Fictie: 'Geest' les 1: Theorie boek Op Niveau Fictie: Blok 1 t/m 5


Nederlands
    Fictie: toegepast op 'Geest'
Les 1
VWO 2
  P2 2022-2023
timer
10:00
1 / 37
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson


Nederlands
    Fictie: toegepast op 'Geest'
Les 1
VWO 2
  P2 2022-2023
timer
10:00

Slide 1 - Slide

fictie / non-fictie   
realistisch / niet realistisch
genres
personages
hoofdpersonen / bijfiguren: helper/tegenstander
medespelers/ figuranten
vertelperspectief
leeservaring
beoordelingswoorden
mening/ argumenten 
spanning/ ruimte /sfeer
tijd: vertelde tijd, chronologisch/niet-chronologisch, terugverwijzing, vooruitverwijzing, flashback
open einde /gesloten einde


Leerdoelen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide



Een nieuwsbericht in de 7-Days krant is ...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 4 - Quiz

Schoolboeken, kookboeken en informatieve boeken zijn voorbeelden van:
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide


Het boek ' Elke dag een druppel gif' is...
A
realistisch
B
een beetje realistisch
C
niet-realistisch

Slide 7 - Quiz


Het journaal is ...
A
Heel realistisch
B
Een beetje realistisch
C
Niet-realistisch

Slide 8 - Quiz

Genres

Slide 9 - Slide

Genres (verhaalsoorten)
Een ander woord voor genre is verhaalsoort. Boeken kun je indelen in genres. Soms kun je meerdere genres per boek kiezen.


Slide 10 - Slide

Avonturenverhaal
meidenverhaal
Grappig verhaal
Sprookje
Oorlogsverhaal
Liefdesverhaal
Probleemverhaal
Historisch verhaal

Slide 11 - Slide

Detective
Een verhaal waarin een speurder probeert te achterhalen wie een misdrijf heeft gepleegd.

Slide 12 - Slide

Thriller
Een spannend verhaal waarin de hoofdpersoon in een levensbedreigende situatie terechtkomt. 


Slide 13 - Slide

Fantasy
Een verhaal met fantasiewezens in een fantasiewereld.

Slide 14 - Slide

Science fiction
Een toekomstverhaal (vaak in de ruimte/ruimtevaart of nieuwe technieken).

Slide 15 - Slide

Dystopische roman
Een verhaal over een wereld die door rampen of dictatuur bijna niet meer leefbaar is.
- toekomst
- dystopie vs. utopie

Slide 16 - Slide

Ontwikkelingsroman
Een verhaal over het volwassen worden van een (jonge) hoofdpersoon.
- coming on age

Slide 17 - Slide

Psychologische roman
Een verhaal waarin de nadruk ligt op de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon (meer dan op de gebeurtenissen).

Slide 18 - Slide

Reisverhaal
Een verhaal waarin een verslag wordt gegeven van een reis
(vaak non-fictie).

Slide 19 - Slide

Avonturenroman
In een avonturenroman speelt 'een held' de hoofdrol. Er gebeuren allerlei spannende dingen en daar gaat het om in dit boek.

Slide 20 - Slide

Historische roman
Een verhaal waarin een belangrijke gebeurtenis (of gebeurtenissen) een belangrijke rol spelen.

Slide 21 - Slide

Oorlogsroman
Een verhaal dat zich afspeelt in een oorlog (voornamelijk Tweede Wereldoorlog).

Slide 22 - Slide

Geëngageerde roman
Een verhaal waarin eigentijdse problemen in onze samenleving aan bod komen.

Slide 23 - Slide

Andere culturen
Boeken over onbekende landen, volken of streken. Je maakt kennis met mensen die op een totaal andere manier leven.

Slide 24 - Slide

Volksverhalen
  • Sprookje
  • Mythe: verhalen die antwoord geven op de raadsels van het leven (Griekse mythe)
  • Sage: verhalen over dappere helden uit oude tijden
  • Legende: godsdienstig verhaal rond Christus, Maria of andere heilige figuren (Efteling)

Slide 25 - Slide

Hoofdpersonages en bijfiguren

Slide 26 - Slide

Hoofdpersoon

Een hoofdpersoon herken je aan de volgende dingen:

- wordt uitgebreid beschreven

- het grootste deel 'beleef' je vanuit de ogen van dit personage

- het doel van het boek is het oplossen van een groot probleem of een belangrijke opdracht van dit personage

Slide 27 - Slide


Helper


helpt de hoofdpersoon het probleem op te lossen.





Tegenstander


maakt het de hoofdpersoon moeilijk

Bijfiguren

Slide 28 - Slide

Personages beschrijven en karakterontwikkeling

Je kunt personages beschrijven aan de hand van:

- Uiterlijk

- Kenmerken (geslacht, leeftijd, gezondheid, achtergrond)

- Karaktereigenschappen

- Relaties met andere personages



Slide 29 - Slide

Twee manieren waarop je personages kunt leren kennen:
Direct: als je de informatie over een personage rechtstreeks uit de tekst kunt halen.

Indirect: als je de informatie zelf moet afleiden uit wat de personages doen, zeggen of denken.

Slide 30 - Slide

Enkele karaktereigenschappen

Slide 31 - Slide

Spanning

Slide 32 - Slide

Setting

Slide 33 - Slide

Tijd

Slide 34 - Slide

Vertelperspectief

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Open of gesloten einde

Slide 37 - Slide