Vragen bij Leestekst

Vragen bij Leestekst
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Vragen bij Leestekst

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Hoeveel weken vakantie heeft de schrijver?
A
drie weken
B
vier weken
C
vijf weken
D
zes weken

Slide 3 - Quiz

Waarom is vakantie goed voor de schrijver?
A
Omdat hij weinig werkt.
B
Omdat hij veel werkt.
C
Omdat hij ziek is.
D
Omdat hij thuis blijft.

Slide 4 - Quiz

Wat doet de schrijver in de ochtend?
A
Werken
B
Wandelen
C
Lezen
D
Slapen

Slide 5 - Quiz

Wat doet de schrijver in de middag?
A
Naar de stad gaan
B
Naar het strand gaan
C
Naar het werk gaan
D
Thuisblijven

Slide 6 - Quiz

Wat neemt de schrijver mee naar het strand?
A
Eten
B
Een handdoek
C
Een boek
D
Een fiets

Slide 7 - Quiz

Leest de schrijver veel op het strand?
A
Ja, altijd
B
Soms
C
Nee, niet veel
D
Alleen in de ochtend

Slide 8 - Quiz

Wat doet de schrijver vooral op het strand?
A
Zwemmen
B
Lezen
C
Werken
D
Kijken naar andere mensen

Slide 9 - Quiz

Wat betekent: "Ik ben liever lui dan moe".
A
Ik werk graag hard
B
Ik rust liever dan dat ik werk
C
Ik ben altijd moe
D
Ik vind werk leuk

Slide 10 - Quiz

Hoe vindt de schrijver vakantie?
A
Saai
B
Moeilijk
C
Niet leuk
D
Lekker

Slide 11 - Quiz

Wat voor weer is het in de zomer volgens de tekst.
A
Het regent veel
B
Het sneeuwt
C
De zon schijnt veel
D
Het waait hard

Slide 12 - Quiz