In vuur en Vlam paragraaf 1


In vuur en vlam

Paragraaf 1. 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson


In vuur en vlam

Paragraaf 1. 

Slide 1 - Slide

Verbranding.

Slide 2 - Slide

Wat is verbranding?

  • Een reactie met zuurstof voor de pijl!

Slide 3 - Slide

Kenmerken van een verbranding.


  • Snelle reactie:  Rook, vuur en vonken.
  • Te snelle reactie: Explosie. 
  • Oxiden als eindproduct. 

Slide 4 - Slide

Voorwaarde voor brand: 


  1. Aanwezigheid van zuurstof.
  2. Aanwezigheid van brandstof.
  3. Ontbrandingstempratuur. 

Slide 5 - Slide

Ontbrandingstemperatuur:
De tempratuur die nodig is om een bepaalde stof te laten ontbranden. 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Brand zonder zuurstof (1)
  • Explosieven verbranden niet met zuurstof uit de lucht maar met ingebouwde zuurstof. 
  • 1 van de stoffen die reageert, dient als zuurstof producent. 
  • Voorbeeld: Zwavel

Slide 8 - Slide

Brand zonder zuurstof (2).
  • Zo'n soort reactie noemt men een oxidatie. 
  • Ook reacties met zuurstof maar zonder vuurverschijnselen zijn oxidaties.
  • Reactie producten zijn "Oxiden"

Slide 9 - Slide

Voorbeelden. 
Vuurwerk
Lucifer
Roest.

Slide 10 - Slide

Wat hebben we geleerd In paragraaf 1 ?

Slide 11 - Slide

Brand? Blussen!

Slide 12 - Slide

DEMO

Slide 13 - Slide

Hoe stop je verbranding?
Haal 1 van de 3 zijden weg van de branddriehoek.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Brandstof weghalen. 
  • Gas kraan dicht.
  • brandgang.
  • Voorbranden.
  • Uitblazen.

Slide 16 - Slide

Zuurstof weghalen. 


  • Deksel op de pan.
  • Uitslaan/trappen.
  • Branddeken.
  • Afdekken met schuim.
  • Koolstofdioxide-blusser.

Slide 17 - Slide

Verlagen van de tempratuur. 

  • blussen met water. 

Slide 18 - Slide

Kun je alles blussen met water?

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Wat hebben we geleerd?

Slide 21 - Slide

Zelfstandig werken regels:

  1. De docent(en) lopen rond. Het heeft geen nut om de docent te roepen. Doe dit dan ook niet.  
  2. Je werkt in stilte totdat de timer op 0 staat. Daarna mag er rustig overlegt worden met de buurman/vrouw
  3. Maak opgaven: 
  4. Paragraaf 1: 1 t/m 7
  5. Paragraaf 2: 14 t/m 17
timer
5:55

Slide 22 - Slide