What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
O-uur les 5 - Geld en decimale getallen
Rekenen
Geld en decimale getallen
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
Rekenen
Middelbare school
vmbo, mavo
Leerjaar 1,2
This lesson contains
24 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
2 videos
.
Lesson duration is:
75 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
Rekenen
Geld en decimale getallen
Slide 1 - Slide
Wat gaan we doen vandaag?
- Reken met geld
- Rekenen met decimale getallen
- Groter dan, kleiner dan of gelijk aan
Slide 2 - Slide
Afronden
Op 2 cijfers achter de komma.
2,546 = 2,55
2,544 = 2,54
Slide 3 - Slide
Bedrag
Een bedrag wordt vaak geschreven met een
komma
(
,
). Voor de komma staan de euro. Achter de komma staan de centen.
Het pak stiften kost 2 euro en 50 cent.
Slide 4 - Slide
Schat hoeveel hij moet betalen. Rond af op hele euro's.
Schrijf je berekening op!
Slide 5 - Open question
Je koopt een Jas van 158 euro. Je krijgt €59 korting.
Hoeveel moet je betalen? SCHAT het antwoord.
Schrijf je berekening op!
Slide 6 - Open question
Ik moet € 127,35 betalen. Ik betaald 150 euro. Hoeveel krijg ik terug?
Sleep het juiste geld naar het oranje vak.
Slide 7 - Drag question
Rashid heeft een hoop geld in zijn spaarpot zitten. Hij heeft maar liefst 56 munten van 50 eurocent,
Hoeveel geld heeft Rashid in totaal gespaard?
A
€ 26,-
B
€ 48,-
C
€ 52,-
D
€ 28,-
Slide 8 - Quiz
Je moet € 65,30 betalen.
Je geeft € 80,-
Hoeveel geld krijg je terug?
A
€ 15,70
B
€ 14,30
C
€ 14,70
D
€ 25,70-
Slide 9 - Quiz
decimale getallen
decimale getallen
zijn getallen met een komma. Je komt decimale getallen overal tegen. Decimale getallen kunnen verschillende betekenissen hebben.
Slide 10 - Slide
Decimale getallen op een getallenlijn
Sleep de getallen naar het juiste vak op de getallen lijn.
0,55
0,19
0,34
0,24
0,46
Slide 11 - Drag question
Wat moet er op de plaats van het vraagteken staan?
36,10 ? 36,01
A
Kleiner dan (<)
B
Groter dan (>)
C
Gelijk aan (=)
Slide 12 - Quiz
Wat moet er op de plaats van het vraagteken staan?
4,08 ? 4,07
A
Kleiner dan (<)
B
Groter dan (>)
C
Gelijk aan (=)
Slide 13 - Quiz
Huiswerk
Opdracht 1 tot en met 15
Slide 14 - Slide
Welke decimaal getal is groter?
0,55 of 0,555
A
0,55
B
0,555
Slide 15 - Quiz
Farid heeft 187 euro in zijn spaarpot zitten. Hij krijgt van zijn moeder 25 euro. Farid stopt het geld in zijn spaarpot.
Hoeveel geld heeft Farid nu?
A
152 euro
B
212 euro
C
215 euro
D
202 euro
Slide 16 - Quiz
Jan heeft € 774 in zijn spaarpot. Hij koopt een elektrische step voor € 213. Hoeveel geld heeft hij nog in zijn spaarpot?
A
987
B
977
C
561
D
661
Slide 17 - Quiz
2,65 ligt tussen de HELE getallen
A
2 en 3
B
2,60 en 2,70
C
2,64 en 2,66
D
0 en 10
Slide 18 - Quiz
8,45 ligt tussen de HELE getallen
A
0 en 10
B
8,40 en 8,50
C
8,44 en 8,46
D
8 en 9
Slide 19 - Quiz
Slide 20 - Video
Aftrekken van decimale getallen
4,31 - 2,101 =
A
2,199
B
2,20
C
3,141
D
2,209
Slide 21 - Quiz
Aftrekken van decimale getallen
3,358 - 1,036 =
A
2,223
B
2,322
C
3,232
D
2,232
Slide 22 - Quiz
Hoeveel decimalen getallen heeft 38,97?
A
4
B
2
C
1
D
3
Slide 23 - Quiz
Slide 24 - Video
More lessons like this
6.2 Hoe zwaar word je belast?
February 2019
-
34 slides
Economie
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
Eieren voor je geld
Rekenquiz klas 3
August 2024
-
23 slides
Rekenen
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 4
Quiz!
toets h8 2 basis en kader
June 2026
-
15 slides
Economie
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
Afronden van decimale getallen, 2F
January 2022
-
11 slides
Rekenen
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 2-4
SCORE Rekenen vo/mbo
Rekenbingo 1F
July 2026
-
24 slides
Rekenen
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 2
Moduletoets H1, H2 en H3
7 days ago
-
38 slides
Economie
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 4
3.4 Wat doen banken nog meer?
January 2022
-
41 slides
Economie
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 3
Eieren voor je geld
3.4 Banken doen meer
January 2022
-
40 slides
Economie
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3
Eieren voor je geld