
votre, vos
C
notre, nos
D
leur, leurs
Slide 17 - Quiz
Welke twee vormen kun je gebruiken voor de vertaling van het woord 'jullie/uw'?
A
notre, nos
B
votre, vos
C
leur, leurs
D
ma, mes
Slide 18 - Quiz
Welke twee vormen kun je gebruiken voor de vertaling van het woord 'hun'?
A
leur/leurs
B
notre, nos
C
sa, ses
D
votre, vos
Slide 19 - Quiz
Aan de slag
p. 124
Exercice 30, 31 en 32 a
Slide 20 - Slide
Wat is "Mon" .... als in "mon livre"
A
een bijvoeglijk naamwoord
B
een lidwoord
C
een bezittelijk voornaamwoord
D
een werkwoord
Slide 21 - Quiz
Manon est ......copine
A
ma
B
mon
C
mes
D
ses
Slide 22 - Quiz
Wat betekent 'Mon'
A
mijn
B
jouw
C
zijn
D
haar
Slide 23 - Quiz
Mon père
A
goed
B
fout
Slide 24 - Quiz
(Hij is) mon ami.
A
Elle es
B
Ils sont
C
Elle est
D
Il est
Slide 25 - Quiz
a. mon père b. mon mère
A
a. correct
b. pas correct
B
a. correct
b. correct
C
a. pas correct
b. pas correct
D
a. pas correct
b. correct
Slide 26 - Quiz
mon hamster
A
mijn hamster
B
jouw hamster
Slide 27 - Quiz
In het Frans werkt dat ook zo: mijn = mon mon père, mon mère, mon parents. klopt dat?
A
ja
B
nee
Slide 28 - Quiz
Le père de mon père est mon ......
A
père
B
frère
C
grand-père
D
fils
Slide 29 - Quiz
Mon père
A
Mijn moeder
B
mijn vader
C
mijn broer
D
mijn zus
Slide 30 - Quiz
C'est ...... chien?
A
Mes
B
Ton
C
Ta
D
Sa
Slide 31 - Quiz
marc est au collège avec ...... copains.
A
Ses
B
ton
C
ma
D
mon
Slide 32 - Quiz
Jouw vriendinnen hebben blond haar .... amies ont les cheveux blonds