Rechtsvormen (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Examentraining

Rechtsvormen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met 8 vragen in 4 vraagtypen: aansprakelijkheid, zeggenschap en geld, belasting en resultaat, kiezen en onderbouwen. Leerlingen rekenen en redeneren in casussen; de notes bevatten de uitwerking.

Items in this lesson

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Examentraining

Rechtsvormen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Onderwijsgek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus aansprakelijkheid, zeggenschap en belasting uitwerken en een rechtsvorm onderbouwen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de casus: noteer doel, aantal betrokkenen, risico en kapitaalbehoefte.

  • 2. Kies de kenmerken: continuïteit, financiering, aansprakelijkheid, belasting, zeggenschap.

  • 3. Reken of redeneer: bepaal wie aansprakelijk is, voor welk bedrag en wie beslist.

  • 4. Onderbouw: noem de rechtsvorm met een argument uit de casus.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Type 1: aansprakelijkheid

  • Je rekent uit voor welk bedrag iemand privé kan worden aangesproken.

  • Restschuld = schuld min wat de bezittingen opbrengen.

  • Bij een vof kan de schuldeiser de hele restschuld bij één vennoot halen; bij een bv in de regel niet bij de aandeelhouder.

This item has no instructions

De vof van Lars, Mei en Tarik heeft € 48.000 meer schuld dan bezittingen. Tarik is failliet. Wat kan de schuldeiser doen?

A

Lars en Mei elk voor € 24.000 aanspreken

B

Alleen het firmavermogen aanspreken, niet de vennoten

C

Niets meer halen, want Tarik kan niet betalen

D

Lars of Mei voor € 48.000 aanspreken

Syllabus 13.1.2: hoofdelijke aansprakelijkheid. Uitwerking: de restschuld is € 48.000. Hoofdelijk betekent ieder voor het geheel, dus de schuldeiser mag het hele bedrag bij Lars of bij Mei halen; zij verhalen later onderling op Tarik. Verwachte fout: gelijk delen (2 x € 24.000), dat geldt niet bij hoofdelijkheid.

De bv van Hanneke heeft een bankkrediet van € 120.000. Hanneke staat privé borg voor € 40.000. De bv gaat failliet; de bezittingen leveren € 50.000 op. Wat kan de bank privé bij Hanneke halen?

A

Maximaal € 40.000

B

€ 70.000, de hele restschuld

C

€ 120.000, het hele krediet

D

€ 0, want een bv beperkt de aansprakelijkheid

Syllabus 13.1.2: juridische aansprakelijkheid bij een bv. Uitwerking: restschuld 120.000 - 50.000 = 70.000. Hanneke is alleen via de borg aansprakelijk, tot € 40.000. Controle: 40.000 is kleiner dan 70.000, dus de borg is de grens. Verwachte fout: € 0 (alleen de hoofdregel toepassen) of de hele restschuld.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Type 2: zeggenschap en geld

  • Je redeneert wie beslist en hoe een organisatie aan kapitaal komt.

  • Bij een bv of nv volgt het stemrecht meestal het aantal aandelen: meer dan de helft van de stemmen beslist.

  • Kapitaal: aandelen uitgeven, vreemd vermogen aantrekken, giften of contributie.

This item has no instructions

In een bv hebben Anne 55, Bilal 30 en Chen 15 aandelen; één aandeel is één stem en een gewoon besluit vraagt meer dan de helft. Wat klopt?

A

Bilal en Chen samen kunnen Anne overstemmen

B

Elk besluit vraagt de instemming van alle drie

C

Anne kan elk gewoon besluit alleen nemen

D

Het aantal bestuurders bepaalt het aantal stemmen

Syllabus 13.1.2: zeggenschap. Uitwerking: Anne heeft 55 van de 100 stemmen, meer dan de helft. Bilal en Chen samen hebben 30 + 15 = 45 stemmen, minder dan 50. Verwachte fout: denken dat 45% samen genoeg is, of dat iedereen moet instemmen.

Een sportvereniging met 400 leden wil een hal van € 600.000 bouwen. Welke financiering past bij haar rechtsvorm?

