w6 i1 Procenten breuken procenten 2F

GOEDE MORGEN!
1 / 25
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

GOEDE MORGEN!

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

timer
7:00

Slide 3 - Slide

Verhoudingen, breuken en procenten vervolg van voor vakantie

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

3 soorten %-sommen
  1. 6% van 720.....
  2.  Hoeveel % is 60  van 120?
  3.  Van €85,-- naar €69,-- hoeveel % is de korting?

Slide 7 - Slide

1. 40% van €720



Slide 8 - Slide


A
15
B
17
C
16
D
19

Slide 9 - Quiz

Etienne en Elsa gebruiken 21% van hun inkomen voor de huur van hun huis. Hun gezamenlijke inkomen is €2950,--. Hoeveel € is hun huur?
Schrijf de berekening op.

Slide 10 - Open question

Hoeveel % is 125 van 500?

Slide 11 - Slide

Elsbeth krijgt €55,-- zakgeld per maand. Haar telefoonabonnement is €11. Hoeveel % van haar zakgeld besteed ze aan haar telefoonabonnement?
Rond af op 1 decimaal en schrijf je berekening op.

Slide 12 - Open question

14 leerlingen van de 35 leerlingen hebben een onvoldoende.
Bereken hoeveel % van de leerlingen een onvoldoende heeft. Schrijf je berekening op. Rond af op 1 decimaal

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Slide

Meneer Megens verdient per jaar 35.000 euro en 212 euro hiervan zijn YouTube-inkomsten. Hoeveel procent van zijn totale inkomen komt uit YouTube? Rond af op 1 decimaal.

Slide 15 - Open question

3. Van €85,-- naar €69,-- hoeveel % is de korting?
1. bereken eerst het verschil.  €85 - €69 = €16
2. deel : geheel x 100                  €16 : €85 x 100 = 18,8%
of in één berekening:
(nieuw - oud) : oud x 100
 (€69 - €85) : €85 x 100 = -18,8%
Schrijf de som op je kladblaadje

Slide 16 - Slide

Jongeren met startkwalificatie verdienen gemiddeld € 32.500 per jaar, terwijl jongeren zonder startkwalificatie gemiddeld € 24.050 verdienen.
Bereken hoeveel procent jongeren zonder startkwalificatie gemiddeld per jaar minder verdienen dan jongeren met startkwalificatie. Schrijf je berekening op. (welke formule heb je nodig?)

Slide 17 - Open question

Maria heeft een airpods gekocht voor 200 euro, ze heeft ze via Marktplaats verkocht voor 76 euro. Voor hoeveel procent van de totaalprijs heeft Marie de pods verkocht?

Slide 18 - Open question

Mix verhoudingen/procenten/ breuken

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Op een dag voor jonge boeren zijn 132 deelnemers.
2 op de 3 deelnemers zijn vrijgezel. Hoeveel vrijgezellen zijn er op de dag voor jonge boeren?

Slide 21 - Open question

Een chocoladereep met hazelnoten en rozijnen weegt 900 gram. De chocoladereep bestaat voor 9% uit rozijnen en voor één negende (1\9) uit hazelnoten. Van welk ingrediënt zit het meeste in de chocoladereep: rozijnen of hazelnoten?

Slide 22 - Open question

Waarom hazelnoten?
900 gram = 100%

9% is  9 (is 1%) x 9 = 89 gram rozijnen
1/9 is (900 / 9) = 90 gram hazelnoten

Slide 23 - Slide

Van de 550 mensen die meededen aan een enquête, gaven er 330 aan dat hun baan niet aansluit op hun studie.
Hoeveel procent is dat?

Slide 24 - Open question

Verder oefenen?

Slide 25 - Slide