werkwoordsvormen vd od en bn

doelen: je leert het voltooid deelwoord en het bijvoeglijk gebruikt deelwoord
  • Persoonsvorm tegenwoordige tijd 
  • Persoonsvorm verleden tijd
  • Voltooid deelwoord
  • Tegenwoordig deelwoord
  • Bijvoeglijk gebruikt deelwoord
  • Gebiedende wijs
  • Engelse werkwoorden
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

doelen: je leert het voltooid deelwoord en het bijvoeglijk gebruikt deelwoord
  • Persoonsvorm tegenwoordige tijd 
  • Persoonsvorm verleden tijd
  • Voltooid deelwoord
  • Tegenwoordig deelwoord
  • Bijvoeglijk gebruikt deelwoord
  • Gebiedende wijs
  • Engelse werkwoorden

Slide 1 - Slide

Programma
- herhaling pvtt, pvvt
-hv:nakijken huiswerk havo H1.9 startopdracht + 4,5
- vwo: zelf blz. 225, 225 regels noteren bij persoonvorm? NEE
(voltooid deelwoord + tegenwoordig deelwoord)
-daarna  theorie en oefeningen over twee nieuwe werkwoordsvormen.
-schema aanvullen
-mk. opdrachten

Slide 2 - Slide

herhaling
persoonsvorm tegenwoordige tijd
persoonsvorm verleden tijd

Slide 3 - Slide

Vorige week _______(reizen) ik met de trein naar Hoorn.
A
reisde
B
reisden
C
reiste
D
reisten

Slide 4 - Quiz

Het succes van deze gadget ______(verbazen pvvt) mij.
A
verbaasde
B
verbaasten
C
verbaaste
D
verbaazden

Slide 5 - Quiz

Wie _____(durven pvtt) er niet in de achtbaan?
A
durfd
B
durft
C
durfdt
D
geen idee

Slide 6 - Quiz

Waarom (branden pvtt)
er een lamp?
A
brandt
B
brant
C
brand
D
brande

Slide 7 - Quiz

voltooid deelwoord
- is geen persoonsvorm, maar een ander werkwoord
-het is al gebeurd
-om te bepalen of het een d of t is > TaXiKoFSCHiP

Slide 8 - Slide

voorbeelden
De som is gemaakt (K staat in het TaXiKoFSCHiP) maken - en
Het is nu gebeurd (R staat nietin het TaXiKoFSCHiP) > gebeuren - en
Ik heb de vraag beantwoord (D staat niet in het TaXiKoFSCHiP) beantwoorden - en

Slide 9 - Slide

Tegenwoordig deelwoord
De handeling is nog bezig.
Je schijft: hele werkwoord + d
Vb: Ik ga lopend naar huis.

Slide 10 - Slide

Wat is het voltooid deelwoord van: puzzelen
A
puzzelend
B
gepuzzeld

Slide 11 - Quiz

voltooid deelwoord
proeven
A
geproefd
B
geproeft
C
geproeven

Slide 12 - Quiz

Wat is het voltooid deelwoord van:

jagen
A
gejaagt
B
gejaagd

Slide 13 - Quiz

Nakijken huiswerk: (TaXiKoFSCHiP)

Blz. 16
Extra oefening 1
1. geveild         6. bewaard
2. verteld          7. vermoeiend
3. gemaakt      8. klaargemaakt
4. ingemaakt   9. vertrouwd
5. mislukt         10. gezegd

Nakijken huiswerk:

Blz. 17

Extra oefening 2
1. gebleven         6. doorgelopen
2. opgehaald     7. geschrokken
3. genoten           8. gevallen
4. gestruikeld     9. geweten
5. gebotst            10. herkend


Slide 14 - Slide

blz. 19
1. wordt/werd – herhaald – wordt/werd – geïntroduceerd
2. meldt/meldde – gebeurd
3. landde – mistte
4. benoemd – bezighoudt/bezighield
5. contracteert/contracteerde wordt/werd – goedgekeurd
6. Vind/Vond – geweigerd
7. Wordt
8. gelooft/geloofde – beloofd
9. verspreidt/verspreidde – functioneert/functioneerde
10. vind – houdt

11. Vermoedt/Vermoedde – wordt/werd
12. bevreemdt/bevreemdde – geannuleerd
13. betoogt – betoogd
14. Beïnvloedt/Beïnvloedde – optreedt/optrad
15. leidt/leidde – lijdt/leed
16. overtuigd
17. oppast/oppaste – ontaardt/ontaardde
18. wandelt/wandelde – roept/riep


Let op: Als de persoonsvorm zowel in de tegenwoordige tijd als verleden tijd kan dan gaat de tegenwoordige tijd altijd voor.



Slide 15 - Slide

Instructie onvoltooid deelwoord: 
Vraag: Wie zijn er klaar en wie nog niet?
waaraan zie je dat?
a. Sam en Duco gaan fietsend naar de training.
b. Sabine en Clara zijn naar de training gefietst.
c. Misha en Jari hebben tot 's avonds laat gekletst.
d. Philip en Eva lopen kletsend door de winkelstraat.

Slide 16 - Slide

Vraag: Wie zijn er klaar en wie nog niet?
waaraan zie je dat?
a. Sam en Duco gaan fietsend (od)naar de training.
b. Sabine en Clara zijn naar de training gefietst (vd).
c. Misha en Jari hebben tot 's avonds laat gekletst (vd).
d. Philip en Eva lopen kletsend (od )door de winkelstraat.

Slide 17 - Slide

Lachend legde de docent de grammatica uit. Wat voor soort werkwoord is 'lachend'?
A
Persoonsvorm
B
Voltooid deelwoord
C
Onvoltooid deelwoord
D
Infinitief

Slide 18 - Quiz

Wat is het voltooid
en het onvoltooid deelwoord
van het werkwoord
'knikken'?

Slide 19 - Mind map

Wat is het voltooid
en het onvoltooid deelwoord
van het werkwoord
'surfen'?

Slide 20 - Mind map

theorie bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
We hebben een afspraak gemaakt (vd) > de gemaakte (bn) afspraak.
We hebben de vraag beantwoord (vd) > de beantwoorde vraag.

Welke regel denk je?

Slide 21 - Slide

Wat is het goede bijvoeglijk gebruikt werkwoord?
De.......fiets.
A
verroeste
B
verroesde
C
verroestte

Slide 22 - Quiz

Schema verder bespreken
onvoltooid deelwoord  (od): hele werkwoord + d (bv. lachend)
bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord (bn) :  zo kort en eenvoudig mogelijk ( bv. de fietsende man)

Slide 23 - Slide

aan de slag
mk. blz. 21: 1 t/m 7  > onvoltooid deelwoord
mk. blz.  25 (onderste oefening 1 t/m 6) >  bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord 



Slide 24 - Slide

vraag?
kuchen - gekucht of gekuchd?
schrobben - geschrobt of geschrobd?

Slide 25 - Slide

aantekeningen
regels:
onvoltooid deelwoord: hele werkwoord + d
voltooid deelwoord: 
a. langer maken
b. TaXiKoFSCHiP

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Aan de slag + huiswerk
H4 voltooid en onvoltooid deelwoord digitaal.
H5 Bekijk het filmpje over het deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Slide 28 - Slide

Evaluatie
doelen:
- Jij kunt het voltooid deelwoord goed spellen.
- Je kunt het onvoltooid deelwoord goed spellen.

Slide 29 - Slide