A

Aandelen uitgeven aan de leden

B

Het resultaat uitkeren om leden te werven

C

Een lening en subsidie; aandelen kan niet

D

Een extra vennoot laten toetreden

Syllabus 13.1.2: financiering. Een vereniging heeft leden, geen aandeelhouders of vennoten en keert geen resultaat uit. Ze financiert met contributie, subsidie, giften en vreemd vermogen. Verwachte fout: aandelen, door de leden als aandeelhouders te zien.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Type 3: belasting en resultaat

  • Je verdeelt het resultaat en bepaalt wie waarover belasting betaalt.

  • Eenmanszaak en vof: de ondernemer of vennoot betaalt inkomstenbelasting over het eigen deel.

  • Bv en nv: de organisatie betaalt vennootschapsbelasting; aandeelhouders ontvangen daarna dividend naar rato van hun aandelen.

This item has no instructions

Een vof verdeelt het resultaat 4 : 2 : 1 over Eva, Rik en Sam. Het resultaat is € 84.000. Over welk bedrag wordt Rik belast?

A

€ 24.000

B

€ 12.000

C

€ 28.000

D

€ 48.000

Syllabus 13.1.2: belastingen bij een vof. Uitwerking: 4 + 2 + 1 = 7 delen; 84.000 / 7 = 12.000 per deel; Rik heeft 2 delen = 24.000. Controle: Eva 48.000 + Rik 24.000 + Sam 12.000 = 84.000. Verwachte fout: het deel van Sam (12.000) of een derde (28.000).

Een bv maakt € 100.000 resultaat. Stel dat ze 20% vennootschapsbelasting betaalt en de rest als dividend uitkeert. Noa heeft 25% van de aandelen. Hoeveel dividend ontvangt Noa?

A

€ 25.000

B

€ 16.000

C

€ 80.000

D

€ 20.000

Syllabus 13.1.2: belastingen en dividend. Het percentage is een aanname in de vraag. Uitwerking: belasting 20% van 100.000 = 20.000; dividend 100.000 - 20.000 = 80.000; Noa 25% van 80.000 = 20.000. Controle: 4 aandeelhouders van 25% krijgen samen 80.000. Verwachte fout: 25% van het resultaat vóór belasting (25.000) of 20% van 80.000 (16.000).

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Type 4: kiezen en onderbouwen

  • Je kiest een rechtsvorm en onderbouwt met kenmerken uit de casus.

  • Noem de vorm en minstens twee argumenten: risico, kapitaal, belasting, continuïteit of zeggenschap.

  • Een goed argument past bij de casus en bij het nadeel van je keuze.

This item has no instructions

Sanne start alleen een klimhal. Schadeclaims zijn een reëel risico en ze heeft een eigen huis. Welke keuze past het best?

A

Een eenmanszaak: eenvoud weegt zwaarder dan risico

B

Een bv: beperkte aansprakelijkheid beschermt haar huis

C

Een vof: vennoten delen het risico met haar

D

Een stichting: die kent geen aansprakelijkheid

Syllabus 13.1.3: keuze onderbouwen. Risico en privévermogen sturen de keuze; een bv beschermt het privévermogen in de regel. Nadeel: meer formaliteiten en vennootschapsbelasting. Verwachte fout: eenmanszaak, omdat die goedkoop is. Een vof kan niet: Sanne start alleen.

Waarom een bv als je eenmanszaak groeit?

Syllabus 13.1.3. Goed antwoord noemt minstens twee kenmerken: met de groei nemen schulden en risico toe, en in een bv is het privévermogen in de regel beschermd (aansprakelijkheid); via aandelen kan een investeerder instappen (financiering); de bv gaat door als eigenaren wisselen (continuïteit). Een sterk antwoord noemt ook het nadeel: notaris, statuten en vennootschapsbelasting. Verwachte fout: alleen 'om minder belasting te betalen' zonder kenmerk uit de casus.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Aansprakelijkheid

2

Zeggenschap en geld

3

Belasting en resultaat

4

Kiezen en onderbouwen

This item has no instructions

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Tips voor op het examen

  • Noem bij elke keuze minstens twee kenmerken en koppel ze aan de casus.

  • Rekenvragen: schrijf eerst de restschuld of het aandeel op, dan pas het antwoord.

  • Let op het verschil tussen de organisatie zelf en de eigenaar persoonlijk.

This item has no instructions