Trekkertheorie Hoofdstuk 3 Techniek, Onderhoud en controle van voertuitgen

Tractortheorie Hoofdstuk 3 Techniek, Onderhoud en controle van voertuigen


1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Tractortheorie Hoofdstuk 3 Techniek, Onderhoud en controle van voertuigen


Inhoudsopgave

  • Terugblikken naar de vorige les

  • Leerdoelen van deze les

  • Motorrijtuigen met beperkte snelheid

  • Waar of niet waar?

  • Banden van de trekker

Terugblikken naar de vorige les?

  • Wat weet je nog van de vorige les?

Lesdoelen

  • Aan het einde van de les weet ik welke regels er gelden rondom de technische veiligheid van motorrijtuigen met beperkte snelheid.

  • Aan het einde van de les weet ik welke regels er gelden rondom de banden, remmen, verlichten, ruiten en spiegels van een motorrijtuig met beperkte snelheid.

Motorrijtuigen met beperkte snelheid

  • Geen APK nodig, maar wel goed onderhoud verplicht.

  • VIN verplicht: elk voertuig moet een ingeslagen voertuigidentificatienummer hebben.

  • Maximale afmetingen: 12 m lang, 3 m breed, 4 m hoog (inclusief alle onderdelen).

  • Snelheidseis: het voertuig mag niet harder kunnen dan 5 km/u boven de toegestane snelheid.

  • Achteruit kunnen rijden: verplicht bij voertuigen > 400 kg (onbeladen, met bestuurder en standaarduitrusting).

Waar of niet waar?

  • Een boer heeft een kleine trekker die alleen op het erf rijdt en soms een stukje over de weg. Deze trekker heeft geen APK nodig, waar of niet waar?

  • Op de metalen balk van het frame staat een rij cijfers en letters ingeslagen, bijvoorbeeld: T12345AB6789, dit is het VIN nummer van de trekker, wel of niet waar?

  • Een kleine tractor met een aanhanger erachter is 3,2 meter breed, dit mag. Waar of niet waar?

  • Een boer heeft een voertuig in de typegoedkeuring staan dat het 25 km/u kan. Hij draait een schroefje los in de trekker, waardoor hij 40 km/u kan, volgens de boer mag dit. Waar of niet waar?



Banden van de trekker

  • Wielen en banden

Wielen en banden moeten heel zijn: niet kapot, krom of roestig.

Trekkers rijden meestal op luchtbanden of rupsbanden.

Soms mogen ook metalen banden worden gebruikt.

  • Bandenspanning

In het instructieboekje staat hoeveel lucht in de banden moet.

Lucht gaat erin via het ventiel.

De ventieldop houdt vuil buiten.

  • Profiel

Het profiel (de groeven) moet goed zijn.

Groeven voeren water en modder af en geven meer grip.



Remmen

  • Het voertuig moet op z’n minst op één as goed kunnen remmen.

  • De remmen moeten hard genoeg kunnen remmen: 2,4 m/s² als het voertuig max 30 km/u kan 3,1 m/s² als het sneller dan 30 km/u kan.

  • Bij het remmen mag het voertuig niet scheef wegschuiven.

  • Er moet altijd een parkeerrem zijn (vastzetinrichting = bijv. handrem.).

  • Remvloeistof zorgt dat de remmen werken.
    Door veel remmen (zoals in een file) worden de remmen heet en slijten ze sneller.

  • Sommige voertuigen hebben ABS. → banden kunnen niet blokkeren -> veiliger remmen, maar niet verplicht.
    Als de remvloeistof oud is, voelt de rem soms zachter of sponsig.

  • Als er twee rempedalen zitten (links/rechts):

Op de weg moeten ze aan elkaar vast zitten.

Op het land mogen ze los om makkelijker te sturen.

Los op de weg = gevaar op scheef trekken of kantelen.

Ruiten en spiegels

  • De voor- en zijruiten moeten schoon zijn en geen dingen bevatten die je zicht blokkeren.

  • Heeft het voertuig een voorruit? Dan moet er een werkende ruitensproeier op zitten.

  • Een systeem tegen ijs of condens is niet verplicht.

  • Een linkerbuitenspiegel is altijd verplicht.

  • Bij een gesloten voertuig moet er ook een rechterbuitenspiegel zijn.

  • Is het voertuig gesloten én langer dan 6 meter? Dan moet er een trottoirspiegel rechts zitten (als dat past).

  • De verplichte spiegels moeten heel zijn en goed kunnen spiegelen.

Verlichting

Motorrijtuigen met beperkte snelheid moeten zijn voorzien van de volgende lichten:


  • 2 stadslichten

  • 2 dimlichten

  • 2 richtingaanwijzers aan de voorzijde en aan de achterzijde

  • 2 achterlichten

  • 2 remlichten

Max. 4 lichten tegelijk aan de voorkant.

Voorlampen zijn meestal wit of geel en

achterlichten zijn altijd rood, behalve richtaanwijzers,

die zijn namelijk oranje.


