4H, chapitre 4 grammaire B les verbes

Grammaire B

p.22 
apprendre, prendre, comprendre 
croire
devenir, tenir, venir,
1 / 13
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Grammaire B

p.22 
apprendre, prendre, comprendre 
croire
devenir, tenir, venir,

Slide 1 - Slide

Imparfait ​
Stap 1: neem de nous – vorm van de tegenwoordige tijd – ons ​
Stap 2: plak de uitgang erachter ​ 
 Ais – ais – ait – ions – iez – aient ​

Futur simple  
Stap 1: Hele werkwoord 
Stap 2: plak de
 uitgang van avoir  erachter
  ai – as – a – ons – ez – ont ​

Slide 2 - Slide

Conditionnel 

Stap 1: Hele werkwoord 
Stap 2: Plak de uitgang van de imparfait ​erachter

 [Let op! Eindigt het hele werkwoord op een e? dan vervalt deze e] ​
De stam van de werkwoorden tenir, venir,  revenir,devenir is onregelmatig in de futur + conditionnel​:

 Tiendr / viendr / reviendr /  deviendr 

Slide 3 - Slide

Hoe vervoeg je een werkwoord in de imparfait?

Slide 4 - Open question

Hoe vervoeg je een werkwoord in de passé composé?

Slide 5 - Open question

Hoe vervoeg je een werkwoord in de futur simple?

Slide 6 - Open question

Hoe vervoeg je een werkwoord in de conditionnel?

Slide 7 - Open question

Wat gebeurt er met de laatste - e bij de werkwoorden prendre, apprendre, comprendre, croire in de futur simple?

Slide 8 - Open question

Welke vervoeging is juist?
Ik geloofde (imparfait)
A
Je croyais
B
Je croirais

Slide 9 - Quiz

Welke vervoeging is juist?
Zij zal worden
A
Elle devient
B
Elle deviendra

Slide 10 - Quiz

Welke vervoeging is juist?
Jullie hebben genomen
A
Vous preniez
B
Vous avez pris

Slide 11 - Quiz

Welke vervoeging is juist ?
Jij zou terugkomen
A
Tu reviendras
B
Tu reviendrais

Slide 12 - Quiz

Au travail! 
Maak opdracht 24, 29,30 af voor morgen 
(werk je niet online, stuur me dan een fotootje van je werkboek via de chat in teams) 

Slide 13 - Slide