Wie beslist, het koninkrijk der Nederlanden

Wie beslist?
Het koninkrijk der Nederlanden!
Bekijk de fimpjes die nu volgen en maak een woordspin!

1 / 36
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Wie beslist?
Het koninkrijk der Nederlanden!
Bekijk de fimpjes die nu volgen en maak een woordspin!

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

nederland wordt koninkrijk!

Slide 4 - Mind map

koning Willem 1 was
A
modern
B
ouderwets

Slide 5 - Quiz

koning Willem 1 maakte niet
A
kanalen
B
wegen
C
stoommachine
D
bruggen

Slide 6 - Quiz

waarom waren de Belgen ontevreden?
2 goede antwoorden!
A
Ze wilden geen Nederlands spreken
B
Ze vonden dat de Nederlanders meer mochten
C
Er zaten alleen Nederlanders in de regering
D
Ze hadden minder geld

Slide 7 - Quiz

Koningin Emma werd in 1815 gekroond.
A
ja
B
nee

Slide 8 - Quiz

Wie was de aanvoerder van het Franse leger?
A
Phillip
B
Alva
C
Napoleon

Slide 9 - Quiz

De vader van Willem 1 was:
A
burgemeester
B
landmeester
C
stadhouder
D
president

Slide 10 - Quiz

Vragen uit het boek maken:
blz 57: 1 - 5
blz 58: 7, 9, 10
blz 59: 11 , 12, 14, 15
blz 60 en 61: 16, 23

Slide 11 - Slide

een koning wordt geboren in een koninklijke familie
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quiz

Een koninkrijk is een land waar een premier de baas is
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quiz

Met de grondwet kregen de burgers gelijke rechten, welke
A
geen belasting betalen
B
vrije meningsuiting
C
recht op bezit
D
de baas willen zijn

Slide 14 - Quiz

In een democratie mag iedereen stemmen!
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

In het algemeen kiesrecht mogen
A
alleen mannen stemmen
B
alleen mannen vanaf 18 jaar stemmen
C
mogen zowel mannen als vrouwen vanaf 18 stemmen
D
Mag iedereen vanaf 21 jaar stemmen

Slide 16 - Quiz

                                                                               Maken vragen:
                                                                                    blz 63: 2 en 3, 6
                                                                                  blz 64: 7, 8 - 11
                                                                                 blz 65: 12 - 15
                                                                                  blz 66: 16 - 20

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Mind map

Slide 20 - Slide

                                 keuzeopdracht
                                muurkrant
                                                       poster politieke partij

Slide 21 - Slide

politieke partij
  • hoe heet je partij
  • programma: waar sta je voor, wat is je belangrijke boodschap?
  • wie wil je bereiken, leeftijdsgroep
  • welke kleuren en afbeeldingen passen erbij

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide


muurkrant



  • De inhoud moet gaan over wat je hebt geleerd over de Nederlandse regering en over de Europese unie. (gebruik hiervoor je leerboek)
  • Je verzamelt hier artikelen over die je kunt vinden in kranten of op het internet.
  • Je maakt de voorkrant van een krant, denk aan tekst en plaatjes!

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

wat weet je van de regering van Nederland?
taken

Slide 26 - Mind map

wat weer je van de eu?
taken, landen

Slide 27 - Mind map

welke 2 beweringen zijn juist?
A
Amalia wordt koningin van Nederland
B
De eerste koning van Nederland was Phillips
C
Het koningschap is erfelijk
D
In 1815 wordt Willem Alexander koning

Slide 28 - Quiz

De regering werkt in het binnenhof
A
waar
B
niet waar

Slide 29 - Quiz

Op prinsjesdag leest de koning de plannen voor ons land voor
A
waar
B
niet waar

Slide 30 - Quiz

Op prinsjesdag lopen alle prinsjes naar de Ridderzaal.
A
waar
B
niet waar

Slide 31 - Quiz

De tweede kamer moet de regering controleren
A
waar
B
niet waar

Slide 32 - Quiz

De eerste kamer mag een wet goed of fout keuren
A
waar
B
niet waar

Slide 33 - Quiz

De regering bestaat uit
A
wijze mannen
B
ministers
C
politieke partijen
D
koning en alle ministers

Slide 34 - Quiz

Er mocht niet opnieuw oorlog komen. Een goede welvaart was belangrijk.
Daarom....
A
gingen alle landen van de wereld met elkaar samenwerken
B
gingen Europese landen samenwerken
C
werd de euro uitgevonden
D
werd van Europa één groot land gemaakt

Slide 35 - Quiz

welk land is geen lid van de Europese Unie
A
Spanje
B
Griekenland
C
Oostenrijk
D
Turkije

Slide 36 - Quiz