Fictie Les 1 Hoofdstuk 3.1/3.2

Bedoeling van fictie
  • meeleven met personages
  • nadenken over de wereld/ zichzelf
  • nadenken over het onderwerp
  • genieten van de schrijfstijl
  • ontspanning

1 / 43
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Bedoeling van fictie
  • meeleven met personages
  • nadenken over de wereld/ zichzelf
  • nadenken over het onderwerp
  • genieten van de schrijfstijl
  • ontspanning

Slide 1 - Slide

Genres
Bekende genres (= verhaalsoort)
Avonturenverhaal
Liefdesverhaal
Oorlogsverhaal
Meidenverhaal
Historisch verhaal
Sprookje

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Detective
Een verhaal waarin een speurder probeert te achterhalen wie een misdrijf heeft gepleegd.

Slide 4 - Slide

Thriller
Een spannend verhaal waarin de hoofdpersoon in een levensbedreigende situatie terechtkomt. 


Slide 5 - Slide

Fantasy
Een verhaal met fantasiewezens in een fantasiewereld.

Slide 6 - Slide

Science fiction
Een toekomstverhaal (vaak in de ruimte / ruimtevaart of nieuwe technieken).

Slide 7 - Slide

Dystopische roman
Een verhaal over een wereld die door rampen of dictatuur bijna niet meer leefbaar is.
- toekomst
- dystopie vs. utopie

Slide 8 - Slide

Ontwikkelingsroman
Een verhaal over het volwassen worden van een (jonge) hoofdpersoon.
- coming on age

Slide 9 - Slide

Psychologische roman
Een verhaal waarin de nadruk ligt op de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon (meer dan op de gebeurtenissen).

Slide 10 - Slide

Reisverhaal
Een verhaal waarin een verslag wordt gegeven van een reis
(vaak non-fictie).

Slide 11 - Slide

Avonturenroman
In een avonturenroman speelt 'een held' de hoofdrol. Er gebeuren allerlei spannende dingen en daar gaat het om in dit boek.

Slide 12 - Slide

Historische roman
Een verhaal waarin een belangrijke gebeurtenis (of gebeurtenissen) een belangrijke rol spelen.

Slide 13 - Slide

Oorlogsroman
Een verhaal dat zich afspeelt in een oorlog (voornamelijk Tweede Wereldoorlog).

Slide 14 - Slide

Geëngageerde roman
Een verhaal waarin eigentijdse problemen in onze samenleving aan bod komen.

Slide 15 - Slide

Andere culturen
Boeken over onbekende landen, volken of streken. Je maakt kennis met mensen die op een totaal andere manier leven.

Slide 16 - Slide

Volksverhalen
  • Sprookje
  • Mythe: verhalen die antwoord geven op de raadsels van het leven (Griekse mythe)
  • Sage: verhalen over dappere helden uit oude tijden
  • Legende: godsdienstig verhaal rond Christus, Maria of andere heilige figuren (Efteling)

Slide 17 - Slide

Personages
*hoofdpersoon
*bijpersonen

Slide 18 - Slide

Hoofdpersoon

Een hoofdpersoon herken je aan de volgende dingen:

- wordt uitgebreid beschreven

- het grootste deel 'beleef' je vanuit de ogen van dit personage

- het doel van het boek is het oplossen van een groot probleem of een belangrijke opdracht van dit personage

- wordt een round character genoemd.

Slide 19 - Slide

Bijfiguren
Een bijfiguur herken je vaak als volgt:
- Wordt eenvoudig beschreven, summier, wel aandacht voor het uiterlijk. 
- Is vaak of leuk of niet, slecht of goed: ze helpen de hoofdpersoon of JUIST niet. 
- Zijn vaak een stereotype, oftewel een flat character.

Slide 20 - Slide

Personages beschrijven en karakterontwikkeling

Je kunt personages beschrijven aan de hand van:

- Uiterlijk

- Kenmerken (geslacht, leeftijd, gezondheid, achtergrond)

- Karaktereigenschappen

- Relaties met andere personages



Slide 21 - Slide


Helper


helpt de hoofdpersoon het probleem op te lossen.





Tegenstander


maakt het de hoofdpersoon moeilijk

Bijfiguren

Slide 22 - Slide

Perspectieven

Slide 23 - Slide

Perspectief: een punt van waaruit iemand naar iets kijkt of waarneemt

Slide 24 - Slide

Perspectief
Bepaalt de visie op gebeurtenissen en personages

De lezer / kijker kun je manipuleren.
Door veel lezen kun je beter van perpectief wisselen

Slide 25 - Slide

Ik-perspectief
  • Een 'ik' beleeft het verhaal


Alwetende verteller
  •  weet alles (over personages en afloop)
  • geeft commentaar
  • richt zich tot de lezer
Personaal perspectief
  • Een 'hij/zij' beleeft het verhaal

Meervoudig perspectief
  • wisselend perspectief vanuit meerdere personen

Slide 26 - Slide

Thema
Meestal in een paar woorden of een zin weer te geven.
Is eigenlijk de kortste samenvatting die je van het boek kunt geven.

Slide 27 - Slide

Een stripboek over Donald Duck
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 28 - Quiz

'Game of Thrones' is een voorbeeld van non-fictie.
A
juist
B
onjuist

Slide 29 - Quiz


A
fictie
B
non-fictie

Slide 30 - Quiz

Een wetenschappelijk artikel
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 31 - Quiz

round character
maakt een karakterontwikkeling door

Slide 32 - Slide

flat character
verandert niet en reageert voorspelbaar

Slide 33 - Slide

Harry Potter?
A
flat character
B
round character

Slide 34 - Quiz

Donald Duck

A
flat character
B
round character

Slide 35 - Quiz

Spanning zorgt ervoor dat je wilt doorlezen. Hoe noem je het als er iets spannends gebeurt en je moet wachten op het volgende deel?
A
flashback
B
flash forward
C
cliffhanger
D
chronologisch

Slide 36 - Quiz

Hoe noem je het als er iets spannends gebeurt en het verhaal springt terug in de tijd , naar een andere ruimte , andere plaats ?
A
flashback
B
flash forward
C
cliffhanger
D
chronologisch

Slide 37 - Quiz

Hoe noem je het als de schrijver al vast iets vertelt over wat er in de toekomst gaat gebeuren maar wat de (hoofd)personen in het verhaal zelf nog niet kunnen weten ?
A
flashback
B
flash forward
C
cliffhanger
D
chronologisch

Slide 38 - Quiz

Boek of film?
A
Boek
B
Film

Slide 39 - Quiz

Slide 40 - Video

Slide 41 - Video

Fictie en non-fictie

Slide 42 - Slide

Opdracht
Kies een boek van de lijst
https://www.lezenvoordelijst.nl/docenten-15-18/niveau-3/
Maak een verslag (opdracht komt in It's Learning) 


Slide 43 - Slide