Richtingaanwijzers

Richtingaanwijzers

  • Voorzijde: wit of amber (oranje)

  • Achterzijde: amber (oranje)

  • Belangrijk dat ze goed zichtbaar zijn, ook overdag.

  • Moeten duidelijk afslagrichting aangeven.

  • Mogen niet worden vervangen door andere lichten op kleuren


Waarschuwingslichten:

  • Beide richtingaanwijzers knipperen tegelijk.

  • Alleen bij pech, gevaar of noodstop.

  • Niet gebruiken als "extra zichtbaarheidslicht".

Positie- en Markeringslichten

Positielichten:

  • Voor: wit Achter: rood

  • Duiden de breedte van het voertuig aan.

  • Moeten op gelijke hoogte en symmetrisch geplaatst zijn.

  • Moeten zichtbaar zijn binnen een aangegeven lichtbundelhoek.


Markeringslichten:

  • Amber (oranje)

  • Verplicht bij lange of brede voertuigen

  • Moeten op vaste entre-afstanden worden geplaatst.

  • Tonen de omtrek van een voertuig bij duisternis of slecht licht.

Retroreflectoren +Plaatsingseisen

Retroreflectoren:

  • Voor: wit. Achter: rood. Zijkant: amber/oranje.

  • Aantal per zijde en per hoogte is wettelijk vastgelegd.

  • Verboden om rode reflectoren voor te dragen.


Plaatsingseisen van de retroreflectoren:

  • Binnen 0,5 meter van de uiterste voertuigbreedte.

  • Hoogte varieert per soort reflector (bijv. min. 0,25 m boven de grond).

  • Symmetrisch geplaatst, vast gemonteerd en goed zichtbaar.

MMBS + breed/lang transport

MMBS (zoals landbouwvoertuigen):

  • Mogen extra verlichting voeren wanneer dat nodig is voor veiligheid.

  • Oranje zwaailicht toegestaan bij:

    • werken aan de weg,

    • langzaam rijden,

    • gevaarlijke situaties.

  • Kunnen verplicht zijn tot begeleiding door een ander voertuig.

Breed/lang transport:

  • Markeringslichten verplicht.

  • Extra reflectoren verplicht bij grotere maten.

  • Verhoogde zichtbaarheid via contourverlichting bij nacht of mist.

Werkverlichting + Regels binnen de bebouwde kom

Werkverlichting:

  • Alleen toegestaan bij stilstand, laden/lossen of werkzaamheden.

  • Mag andere weggebruikers niet verblinden.

  • Niet gebruiken als vervanging voor groot‑ of dimlicht.

Binnen de bebouwde kom:

  • Speciale verlichting (zoals zwaai‑ of flitsverlichting) mag alleen bij:

    • werkzaamheden,

    • gevaartekens,

    • wettelijk toegestane situaties.

  • Zodra er geen risico meer is moet speciale verlichting direct uit.

Verwerkingsopdrachten

Werkbladen maken.

Overige technische eisen


Technische eisen

  • De assen moeten stevig zijn en niet gebogen

  • Het veersysteem van de trekker moet goed werken

  • Er moet een voelbare stuurbekrachtiging aanwezig zijn op een mmbs


  • De totale last onder een bepaald wiel mag niet meer zijn dan 6000 kg

  • - Eén wiel mag maximaal 6000 kg gewicht dragen.

  • - Als een wiel meer gewicht krijgt, kan dat schade aan de weg of het voertuig veroorzaken.

  • De totale aslasten mogen niet meer dan 50000 kg bedragen.

  • Een mmbs met rupsbanden mag geen hogere maxiummassa hebben van 10000 kg


1

Toegestaan

2

Niet toegestaan

Mijn trekker heeft drie assen. De eerst aslast bedraagt 10.000kg, de tweede aslast bedraagt 15.000 kg en de derde aslast bedraagt 20.000kg. Is dit toegestaan?

Overige technische eisen

Uitlaatsysteem

  • De uitlaat moet dicht zijn, behalve bij kleine gaatjes die bedoeld zijn om water weg te laten lopen.

  • De uitlaat moet het geluid goed dempen.


Gordels

  • Een MMBS mag veiligheidsgordels hebben.

  • Als ze aanweizig zijn moeten ze:

  • Heel zijn

  • Goed werkend oprol of blokkeersysteem hebben.

  • Stevig vastzitten aan het voertuig

  • vastgemaakt zijn aan de achterruitversteviging of het chassis

Overige technische eisen

Maximale snelheid van een MMBS:

  • 25 km/h, niet harder


Sleepvoorziening

  • Elk MMBS moet een stevig sleep- of bevestigingspunt hebben, zodat het gesleept kan worden, behalve bij walsen.


Uitstekende delen:

  1. Er mogen geen scherpe of uitstekende delen aan het voertuig zitten.

  2. Als die er toch zijn, moeten ze goed afgeschermd zijn tot een hoogte van 2 meter.

  3. De afscherming moet stevig zijn en gemaakt van geschikt materiaal.