This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
This item has no instructions
Bonjour vwo 4 !
semaine 41
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
Startklaar
Op je plek zitten
Telefoon in het Zakkie
Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui
timer
3:00
Slide 3 - Slide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
Voorkennis activeren
Corriger les devoirs
Leerdoelen van de les
Vocabulaire
Parler C & Écrire D
Exercices
# Exit ticket
Slide 4 - Slide
This item has no instructions
Voorkennis activeren
Dernier cours ?
Vocabulaire semaine 40
Slide 5 - Mind map
2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.
Vocabulaire 2 - Jeu!
quizlet.live
https://quizlet.com/1216803016/live?type=classic
Slide 6 - Slide
This item has no instructions
Voorkennis activeren
Traduis les mots dans ton cahier (FR-NL / NL-FR):
1. ce qui se passe
2. convaincre
3. de advertentie
4. het baantje
5. de grens
6. l'habitation
7. avoir de la chance
8. bewaken
Slide 7 - Slide
Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Wat zijn de vergelijkingen met een bijvoeglijk naamwoord & met een zelfstandig naamwoord ?(6 antwoorden) Quelles sont les comparaisons avec un adjectif et avec un nom ? (6 réponses)
Slide 9 - Open question
This item has no instructions
Voorkennis activeren - le comparatif
Met een zelfstandig naamwoord:
Met een bijvoeglijk naamwoord:
Slide 10 - Slide
Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.
Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Quand j'étais petit, je jouais beaucoup aux jeux vidéo. Un jour, j'ai commencé à faire du basket. Au début, c'était difficile, mais maintenant j'aime beaucoup ce sport.
Slide 16 - Slide
This item has no instructions
Correction - PO- FA
« Avant / maintenant »
Utilisez le COMPARATIF:
Avant, je…
Quand j'étais plus jeune, je…
Aujourd'hui, je…
Maintenant, je…
J'ai changé parce que…
timer
5:00
Slide 17 - Slide
This item has no instructions
Leerdoelen
T1: Ik kan vergelijkingen maken met behulp van de comparatief.
R: Ik ken woorden die te maken hebben met jezelf voorstellen, iemand beschrijven, vrije tijd, baantjes en taken in huis .
Slide 18 - Slide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Aan de slag
Décrire quelqu'un:
Choisis une photo d’un personnage connu /
d’une célébrité et décris-le ou décris-la.
Utilise environ dix phrases.
Slide 19 - Slide
6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Afsluiting
Leerdoelen
T1: Ik kan vergelijkingen maken met behulp van de comparatief.
R: Ik ken woorden die te maken hebben met jezelf voorstellen, iemand beschrijven, vrije tijd, baantjes en taken in huis .
Les devoirs
Apprendre le vocabulaire et les phrases-clés du chapitre
Slide 20 - Slide
8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.