Hoofdstuk 3 Politiek

Politieke partijen
1 / 22
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Politieke partijen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen deze les
1- Je kan het Nederlandse kiesstelsel vergelijken met die van bijvoorbeeld Amerika.
2- Je kan verschillende begrippen uitleggen.
3- Je kan uitleggen wat de 4 manieren zijn van hoe politieke partijen invloed proberen uit te oefenen.
4- Je kan de begrippen progressief en conservatief uitleggen.
5- Je kan (weer) politiek links, midden en rechts vergelijken.

Slide 2 - Slide

Kiesstelsel
Nederland: evenredige vertegenwoordiging
-> totaal aantal uitgebrachte stemmen wordt gedeeld door het aantal zetels.
Voorbeeld: 10% van de stemmen, betekent 10% van de zetels.

Amerika: meerderheidsstelsel
-> per gebied 'winner takes all'.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Begrippen
  • Politieke partij: een groep mensen met ongeveer dezelfde ideeën over hoe de samenleving eruit zou moeten zien.

  • Lijsttrekker: de belangrijkste persoon van een partij in verkiezingstijd.

  • Peilingen: de voorspellingen van de verkiezingsuitslag op dat moment.

  • Zwevende kiezers: mensen die niet bij elke verkiezing op dezelfde partij stemmen.


Slide 5 - Slide

Begrippen

Slide 6 - Slide

Hoe kunnen politieke partijen invloed hebben?
  1. Ze leveren mensen voor politieke functies, zoals ministers of burgemeesters.
  2. Ze maken hun standpunten bekend.
  3. Ze vertegenwoordigen belangen van maatschappelijke groepen en organisaties. 
  4. Ze beïnvloeden mensen in politieke functies. 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Progressief

=veranderingsgezind
-> wil dus dingen veranderen in de maatschappij.

D66, Groenlinks-PvdA
Conservatief

=behoudend
-> wil dus dat dingen voornamelijk blijven zoals het was.
SGP, PVV, JA21
Dit alles heeft voornamelijk te maken met normen en waarden, oftewel de sociaal-culturele invalshoek.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Politiek 'Links'

-Actieve overheid
-Gelijkheid staat centraal

Voorbeelden van politieke partijen: GroenLinks, PvdA

Nog meer?
Politiek 'Rechts'

-Passieve overheid
-Eigen verantwoordelijkheid staat centraal (vrijheid)
Voorbeelden van politieke partijen: PVV, VVD

Nog meer?

Slide 11 - Slide

Politiek 'Midden'

-Eerst zelf proberen, dan pas de overheid.
-Punten van 'links' en 'rechts' worden gebruikt.
Politieke partijen: CDA, D66   Nog meer?

Slide 12 - Slide

Politiek links en rechts
Politiek links: gelijkheid en actieve overheid.

Politiek midden: een samenleving waarin burgers eerst elkaar helpen en als dat niet lukt dat de overheid helpt. 

Politiek rechts: eigen verantwoordelijkheid en passieve overheid.

Slide 13 - Slide

Evenredige vertegenwoordiging betekent dat het totaal aantal uitgebracht stemmen wordt gedeeld door het aantal zetels.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Amerika is het enige land met als kiesstelsel het principe van: 'winner takes all'.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

Peilingen zijn altijd een betrouwbare weergave van hoe het ervoor staat.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

Een lijsttrekker is de belangrijkste persoon van een politieke partij in verkiezingstijd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

Progressief of Conservatief?

Geen euthanasie toestaan.
A
Progressief
B
Conservatief

Slide 18 - Quiz

Progressief of Conservatief?

'Baas in eigen buik'.
A
Progressief
B
Conservatief

Slide 19 - Quiz

Een politieke partij is altijd of helemaal links of altijd helemaal rechts.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

Politiek rechts wil dat de overheid passief is, dus alleen zorgen voor de basiszaken zoals veiligheid.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quiz

Maken
Je maakt de volgende opdrachten van bladzijden 36- 39:
11, 13, 15, 16, 17 en 19. 
Vraag? Steek even je hand op.
Klaar? Begin aan de begrippenlijst op bladzijde 40.
Je maakt dit alleen, je mag wel oortjes in.
Na de tijd gaan we het bespreken.
timer
20:00

Slide 22 - Slide