H1 - §1.4 Ogen en brillen

Welkom in de les
Vandaag:
  • terugblik
  • lesdoelen §1.4
  • instructie §1.4
  • maken opgave uit het boek
  • afsluiten les 

 


1 / 26
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom in de les
Vandaag:
  • terugblik
  • lesdoelen §1.4
  • instructie §1.4
  • maken opgave uit het boek
  • afsluiten les 

 


Slide 1 - Slide

Eerst even nakijken
Pak je laptop en ga naar Magister
Klik op ELO en NaSk uitwerkingen
Kijk na met een andere kleur pen

Slide 2 - Slide

Vragen §1.3

Slide 3 - Slide

Terugblik

Slide 4 - Slide

Opgave 74

Slide 5 - Slide

negatieve lens (-)
positieve lens (+)

Slide 6 - Drag question

Lesdoelen; na de les weet ik
  • hoe mijn oog werkt;
  • hoe het komt dat iemand beter ziet met de juiste bril of contactlens.

Slide 7 - Slide

Discussie!
Bedenk waarom het vaak niet werkt
om een bril van een ander te lenen.

Slide 8 - Slide

Zien
Stukje doorzichtig weefsel in je oog dat werkt als bolle lens.
Plaats in je oog waar het beeld ontstaat. Het netvlies zet het beeld om in een zenuwsignaal.

Slide 9 - Slide

Zien

Slide 10 - Slide

Zien
 Accomoderen gebeurt door de oogspier.

Als je dichtbij kijk is de lens bol
Als je ver weg kijk is de lens plat

Slide 11 - Slide

Zien
Accomoderen: Het platter en boller maken van de ooglens

    bolle lens
    :  
    voorwerp van dichtbij scherp

    platte lens:  voorwerp van veraf scherp




    Slide 12 - Slide

    Bijziend
    1
    2

    Slide 13 - Slide

    Verziend
    1
    2

    Slide 14 - Slide

    Oudziend
    • De ooglens kan niet bol genoeg worden.
    • Je kan voorwerpen vlakbij slecht zien, veraf goed.
    • Je hebt een positieve lens nodig

    Slide 15 - Slide

    Wat voor soort lens zit er in je oog?
    A
    Holle lens
    B
    Bolle lens
    C
    Platte lens

    Slide 16 - Quiz

    Een bolle lens maakt van een evenwijdige licht bundel een
    A
    Divergente lichtbundel
    B
    Convergente lichtbundel
    C
    Evenwijdige lichtbundel

    Slide 17 - Quiz

    Als je oogspieren gespannen zijn
    A
    Accommodeert je oog niet
    B
    Accommodeert je oog

    Slide 18 - Quiz

    Als je oog accommodeert kan ik ...
    A
    dichtbij goed zien
    B
    veraf goed zien

    Slide 19 - Quiz

    Wat voor lens heeft een bijziend persoon nodig om een voorwerp scherp te zien?
    A
    Bolle lens
    B
    Holle lens

    Slide 20 - Quiz

    Wat voor lens heeft een verziend persoon nodig om een voorwerp scherp te zien?
    A
    Bolle lens
    B
    Holle lens

    Slide 21 - Quiz

    Een verziend persoon heeft een te
    A
    Zwakke lens
    B
    Sterke lens

    Slide 22 - Quiz

    Wat voor lens heeft een oudziend persoon nodig om een voorwerp scherp te zien?
    A
    Bolle lens
    B
    Holle lens

    Slide 23 - Quiz

    Weet je nu ...
    • hoe je oog werkt;
    • hoe het komt dat je beter ziet met de juiste bril of contactlens.

    Slide 24 - Slide

    Eerst even nakijken
    Pak je laptop en ga naar Magister
    Klik op ELO en NaSk uitwerkingen
    Kijk na met een andere kleur pen

    Slide 25 - Slide

    Zelf aan de slag
    Wat? Maak vraag 78 t/m 96 (sla alle sterretjes over)  op pagina 47 t/m 51

    Extra uitdaging: Maak vraag 78 t/m 97 (sla alle rondjes over) op pagina 47 t/m 51

    Hoe? Je mag overleggen met je buurman/buurvrouw

    Hulp? Probeer het samen op te lossen. Lukt het niet? Vraag dan de docent


    Slide 26 - Slide